Een tweede studie moet mogelijk blijven

Plasterk wil een tweede studie veel duurder maken. Onderwijs mag duur zijn, maar dit voorstel is onjuist, meent Bart Fleuren.

De Tweede Kamer zou gisteren stemmen over een wetsvoorstel van minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) ter herziening van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). Gelukkig werd de stemming op het laatste moment uitgesteld tot morgen.

Het wetsvoorstel heeft namelijk grote gevolgen voor studenten die een tweede studie doen. In het voorstel betalen zulke studenten in plaats van het gebruikelijke, wettelijke collegegeld van 1620 euro het zogeheten institutionele collegegeld. Dit wordt door faculteiten zelf vastgesteld. Het kan oplopen tot twaalf maal het wettelijke collegegeld. Aan de Universiteit Leiden is dit straks 14.200 tot 19.100 euro voor een tweede master, afhankelijk van de faculteit.

De maatregel zou bedoeld zijn, aldus de Memorie van Toelichting, om geldmiddelen te verkrijgen om mensen van dertig jaar en ouder in de gelegenheid te stellen te studeren tegen het wettelijke collegegeld.

Hoewel het ook voor mensen boven de dertig nuttig kan zijn om ‘een leven lang te leren’, is het niet juist om dit te verhalen op studenten die een tweede studie doen.

Waarom is dit wetsvoorstel verkeerd? De maatregel staat op gespannen voet met de doelstelling van de regering om de kenniseconomie te bevorderen.

De maatregel is daarnaast in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur. De regering heeft de afgelopen jaren het vertrouwen gewekt dat studenten een tweede studie konden doen tegen het wettelijk collegegeld. Op basis daarvan hebben veel studenten gepland om – ook al zijn ze daar nog niet aan begonnen – een tweede master of bachelor te doen. Jegens deze studenten is het niet zuiver om, halverwege hun studie, de kosten substantieel te verhogen.

In 1989 overwoog de Hoge Raad dat een wet die ertoe strekte dat het studeren duurder werd, ook voor studenten die al met hun studie waren begonnen, in strijd was met de rechtszekerheid (Harmonisatiewet, HR 14 april 1989). Het zou daarom op zijn minst redelijk zijn als de regering een overgangsregeling zou maken voor studenten die, op basis van het door haar gewekte vertrouwen, erop rekenden een tweede master of bachelor te kunnen doen tegen het wettelijk collegegeld.

Ben ik nu tegen hoger collegegeld? Helemaal niet. Principieel valt er veel voor te zeggen om het collegegeld te verhogen – op de lange termijn en over de gehele linie.

Studeren is nu zo goedkoop dat studenten de waarde van academisch onderwijs onderschatten. Dat brengt vaak slecht afgewogen studiekeuzes met zich mee en is een prikkel tot lanterfanterij – als de staat je opleiding grotendeels betaalt, wordt een slechte inzet niet bestraft en blijft studeren gesubsidieerde gezelligheid.

Als studenten een hoger collegegeld moeten betalen (bijvoorbeeld het institutionele collegegeld dat de faculteiten zelf mogen bepalen), zouden ze niet alleen beter hun best doen om hun studie tijdig af te ronden, maar ook hogere eisen stellen aan hun opleiding. Bovendien bevordert een hogere prijs de concurrentie tussen Nederlandse en buitenlandse universiteiten, omdat het de prikkel wegneemt om in Nederland te blijven vanwege het goedkope onderwijs.

Jammer genoeg spelen deze overwegingen geen rol in het wetsvoorstel van Plasterk. In plaats van middelmatigheid tegen te gaan door de exameneisen en het collegegeld op termijn over de hele linie te verhogen, ontmoedigt deze maatregel gemotiveerde studenten om een tweede studie te doen. Daarmee lijkt deze regering geen voorvechter te zijn van de kenniseconomie, maar terug te vallen in het aloude adagium ‘dat niemand zijn hoofd boven het maaiveld mag uitsteken’.

De coalitiepartijen zouden daarom in overweging moeten nemen om morgen niet blind voor het wetsvoorstel van Plasterk te stemmen, maar de amendementen van Jasper van Dijk (SP), Bas van der Vlies (SGP) en Boris van der Ham (D66) in overweging te nemen, die ertoe strekken dat studenten wel een tweede studie kunnen doen tegen het wettelijk collegegeld.

Bart Fleuren (23) studeerde filosofie, wiskunde en rechten aan University College Utrecht, Cambridge University en de Universiteit Leiden.

    • Bart Fleuren