Kamer: kroonprins moet commissariaat DNB opgeven

Een meerderheid in de Tweede Kamer wil dat prins Willem-Alexander zijn commissariaat bij De Nederlandsche Bank (DNB) opgeeft. Gevreesd wordt dat de kroonprins in een kwetsbare positie is gekomen door de kredietcrisis en het parlementaire onderzoek daarnaar.

Minister Bos (Financiën, PvdA) wilde gisteravond niet ingaan op de positie van de prins. Hij noemde de bevoegdheden van de kroonprins als commissaris „gering”. De Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) benadrukt dat de raad van commissarissen „niet verantwoordelijk is voor de taken die DNB uitvoert inzake het toezicht op de Nederlandse financiële sector en ook niet inzake het monetaire beleid”. De raad ziet volgens de RVD wel toe op „het beheer” binnen DNB.

Kamerlid Ewout Irrgang (SP) noemt die reactie eigenaardig. „Een commissariaat is een serieuze taak, het gaat niet alleen over beheer.” Volgens Irrgang verdraagt de rol van onafhankelijk commissaris zich niet met de ministeriële verantwoordelijkheid.

Tony van Dijck van de PVV is afkerig van dit soort benoemingen. „Er horen experts in de raad van commissarissen te zitten. Dit zijn allemaal matsbaantjes. Dat geldt voor alle raden van commissarissen in Nederland. Je zou ze toch een doodtrap geven.”

Willem-Alexander is sinds 1998 lid van de raad van commissarissen. Zijn termijn loopt over precies een jaar af. Volgens de RVD is het commissariaat van de kroonprins van belang in het kader van „de voorbereiding op zijn toekomstige taak”. Zo heeft hij onder meer zitting in de Raad van State en en is hij lid van het Internationaal Olympisch Comité.

Kroonprins: pagina 3

Commentaar: pagina 7