Internettherapie:uw hulp aan huis

Internettherapie groeit en werkt tegen somberen, drinken of lichte angsten.

Om te beschermen tegen online beunhazen, moet er in 2010 een keurmerk komen.

Eindhoven, 21-04-2007; The Party, groot computer-evenement in het Beursbegouw. Meer dan 1000 deelnemers namen het tegen elkaar op in het NK Gaming, daarmee is het een van de grotere lanparties in de Benelux. Foto Vincent van den Hoogen/HH hoogen, vincent van den

Iedereen tussen de twaalf en achttien jaar die last heeft van sombere buien, angstige gevoelens of een rotgevoel kan zich aanmelden bij de onlinecursus allesondercontrole.nu. De enige voorwaarde is dat je met internet bent verbonden. Via vijf lessen, vijf weken e-mailbegeleiding en opdrachten kun je genezen zonder een psycholoog te hebben gezien.

Onlinehulpverlening bij psychische klachten of verslaving klinkt goed, maar wie zijn de hulpverleners achter de sites? Zijn dat gediplomeerde psychiaters en ggz-psychologen, of kan iedereen zomaar therapie aanbieden via internet?

Eigenlijk dat laatste, zegt Heleen Riper, hoofdonderzoeker bij I.COM, het kenniscentrum voor e-mental health van het Trimbos-instituut. Volgens Riper moeten patiënten kunnen controleren of een bepaalde site of cursus wel gekwalificeerd is. Riper: „Daarom zijn wij bij het Trimbos bezig een keurmerk te ontwikkelen voor heel het onlineaanbod.” Begin 2010 moet het keurmerk zichtbaar zijn voor iedereen die via internet wil worden behandeld.

Bij gebrek aan toezicht waarschuwt Riper voor dubieuze zorgaanbieders op internet. „Er komen steeds meer nieuwkomers op het net waarbij ik mijn twijfels heb. Ook de Scientology-kerk biedt bijvoorbeeld psychologische hulp aan.” Googelen naar digitale hulp kan je op verkeerde sites brengen, zegt Riper, zoals sites die anorexia aanmoedigen.

Het idee van internettherapie ontstond ruim tien jaar geleden in het hoofd van hoogleraar klinische psychologie Alfred Lange van de Universiteit van Amsterdam. Hij begon in 1998, als eerste in de wereld, met een onlinepilot voor patiënten die aan een posttraumatische stress-stoornis leden.

„Ik werd gevraagd om mee te denken over een manier om psychologische tests af te nemen via internet”, vertelt De Lange. „Maar ik wilde een stap verder en een heel behandelingsprotocol via internet beschikbaar stellen. Dat leek me pas nuttig.” Toen de pilotstudie erg succesvol bleek – van de twintig deelnemers waren er negentien in zeer korte tijd geheel genezen – ontstond Interapy, de allereerste digitale praktijk.

De laatste vijf jaar is het aanbod aan behandelingen via internet voor diverse psychische problemen sterk gegroeid. Een greep: minderdrinken.nl voor mensen die te veel drinken, gripopjedip.nl tegen depressieve klachten en annazorg.nl, een website voor mensen met buitensporige angsten.

Het Trimbos-instituut heeft in 2007 berekend dat honderdduizend Nederlanders gebruikmaken van internetbehandelingen. Volgens een onderzoeker in het rapport kan het aantal onlinepatiënten in de toekomst oplopen tot vier miljoen.

Riper schat dat zelfhulpcursussen voor de mildere problemen, zoals somberheid en licht alcoholmisbruik, inmiddels 80 procent uitmaakt van het totale aanbod aan preventieve zorg. Onlinetherapie in deze categorie is vaak gratis en anoniem. Dat ligt anders, zegt ze, voor onlinebehandelcursussen voor zware aandoeningen, zoals diverse angsten. Deze cursussen hebben doorgaans een prijskaartje, maar worden vaak vergoed door zorgverzekeraars.

Uit onderzoek van het Trimbos-instituut blijkt dat internettherapie voornamelijk wordt gebruikt door hogeropgeleiden (56 procent, tegenover 22 procent lageropgeleiden), vrouwen (de man/vrouwverhouding is ongeveer 20-80) en autochtonen. Het internetaanbod dat specifiek op allochtonen is gericht, is nog beperkt. Wat leeftijd betreft, is er geen duidelijke scheidslijn aan te wijzen; iets meer dan de helft van alle onlinebehandelingen zijn voor mensen van zestien jaar tot vijftig plus.

De vraag of internettherapie werkt, is volgens hoogleraar klinische psychologie Pim Cuijpers van de Vrije Universiteit niet meer aan de orde. Cuijpers: „Wetenschappers houden zich al meer dan tien jaar bezig met deze vraag en zijn steeds tot dezelfde conclusie gekomen: via internettherapie bereik je hetzelfde succes als bij gewone face-to-face-therapie.”

Maar een wondermiddel is het nog niet, aldus Cuijpers. De effectiviteit is alleen bewezen voor cursussen die gebruikmaken van cognitieve gedragstherapie, gebaseerd op het vergroten van het zelfinzicht. Cuijpers: „Niet alle sites zijn daarop gebaseerd.” Bovendien, legt hij uit, is internettherapie niet de oplossing voor iedereen. Bij complexere aandoeningen als psychoses is een hulpverlener in persoon onmisbaar.

Er zijn meer nadelen. Zo is er het gevaar dat cliëntgegevens via internet op straat terechtkomen nog groot, zolang niet alle aanbieders gebruik maken van beveiligde pagina’s. Ook is er geen non-verbale communicatie mogelijk, een belangrijk instrument voor een therapeut om te bepalen of de cliënt bijvoorbeeld liegt of informatie achterhoudt.

Maar internettherapie heeft ook enkele belangrijke voordelen, staat in een rapport over technologische ontwikkelingen in de geestelijke gezondheidszorg van Pandora, een stichting die de belangen behartigt van psychiatrische patiënten. De drempel om hulp te zoeken via internet is laag, in de eerste plaats vanwege de anonimiteit. Je kunt een cursus volgen op een tijdstip dat je het best uitkomt en zonder ervoor te hoeven reizen.

Het grootste pluspunt van internettherapie, zegt Cuijpers, is dat je er mensen mee bereikt die niet bereid zijn een reguliere behandeling te ondergaan. Vooral onder de onlinepatiënten met alcoholgerelateerde problemen is een grote groep die zich nooit eerder heeft gemeld bij reguliere zorginstellingen.

Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek van begin dit jaar blijkt dat de hulpvraag in de geestelijke gezondheidszorg tussen 2000 en 2007 jaarlijks met 6,4 procent is toegenomen. De meest voorkomende klachten, de common mental disorders, zijn depressies, angststoornissen en alcoholverslavingen. Jaarlijks lijden 1,5 miljoen Nederlanders aan deze aandoeningen; volgens stichting Pandora een te grote groep om te behandelen op de traditionele manier.

Is de opkomst van internettherapie dan vooral een vorm van bezuiniging voor ggz-instellingen? Geenszins, antwoordt brancheorganisatie GGZ Nederland. Het aanbieden van zorg via internet is misschien iets goedkoper, maar het is vooral een succesvolle manier om andere doelgroepen te bereiken, aldus een woordvoerder.

Rest de vraag wie er achter de site allesondercontrole.nu zit. Dat is hoogleraar Pim Cuijpers, die jongeren zo leert om van hun „rotgevoel” af te komen. In twaalf uur, verspreid over vijf weken en vijf lessen.

    • Hanina Ajarai