Hoogleraren kraken Vrehen-rapport

Hoogleraren op het gebied van bestuurlijke integriteit zetten vraagtekens bij het rapport van de oud-ministers Deetman en Korthals over de in februari afgetreden Limburgse gedeputeerde Herman Vrehen (economie en financiën, CDA). Die onderzoekers noemden hem onvoldoende alert en voorzichtig, maar concludeerden dat hij niet in strijd met de provinciale integriteitscode handelde.

Vrehens moeilijk verkoopbare huis in Nieuwstadt werd in 2004 gekocht door een bedrijf dat was ingeschakeld door bouwondernemer Ad Gordijn. Van dezelfde man kreeg de bestuurder een paard ‘in bruikleen’. Een makelaar verrichtte onbetaalde diensten.

Emeritus hoogleraar strafrecht Jan Reijntjes van de Open Universiteit zegt dat Vrehen in strijd met de integriteitscode heeft gehandeld. „Een ondernemer heeft geïnvesteerd in een politicus. Dat doet hij niet voor niks. Alleen is onduidelijk wat ervoor is teruggedaan.” Volgens Reijntjes, eind jaren zeventig als officier van justitie de eerste die een Limburgse bestuurder aanklaagde, bewijst deze zaak dat de anti-corruptiewetgeving in Nederland niet toereikend is.

Hoogleraar criminologie Hans Nelen van de Universiteit Maastricht, die veel publiceerde over integriteitsvraagstukken, spreekt van een duidelijk voorbeeld van „collusie, te innige relaties van een bestuurder met een ondernemer”. „De onderzoekers komen tot de conclusie dat er niet in strijd met de provinciale integriteitscode is gehandeld, maar een van de bepalingen daarin zegt dat dat een bestuurder geen faciliteiten of diensten mag aannemen die zijn eigen onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kunnen beïnvloeden. Met dat artikel is dus een heel andere conclusie dan die van de onderzoekers denkbaar.”

Hoogleraar forensische accountancy Marcel Pheijffer van de Nyenrode Business Universiteit en de Universiteit Leiden deelt die mening. „Als Vrehen op basis van dit rapport denkt dat er sprake is van rehabilitatie, zou het me niet verbazen als hij nog in Sinterklaas gelooft.” Pheijffer zet vraagtekens bij de nodige punten in het onderzoeksverslag, zoals het brongebruik en het slechts ten dele toepassen van hoor en wederhoor.

Volgens hoogleraar overheid Ron Niessen van de Universiteit van Amsterdam is niet aangetoond dat er „een direct verband bestond tussen de bemiddeling van de heer Gordijn bij de verkoop van de woning van de heer Vrehen en de kennis van Gordijn van projecten en activiteiten van de provincie”. Maar, zegt Niessen, „terecht zegt de commissie dat er transparantie moet komen over de rollen en verantwoordelijkheden van publieke en private partijen en hun contacten. Daglicht is de beste desinfectans”.

Lees het rapport over Vrehen op nrc.nl/binnenland

    • Paul van der Steen