Gaaf en gedreven Fleet Foxes

Pop Fleet Foxes. Gehoord: 30/6 Paradiso, Amsterdam. Herhaling: 1/7 Paradiso, Amsterdam. * * * *

Een feest van snaren en stemmen, dat is de muziek van de Fleet Foxes. Vier muzikanten van deze vijfkoppige band uit Seattle, Amerika, spelen gitaar, en één levert – spaarzame – percussie. Alle vijf zingen ze.

De muziek van Fleet Foxes, door de groep zelf omschreven als ‘barokke harmonische pop jams’ heeft het afgelopen jaar een groot, vooral Europees publiek bereikt. In mei 2008 speelde Fleet Foxes in de bovenzaal van Paradiso; nu geeft de band twee uitverkochte optredens in de grote zaal.

Hun stijl, zoals te horen op hun vorig jaar verschenen, titelloze debuut-cd, neigt naar het verleden: naar de traditionele folkmuziek uit de Appalachen, en de tijd dat folkliedjes vooral het land en de seizoenen bezongen. De zang van de bebaarde voorman Robin Pecknold en zijn handlangers doet denken aan de manier waarop ooit Amerikaanse families op de waranda samen muziek maakten, met eenvoudig instrumentarium en moeiteloos samensmeltende stemmen.

En al zijn er ook invloeden uit het recentere verleden te horen – zoals The Byrds of Crosby, Stills & Nash – Fleet Foxes heeft een eigen, ingetogener geluid. In het gitaarspel, en in de zang zit een bijzondere dynamiek: variërend van vrome harmonie, tot momenten waarop de schellere stem van Pecknold zich losmaakt uit het geheel om uit te groeien tot eenzaam vaandeldrager van een voorbije traditie.

De prachtige, doorwrochte melodieën van nummers als Blue Ridge Mountains en Sun It Rises werden gisteravond gaaf en gedreven uitgevoerd. Pecknold glorieerde in een solo intermezzo met een onversterkte versie van het Schotse folkliedje Katie Cruel. Zo klopte alles met het beeld van deze muzikanten als vriendelijke hippies; zelfs hun verhalen over fietsen door Amsterdam, en vegetarisch eten.

    • Hester Carvalho