'Die persoonlijke aanvallen, vreselijk'

Judy Murray (49) vindt het moeilijk haar zoon Andy op tv te zien tennissen. Maar op Wimbledon is alles anders. „Nu kan ik hem een beetje aanmoedigen als hij omhoog kijkt.”

Het grote publiek kent haar van de vele close-ups tijdens de partijen van haar zoon op Wimbledon. Maar als Judy Murray (49) op een zonnig terrasje van de All England Club zit, loop je haar zo voorbij. De moeder van Andy draagt geen opvallende kleding en blijft ver uit de buurt van alle camera’s.

De voormalige proftennisster – die bezig is een eigen tennisschool in Schotland te openen – heeft een doldwaze week achter de rug. Het einde is niet in zicht, want vandaag staat haar zoon in de kwartfinale van Wimbledon tegen de Spanjaard Juan Carlos Ferrero. Toch lijkt dat Judy Murray niet bezig te houden. „Ik hoorde vandaag dat er 11,8 miljoen mensen naar de wedstrijd van Andy tegen Stanislas Wawrinka hebben gekeken”, zegt ze met overslaande stem. „Ze hebben er een paar programma’s voor geschrapt, waaronder Eastenders en het nieuws van tien uur. Vooral dat laatste is ongehoord!”

Waarom bent u daar zo blij mee?

„Omdat het betekent dat die twaalf miljoen mensen misschien in de toekomst een racket oppakken. Hoe meer mensen gaan spelen, hoe groter de kans dat Britse tennissers zullen doorbreken.”

Maar hoe was het voor u om die marathonpartij tegen Wawrinka vanuit de spelersbox te bekijken?

„Via de televisie kijk ik liever niet naar de wedstrijden van Andy. Dan heb ik het gevoel dat ik hem niet kan helpen. Meestal ga ik het huis schoonmaken en vraag ik mensen om mij na afloop de eindstand door te sms’en. Maar hier op Wimbledon is alles anders. Nu kan ik hem een beetje aanmoedigen als hij omhoog kijkt. Dat voelt hij ook zo, dat hij aangemoedigd wordt.”

Is het moeilijk voor een moeder haar zoon te zien ploeteren op de baan?

„Ja. Ik ga meestal in een hoekje zitten, zodat mensen mij niet aanspreken. Dan brabbel ik een beetje in mezelf. Tijdens zo’n wedstrijd ga ik door een heel proces. Soms lijkt het dat ik zeeziek ben. Of een hartaanval krijg. Maar mijn grote voordeel is dat ik coach ben. Daardoor bekijk ik de wedstrijd ook vanuit tactisch oogpunt. Emoties zijn ondergeschikt.”

Miljoenen Britten hebben hun hoop op Andy gevestigd. Dat moet niet altijd even gemakkelijk zijn.

„Voor Britten is het geweldig om op centercourt te spelen. Vijftienduizend mensen achter je, dat is een hoop. Maar natuurlijk kan hij het ook als druk ervaren. Als Andy niet speelt, proberen we het simpel te houden. Hij kijkt veel Big Brother, speelt tafelvoetbal met zijn vrienden of gaat wandelen met de hond. Ik kook.”

Houdt u de sensatiekranten een beetje uit zijn buurt?

„Ja. Ik zorg ervoor dat er niets rondslingert. Niet dat hij ze niet mag lezen, maar hij heeft er geen behoefte aan. Als je eenmaal gaat lezen wat er allemaal over je geschreven wordt, raak je afgeleid.”

Iedereen heeft een mening over uw zoon. Voormalig proftennisser Pat Cash noemde hem onlangs zelfs een ‘lelijke, saaie vent’.

„Ja, vreselijk. Maar bij dat soort persoonlijke aanvallen houd ik Andy altijd voor dat zijn criticasters hem niet echt kennen. En alleen de mensen die hem kennen, doen er werkelijk toe.”

Uw andere zoon Jamie krijgt veel minder aandacht als dubbelspeler. Leidt dat tot broederlijke twisten?

„Nee, nooit. Jamie is vijftien maanden ouder dan Andy. In hun jonge jaren was hij de betere tennisser. Toen Andy twaalf was kwam de ommekeer, maar dat heeft nooit tot scheve gezichten geleid. Integendeel. Ze zijn elkaars grootste supporters.”

Sinds drie jaar heeft u een website voor ouders van tennissende kinderen. Waarom?

„Toen mijn jongens competitie gingen spelen op hun twaalfde, moest ik zelf ontdekken hoe je een geschikte coach vindt [Judy Murray is gescheiden]. Wat voor voeding ze nodig hadden. Of wat te doen als ze zich misdroegen op de baan. Met dat soort basisinformatie hoop ik andere ouders een handje te helpen.”

Er zijn ook genoeg voorbeelden van ouders die zich juist te veel bemoeien met hun tennissende kinderen.

„Ja, er lopen nogal wat obsessieve ouders in de tenniswereld rond. Meer dan toen ik als coach begon. Maar dat komt ook doordat dit een individuele sport is. Ouders moeten zelf voor vervoer en financiële middelen zorgen. Dat zorgt ervoor dat zij zich meer met hun kinderen bemoeien.”

Gaat u om die reden ook een eigen tennisclub in Schotland oprichten?

„Ja. Mijn plan is om een tennisgemeenschap te creëren. Een tweede thuis voor jongeren, met ervaren coaches. Idealiter zou die club ook verbintenissen met een aantal scholen moeten aangaan – net zoals veel voetbalclubs dat tegenwoordig doen. De laatste jaren heeft de Britse tennisbond zich blind gestaard op toptalent. We moeten terug naar de roots.”

Het succes van uw zoon op Wimbledon kan een factor worden in het welslagen van uw project.

„Zeker. Je moet het ijzer smeden als het heet is. Deze week wordt erg belangrijk voor ons.”

Is er iets dat mensen niet van Andy weten, maar wel zouden moeten weten?

„Andy gedraagt zich stoer op de baan, maar hij is een heel gevoelige jongen. Hij maakt zich bijvoorbeeld grote zorgen over daklozen. En dierenmishandeling. Verder is hij een sloddervos. Ik zeg wel eens: wees maar blij dat je in hotels woont, anders had je niemand om je rommel op te ruimen.”

Vorig jaar had u goed voorzien dat uw zoon Wimbledon niet zou winnen. Hoe loopt het dit jaar af?

Lacht. „Andy heeft de afgelopen twaalf maanden bewezen dat hij Federer, Nadal, Djokovic en Roddick kan verslaan. Maar of hem dat ook op deze plek lukt? Hij is in staat Wimbledon dit jaar te winnen. Maar als hem dat niet lukt, is er geen man overboord.”

Zegt u dat ook tegen hem?

„Nee. Een van de dingen die ik heb geleerd, is om altijd positief te blijven. Dus ik zeg nooit: ‘Je sloeg maar 50 procent van je eerste services in’. Ik herinner hem aan alle dingen die wel goed gingen.”

Als Andy wint, staat uw land op zijn kop. Weet u al wat u dan gaat doen?

„Misschien vluchten we voor een tijdje het land uit. Who knows. Maar ik kijk liever niet zo ver vooruit. Andy heeft nog een lange weg te gaan. We leven met de dag.”