China krijgt contract olie Irak

De veiling van olie- en gasvelden in Irak aan buitenlandse energiebedrijven is uitgelopen op een fiasco. De meeste concerns konden het niet eens worden met de strenge eisen van de Iraakse regering.

Alleen het Britse BP en het Chinese CNPC sleepten gezamenlijk een contract in de wacht, voor oliewinning in het reusachtige olieveld Rumaila in het zuidoosten van Irak. Daarbij gaat het om een olieveld met reserves die worden geschat op 17,7 miljard vaten.

Ook het Brits-Nederlandse Shell deed gisteren mee aan de veiling, samen met een Turks oliebedrijf en twee Chinese staatsbedrijven. Het consortium bood op het olieveld Kirkuk, in het noordoostelijke, Koerdische deel van het land. Ze wilden een vergoeding van 7,89 dollar per vat opgepompte aardolie, maar de Iraakse regering bood slechts 2 dollar per vat. Daarop trok het consortium zich terug.

De veiling had vele miljarden aan buitenlandse investeringen moeten opleveren, bedoeld voor het herstel van de Iraakse economie die na de Amerikaanse invasie in 2003 volledig is ingestort. Na het dieptepunt in dat jaar steeg de olieproductie in Irak weer geleidelijk tot het niveau van de jaren voor de inval. Irak beschikt na Saoedi-Arabië en Iran over de grootste oliereserves in de regio.

Irak: pagina 13