Ikeabank

De wollen dekens van mijn hotelbed jeuken aan mijn billen, terwijl ik een volgend draadje uit het vloerbedekking-behang trek.

Wat hoor je als ontwikkelingswerker de avond voor vertrek in Parijs te doen? Nog eenmaal het projectplan doorlezen? Of rebels in je eentje in de Moulin Rouge dineren?

Vanochtend stapte ik met natte oogjes en een rugzak vol in de Thalys. In twee uur waren alle formaliteiten afgerond in het kantoor van Médecins du Monde.

Drie blikjes cola en een zak pinda’s verder heb ik mijn hotelkamer wel gezien en sjok naar beneden.

Zag ik vanmiddag niet een ‘De Boer’ op de gastenlijst staan? Na een onderzoekende blik draait de receptionist het nummer. „François de Boer?” Dit voelt als een desperate datingpoging. „Hoi. Ik vertrek morgen ook voor MDM. Heb je zin om een biertje te drinken?”

François komt uit Franeker. Na de heao hopte hij van baan naar baan, maar niets klopte. Toen hij uiteindelijk bij een carrièrecoach terechtkwam, was het in een half uur duidelijk. Inmiddels zit hij vijftien jaar in het ontwikkelingswerk. Zijn bezittingen? „Eén koffer. Een koffer is veel handiger dan een rugzak”, leer ik. „Stevig en je kunt hem op slot doen.” Ik bestel een biertje. De serveerster begint een opsomming. Ik kies: „Eh, mille seize etcetera. Jij hetzelfde?” François kijkt verward. Hij begrijpt het niet. „Bier”, zeg ik. Hij knikt opgelucht.

François’ ene opa heette Frans, de andere Peter. Daarom heet hij François en zijn broer Pierre. „Om het chiquer te maken”, verklaart hij, terwijl we aan onze vijfde 1664 beginnen. Na zijn laatste project was hij drie weken in Nederland en logeerde bij zijn broer in Swifterbant. Verder heeft hij nog contact met één vriend in Rotterdam, en een ex-vriendin, die inmiddels een gezin heeft. „Drie weken is zat.” Hij steekt een sigaret op. „Mijn ouders zijn overleden. Ik zie mijn broer, mijn vriend, mijn ex en dan ben ik weer klaar.”

Inmiddels zijn mijn pinda’s wel verteerd. We verhuizen naar een maison de gyros. „Mijn vriend zegt wel eens dat hij het ook zou willen”, vertelt François, terwijl hij met zijn mouw wat knoflooksaus van zijn kin veegt. „Maar dan zeg ik: Hoe wou je dat doen? Je hebt je hond en je vissen…”

François spreekt geen woord Frans. Zijn Engels klinkt hakkelig en zelfs zijn Fries is bij vlagen onverstaanbaar. Met zijn coupe combat, weifelende houding en korte zinnen lijkt hij meer op de hoofdrolspeler van De Poolse bruid dan op een idealistisch wereldreiziger.

En even later, als ik bed lig, vraag ik me plotseling af: na 15 jaar één koffer en het logeerbed van je broer: Wíl je dan geen basis meer of kún je het simpelweg niet meer? Bestaan er mensen zonder Ikeabankdrang?

Ik kan het niet laten, bel de receptie en laat me doorverbinden. „Ikea-bank?” herhaalt François verbaasd. Ik vertel hem de theorie, dat iedereen op zoek is naar avontuur, maar wel met een Ikeabank achter de hand, die trouw op je wacht, om Lingo op te kijken met zelfgebakken brownies. Helaas is die ‘mobiele’ Ikeabank bijna onvindbaar.

Het is even stil aan de andere kant van de lijn. „Drie vrienden. Dat is genoeg”, klinkt het dan. „Tegenwoordig heb je Hyves. Ken je dat? Ik zit daarbij en krijg steeds van die oproepen, met zo’n duimpje omhoog of omlaag. Kun je klikken of je vrienden met ze wil worden. Mensen die je tien jaar niet hebt gezien, wat moet je daarmee?”

    • Anne Hermans