Liefde Kroymans en banken voorbij

Autobedrijf Kroymans groeide hard met geleend geld. Door de economische crisis raakte het ook snel in problemen. Ook dan staan de banken op de stoep. Ze willen hun geld terug.

De verlaten vestigingen vanmorgen van het failliete autobedrijf Kroymans aan de Klokkenbergweg 15 en 50 in Amsterdam-Zuidoost. Foto’s NRC Handelsblad, Maurice Boyer Autodealer Krijmans in Amsterdam-Zuid-Oost Klokkekbergweg 15 failliet Foto Maurice Boyer NRC Handelsblad Boyer, Maurice

Natuurlijk, een Ferrari is een auto. Maar een Ferrari is veel meer. Een symbool van stijl, klasse, onaantastbaarheid, financieel succes. Wie in een auto van het exclusieve Italiaanse automerk rijdt, heeft het gemaakt.

Frits Kroymans (69) is zo iemand. Zijn autobedrijf verkoopt Ferrari’s. En als liefhebber heeft hij er door de jaren heen tientallen voor zichzelf verzameld. Een verzameling die onder autoliefhebbers bekendstaat als de Kroymanscollectie. Hij gebruikt ze voor klassieke races. Af en toe gaat dat mis en raakt zo’n auto van een paar ton beschadigd. Hij leent zijn auto’s uit aan tentoonstellingen. En zo nu en dan brengt Kroymans zijn kinderen er mee naar school. Dat laatste veroorzaakt veel opwinding op het schoolplein, vertelde hij in 2007 op televisie. „De hele school liep uit.” Een mooie gelegenheid voor Kroymans om de kinderen iets bij te brengen. „Jongens, nu kun je zien als je heel hard werkt, wat je kunt bereiken. Dat is mooi. Weet waarvoor je leert.”

Met miljoenenleningen van banken maakte Kroymans de afgelopen jaren zijn bedrijf steeds groter. Het ene na het andere bedrijf werd gekocht. Zo ontstond er een conglomeraat dat door heel Europa actief was, bijna 4.000 werknemers telde en in 2007 een omzet haalde van ongeveer 2 miljard euro. Het bedrijf was importeur en verkoper van luxemerken als Ferrari, Jaguar en Aston Martin, maar dealde ook in de ‘gewone’ merken Saab en Alfa Romeo en de Amerikaanse merken Cadillac, Corvette en Hummer. Daarnaast bezat het bedrijf eigen leasebedrijven, garages en schadebedrijven.

De banken stonden in de rij om Kroymans te financieren, zegt een voormalig manager die anoniem wil blijven. Hij hoefde zijn hand maar op te houden of hij kreeg weer een zak geld om een overname te doen. Want welke bank wilde er nou niet bij Kroymans betrokken zijn?

Kroymans stond voor een mooi en avontuurlijk leven; feestjes, racewedstrijden en vrienden als wijlen prins Bernhard. Fortis, ING, ABN Amro en de Rabobank; allemaal staken ze miljoenen in het bedrijf.

Maar toen de verkoop van auto’s vorig jaar in elkaar klapte, was de liefde tussen Kroymans en de banken snel voorbij. Afgelopen maart ging het autobedrijf failliet. De banken hebben zich teruggetrokken, zei Frits Kroymans in april in deze krant. „Dan is het afgelopen. Heel triest.”

Vervolg Kroymans: pagina 12

Sinds de opsplitsing is het ieder voor zich

Vervolg Kroymans van pagina 13

Duizenden onverkochte auto’s, een schuld van meer dan een miljard euro en een paar dubieuze transacties (zie: Ontvlechting van bedrijf Kroymans) is wat er over is.

Zo is het autobedrijf van Kroymans het voorbeeld geworden van bedrijven die de afgelopen jaren met veel geleend geld hard groeiden, maar door de economische crisis ook snel in moeilijkheden raakten. Ook dan staan de banken weer gauw op de stoep. Ze willen hun geleende geld terug.

En dus zat Frits Kroymans in de herfst van 2008 met zijn banken om de tafel. De banken wilden het bedrijf wel verder financieren, maar dan moest Kroymans zijn bedrijf „herstructureren”. En daarbij hadden de banken een aantal strikte eisen. Het kwam erop neer dat het bedrijf werd opgeknipt, waarbij er met schulden aan de bank werd geschoven. Ook moest Kroymans zelf nog miljoenen in het autobedrijf steken.

Kroymans ging akoord met de eisen. Hij dacht daarmee zijn autobedrijf te kunnen redden. Maar twee maanden later werd surseance van betaling aangevraagd. En nog twee weken later was het bedrijf failliet.

Ook zijn collectie Ferrari’s raakte Frits Kroymans kwijt. De collectie bleek wel zijn naam te dragen, maar niet zijn bezit te zijn. De autodealer had ze namelijk verkocht aan een van zijn bedrijfjes. Daarna huurde hij ze terug. Dat was financieel aantrekkelijk. Maar met de herstructurering kwamen alle bezittingen van het leasebedrijf in handen van de banken, als onderpand voor de schulden. Kroymans mag zijn ‘eigen’ collectie nu terugkopen. Anders wordt de verzameling geveild.

Nu, een paar maanden na het faillissement, blijkt dat de banken eind vorig jaar al wisten dat het afgelopen was met het autobedrijf van Kroymans. Dat eigenaar Frits Kroymans in zijn ijver om het autobedrijf te redden naïef is geweest door in te stemmen met de eisen van de banken. En dat de ontmanteling toen begonnen is.

Tja, zegt Kroymans’ adviseur Tjeerd Meijer, achteraf gezien kun je wel zeggen dat vooral de banken er beter van zijn geworden. Toch, zegt hij, daarvoor waren er al plannen om onderdelen te verkopen. Maar inderdaad, de opbrengst daarvan was bedoeld om zoveel mogelijk bankschulden af te lossen, geeft hij toe.

Het autobedrijf van Frits Kroymans is een echt familiebedrijf. In 1902 begon de grootvader van Kroymans met de verkoop van het merk Adler en Spyker. De vader van Frits legde zich na de oorlog toe op de merken Morris en Austin. In 1970 was Frits aan de beurt. Hij verwierf in 1972 de rechten voor de import en verkoop van het Ferrari. Later kwamen daar andere exclusieve merken als Jaguar en Aston Martin bij.

Echt groot wordt het bedrijf in 2000. Met de koop van ARM Stokvis – de autoactiviteiten van handelshuis Hagemeyer – wordt het bedrijf in één klap meer dan twee keer zo groot. In 2003 sluit Kroymans Corporation een contract met het Amerikaanse General Motors voor de import, distributie en verkoop van Cadillac en Corvette door heel Europa. De schuldenlast aan het eind van dat jaar is ruim 650 miljoen euro.

In de Rotterdamse haven is te zien hoe de deal met GM over Cadillac en Corvette op een mislukking is uitgelopen. Bij het Rotterdam Car Center van het bedrijf Broekman staan duizenden onverkochte auto’s van Kroymans. Hoeveel het er zijn, mag directeur Raymond Riemen niet zeggen. Ook niet hoe lang ze er al staan. Voor iedere dag dat de auto’s er staan moet gewoon huur betaald worden, zegt hij. „De uiteindelijke koper betaalt. Wij moeten gewoon even geduld hebben.”

Maar verkopen wordt nog moeilijk, zegt curator Frits Kemp. Sommige auto’s staan er al een paar jaar. „Daar moet je een paar duizend euro in steken om die weer verkoopbaar te maken.” En ook is niet duidelijk van wie de auto’s eigenlijk zijn. Van fabrikant General Motors? De importeur? De dealer? Of de banken? Kemp: „Dat zoeken we nu uit. Het zijn bijna 3.500 moeilijk verkoopbare auto’s.” De deal met GM heeft Kroymans geen succes opgeleverd. „Daar werd jaarlijks 50 miljoen euro verlies op gemaakt”, zegt Kemp.

Er zijn ook honderden auto’s die wel verkoopbaar zijn. Die staan nu nog in showrooms, in Amsterdam, Rotterdam, Houten. Die auto’s worden binnenkort geveild op internet. Maar er staat wel een waarschuwing bij. De bpm (belasting van personenauto’s en motorrijwielen) van deze auto’s is nog niet betaald. Daar was de afgelopen maanden geen geld meer voor bij Kroymans.

Dat merkten autodealers door heel Nederland die auto’s bij importeur Kroymans kochten. Zoals Douwe Heida, een kleine Alfa Romeo-dealer uit Bennekom. Hij kocht begin dit jaar drie nieuwe Alfa’s bij Kroymans. Zoals altijd betaalde hij de prijs voor de auto en droeg hij ook de bpm af aan Kroymans. Die zou dat overmaken naar de fiscus, als Heida de auto’s op zijn naam zou zetten.

Zo gaat dat altijd, legt Heida uit. „Anders moet de fiscus bij duizenden dealers incasseren, nu bij een tiental importeurs.” Maar toen Heida een poosje geleden de auto op zijn naam probeerde te zetten, kon dat niet. De auto was geblokkeerd door de fiscus. „Of ik de bpm nog even wilde betalen. Dat ga ik dus niet voor de tweede keer doen.”

Curator Frits Kemp bevestigt dat er nog miljoenen aan bpm moest worden afgedragen door Kroymans. Hij verwacht nog een definitieve claim van de fiscus.

Autodealer Heida heeft nog een probleem met Kroymans. Dat is ontstaan door de herstructurering van Kroymans Corporation begin dit jaar. Jarenlang werkte het zo voor autodealer Heida: bij het ene Kroymans-bedrijf kocht hij onderdelen, bij het andere diende hij zijn facturen in voor fabrieksgarantie die hij moest voorschieten. Maar begin dit jaar werd het bedrijf uit elkaar getrokken. Dus kreeg hij onlangs een rekening van 15.000 euro van de financieringstak van Kroymans. Of hij even wilde betalen voor de onderdelen die hij gekocht had. Wacht even, zei Heida, ik krijg zelf nog duizenden euro’s voor de fabrieksgarantie. Of dat niet tegen elkaar weggestreept kon worden. Nee, kreeg hij te horen. „De financieringstak was nu helemaal zelfstandig en had niets meer met de rest van Kroymans te maken.” Als hij nog geld tegoed had, moest hij zich maar tot de curator wenden. Maar die rekening moest hij gewoon betalen. Heida: „Dat doe ik dus ook niet. Dan laat ik het wel op een rechtszaak aankomen.”

De bedrijven van Kroymans die tot begin dit jaar in het conglomeraat zaten, hebben ook onderling onenigheid. Sinds de opsplitsing van het familiebedrijf is het ieder voor zich. Hun voortbestaan staat op het spel.

Zo stuurt de Utrechtse advocaat Willem van Andel op 20 mei dit jaar een briefje namens twee bedrijven van de Kroymans Lease Holding naar de bestuurders en voormalig bestuurders van de failliete Kroymans Corporation. De Kroymans Lease Holding heeft onder meer geconstateerd dat in de klassieke Ferrari 250 GTO, het pronkstuk uit de collectie van Kroymans, niet de originele motor zit. Advocaat Van Andel vraagt „waar die motor zich thans bevindt” en waarom die niet aan „de rechtmatige eigenaar” wordt afgegeven. Ook wil hij weten waar de documentatie van de klassieke Ferrari’s is. Die is, zo schrijft Van Andel, „van groot belang voor (potentiële) kopers”.

De curatoren Frits Kemp en Cees de Jong hebben inmiddels de meeste autobedrijven kunnen doorverkopen. Zo is de import van Saab overgenomen door het Belgische bedrijf Beherman European. De opbrengst van de hele verkoop valt wat tegen, zegt curator Kemp. De schuld aan de banken bedraagt volgens hem rond de 750 miljoen euro. Hoe groot de overige schuld is, weet Kemp nog niet. Maar hij schat dat de totale schuld boven de 1 miljard uitkomt.

Ook onderzoeken ze nog de transacties van begin dit jaar waarbij Kroymans werd opgeknipt. Mogelijk is er sprake van paulianeus handelen, zegt Kemp. „Die bedrijven die toen verkocht zijn, hadden voor de boedel ook veel geld opgeleverd. En nu zit Citadel met de pijn van die schulden.”

De dealers van Ferrari, Jaguar en Aston Martin op het hoofdkantoor van het failliete Kroymans in Hilversum maken een ‘doorstart’. De curatoren hebben de goodwill, inventaris, onderdelen en nieuwe en gebruikte auto’s van die merken voor 5,5 miljoen euro verkocht aan een vennootschap die gefinancierd wordt door een aantal vrienden van Frits Kroymans, bevestigt Tjeerd Meijer, die de transactie begeleidde. Ook ING financierde mee. Maar Kroymans, zo benadrukt Meijer, heeft er geen geld in gestoken en hij zal slechts optreden als adviseur.

Zelf heeft Kroymans onlangs ook een adviseur aangetrokken. Voormalig ABN Amro-topman Jan Peter Schmittmann, die eind vorig jaar met een vertrekpremie van 8 miljoen euro bij de bank vertrok. Hij adviseert Kroymans voortaan bij zijn zaken.

    • Tom Kreling