Bezetting beëindigd

Gisteren is er een einde gekomen aan de „bezetting van Irak”, zoals premier Maliki het eerder onder woorden bracht. Vandaag surveilleren er geen Amerikaanse militairen meer in Bagdad en andere steden. Hun militaire taken werden vannacht overgenomen door Iraakse eenheden.

Het moet het begin zijn van de herovering van volledige soevereiniteit voor Irak. Op 31 augustus 2010 moet de laatste Amerikaanse gevechtseenheid het land hebben verlaten. Deze laatste patrouilledag heeft op de valreep vier Amerikaanse militairen in Bagdad het leven gekost. Als alles goed gaat zullen zij worden herinnerd als de laatste slachtoffers van een bevrijdingsoorlog die een bezettingsguerrilla werd.

Premier Maliki heeft 30 juni 2009 vorige week al gedoopt tot een dag van „grote overwinning”, vergelijkbaar met de „grote Iraakse revolutie” van 1920. Deze revolte van shi’ieten en sunnieten was gericht tegen de Britse machthebbers. Ze groeide uit tot een soort guerrillaoorlog, waarbij de Koerden hun aspiraties probeerden te realiseren en pas na fors geweld van Britse zijde retireerden. De Koerden zijn negentig jaar later opnieuw cruciaal voor de vraag of het terugtrekplan zal uitmonden in een stabiel en soeverein Irak.

Ook de sunnitische minderheid, die Irak van oudsher domineerde, maar die nu in de schaduw staat van de shi’itische meerderheid, is geen zekere factor. In de afgelopen weken is het aantal doden bij aanslagen toegenomen. Dat geweld zal niet afnemen. Omdat er over ruim een half jaar verkiezingen moeten worden gehouden, zal de strijd om de macht en dus om de inkomstenbronnen op alle niveaus weer escaleren. Irak is vandaag begonnen met het veilen van acht immense olie- en gasvelden. Gehoopt wordt dat de cashflow in de politieke arena door deze transacties spectaculair zal stijgen.

Die machtsstrijd om de olie- en gasbronnen strekt zich uit tot aan Koerdistan. Vooral de positie van oliestad Kirkuk wordt door alle partijen dermate betwist dat een gewapend conflict niet is uitgesloten. De Koerden, die in hun eigen regio over verregaande autonomie beschikken, claimen Kirkuk. De Iraakse regering wil het oliegebied niet uit handen geven en heeft er daarom troepen gelegerd.

Dat is gevaarlijk, omdat de belangrijkste kwesties sinds 2003 nog altijd niet zijn opgelost. Of de energiebronnen van de nationale staat zijn of van de regio, of de staat een federale structuur moet krijgen en hoe de grenzen dan lopen: het is niet ondubbelzinnig en constitutioneel geregeld.

Hoewel het land dankzij de ‘surge’ en de begonnen Amerikaanse aftocht op minimaal niveau gepacificeerd lijkt, is Irak na zes jaar nog allerminst een coherente staatkundige entiteit. Die broze samenhang kan de Amerikanen er komend jaar toe nopen om weer op een of andere manier in actie te komen. Een burgeroorlog in een land met enorme energiebronnen zou immers een internationale nachtmerrie zijn. De analogie van Maliki met 1920 is in die zin gepast. Ook een ‘grote revolutie’ kan averechts uitpakken.