Het mysterie van Tunguska

Een eeuw lang was het onduidelijk wat de oorzaak was van de inslag die in 1908 grote stukken naaldbos verwoestte in Siberië.

Na 101 jaar is er uitsluitsel.

Bomen liggen hier en daar verspreid op het Siberische platteland, 45 jaar nadat een komeet in 1908 de aarde raakte in de streek Tunguska. (Foto AP) Trees lay strewn across the Siberian countryside 45 years after a meteorite struck the Earth near Tunguska, Russia in 1953. The 1908 explosion leveled everything for miles near the impact site. The results of the air collision are similar, although much less severe, than they would be if asteroid 1997 XF11 struck the planet as the International Astronomical Union warned was a possibility on Wednesday, March 11, 1998. (AP Photo) Associated Press

Een eeuw na de inslag is het bewijs onverwachts rondgekomen. De ‘mysterieuze meteoroïde’ die in 1908 explodeerde boven Siberië was geen meteoroïde, maar een komeet. Onderzoekers van Cornell University rapporteren hierover binnenkort in Geophysical Research Letters.

Een centrale rol in de verklaring is weggelegd voor de lichtende nachtwolken die een paar dagen na de inslag te zien waren boven Siberië en Europa. De onderzoekers leggen een verband tussen deze wolken en de nachtwolken die worden opgewekt door Amerikaanse ruimteveren als de Discovery en de Endeavour.

De explosie van 30 juni 1908 boven de naaldwouden van midden-Siberië wordt wel aangeduid als de Great Siberian Impact Event, of nog vaker met de term ‘Tunguska event’ (Wikipedia heeft er een goed lemma over), naar de naam van de streek. De explosie sloeg duizenden vierkante kilometers naaldbos tegen de vlakte. Ze werd door seismografen op grote afstand geregistreerd en ook de atmosferische drukgolf is door verre barometers waargenomen.

De ground zero van de explosie viel makkelijk te vinden: alle omgevallen bomen wezen ervan af, tot op tientallen kilometers afstand. Maar wát er nu was ontploft of ingeslagen, was nooit opgehelderd. Ooggetuigen spraken van een blauwachtige, felle lichtbron die langs de hemel trok, diverse explosies na elkaar en hevige, hete winden die een mens gemakkelijk tegen de grond sloegen.

Het gebied van de inslag werd pas in 1927 bezocht door een wetenschappelijke expeditie, van de mineraloog Leonid Kulik. Uit proeven en berekeningen is afgeleid dat de explosie plaatsvond op vijf tot tien kilometer boven het aardoppervlak en dat er evenveel energie bij vrijkwam als bij de explosie van een waterstofbom. Omdat er binnen het groundzero-gebied nooit een echte inslagkrater is gevonden, laat staan de resten van een meteoriet, is wel geopperd dat het een komeet moest zijn geweest. Kometen (‘vuile ijsballen’) bestaan voornamelijk uit ijs met wat vuil. Daartegenover staat dat in het inslaggebied kleine bolletjes silicaat en magnetiet zijn gevonden met een nikkel/ijzerverhouding die karakteristiek is voor meteorieten.

Een vreemde bijkomstigheid is dat er een paar dagen na de Tunguska-inslag ongewoon felle nachtwolken te zien waren boven Rusland en Europa. Het artikel in GRL citeert een dagboek dat beschrijft hoe op de avond van 30 juni 1908 boven Engeland opeens hoge cirrostratusbewolking verscheen die het zonlicht zo sterk weerkaatste dat het wel dag leek.

Op grond van andere observaties is veilig aan te nemen dat het licht kwam van lichtende nachtwolken, wolken van ijskristallen die zich soms vormen op zo’n 85 kilometer hoogte en, hartje zomer, gemakkelijk licht weerkaatsen van de zon, die dan niet diep onder de horizon staat.

Ook de ruimteveren van de NASA wekken, een paar dagen na hun lancering, lichtende nachtwolken op. De hoofdmotor verbrandt waterstof en zuurstof en brengt daarmee bij elke lancering 300 ton zuiver water als ijskristallen in de atmosfeer, op een hoogte van 100 tot 115 kilometer. Die zakken langzaam naar de genoemde hoogte van 85 kilometer.

Nog niet duidelijk was hoe het smalle uitlaatspoor van de ruimteveren binnen een paar dagen over meer dan duizend kilometer kon uitwaaieren. Daarvoor hebben de onderzoekers van Cornell nu een model gevonden, dat uitgaat van een typische turbulentie (een ‘tweedimensionale turbulentie’) die wordt verklaard door het waargenomen windprofiel op grote hoogte.

Deze turbulentie zou ook verklaren hoe de ijswolken van de boven Siberië ontplofte ijsbal al binnen twee dagen boven Engeland te zien waren. Een meteoroïde zou nooit zulke lichtende nachtwolken hebben opgewekt.

    • Karel Knip