Bloedwraak was een recht in middeleeuwse Friese vrijstaat

Bloedwraak was een bij wet vastgelegd recht, in het Friese Stellingwerf van 700 jaar geleden. Wel kon de moordenaar zijn misdrijf afkopen. Dat blijkt uit een middeleeuwse wettekst van Stellingwerf, die onlangs is gevonden door historicus Oebele Vries, universitair docent Fries. Het document wordt vrijdag officieel gepresenteerd in Arnhem.

Vries stuitte er bij toeval op toen hij in het Gelders Archief in Arnhem onderzoek deed naar de Friese jurist Bernardus Bucho van Aytta. De vondst is in meerdere opzichten bijzonder, aldus Vries. „Er bestaan heel weinig documenten uit de periode 1300-1500 over Stellingwerf. Ook is het opmerkelijk dat er in deze tijd nog een landrecht boven water komt, want de meeste werden al in de 19de eeuw ontdekt.” De middeleeuwse tekst zat in een kopieboekje uit 1480. Stellingwerf (de huidige Friese gemeenten Oost- en Weststellingwerf) maakte eigen rechtsregels nadat het zich in 1309 losmaakte van Drenthe en het gezag van de bisschop van Utrecht. „Ze vormden een soort republiekje, een landsgemeente met zelfbestuur naar voorbeeld van de Friese vrijheid”, zegt Vries.

De tien gevonden rechtsregels gaan over erf- en strafrecht. Eén bepaling betreft de bloedwraak. „Bij moord was vergelding rechtens toegestaan”, aldus Vries. „Dat was in Friesland in die tijd ook zo. Maar de dader kon dit afkopen, door een soort afkoopsom te betalen aan de nabestaanden. De tarieven hingen samen met de grootte van de wonden.” Vries noemt de regels voor die tijd ‘archaïsch’. „Graven en landsheren hadden een moderner soort recht.” Er stonden ook hoge geldboetes op het aanvallen van werklieden op akkers, markt- en kooplieden en dieren. Iemand die Stellingwerf wilde losweken van de Friese vrijheid kon ook rekenen op een boete. „Zoals mensen die Stellingwerf weer in handen van de bisschop wilden brengen.”