Bankentoezicht afkijken van farmaceutische industrie

Kan het toezicht op financiële producten net zo geregeld worden als dat op geneesmiddelen? De Bank voor Internationale Betalingen (BIB) denkt van wel, door veilige producten alom beschikbaar te stellen, riskante producten behoedzaam te introduceren en nieuwe producten aan strenge proeven te onderwerpen. Het probleem is dat het bij financiële producten niet altijd even eenvoudig is om te beoordelen wat veilig is en wat niet. De BIB zal ook moeten aandringen op grotere openheid.

De in het Zwitserse Basel gevestigde ‘bank voor centrale banken’ denkt dat een op de farmaceutische industrie geënte vorm van toezicht kan helpen toekomstige crises te voorkomen, door de productvernieuwing in evenwicht te brengen met de veiligheidseisen. De toezichthouders proberen dit uiteraard ook nu al te doen, maar zij bereiken vaak andere conclusies.

Kleine beleggers kunnen bijvoorbeeld geen effecten kopen die niet zijn geregistreerd bij toezichthouders. Zij kunnen in de VS ook niet beleggen in hedgefondsen of in ingewikkelde, op derivaten gebaseerde producten. Maar in sommige andere landen kan een onervaren belegger een postkantoor, bank of beleggingskantoortje binnenwandelen en op derivaten gebaseerde producten kopen, die zó ingewikkeld zijn dat zelfs hun bedenkers ze niet helemaal doorgronden.

Hoe dan ook, de Amerikaanse regels die de aankoop van ongeregistreerde hypotheekobligaties aan institutionele beleggers beperken, hebben hen – of de kleine beleggers wier geld ze vaak beheerden – niet kunnen behoeden voor verliezen.

Het probleem van de beoordeling van de veiligheid van een belegging compliceert het concept van de BIB. De enige laboratoriumratten zijn dikwijls niet goed functionerende computermodellen, terwijl het beperken van nieuwe producten tot een kleine groep beleggers, zoals dat bij geneesmiddelen gebruikelijk is, voorbij gaat aan potentieel riskante systeemeffecten die zich pas voordoen als producten op grotere schaal worden verspreid, wat niet van toepassing is op geneesmiddelen.

Als de toezichthouders dus de gevaarlijkste producten willen tegenhouden, zullen ze waarschijnlijk té behoedzaam moeten zijn. Dat zou ten koste gaan van de innovatie. Dat hoeft niet zonder meer slecht te zijn – de toezichthouders in de farmaceutische sector proberen ervoor te zorgen dat de patiënten baat hebben bij de nieuwe producten, terwijl de baten van recente financiële vernieuwingen grotendeels ten goede zijn gekomen aan de verkopers, en niet aan de kopers.

Bovendien slagen toezichthouders als de Amerikaanse Food and Drug Administration er soms niet in producten te weren waarvan later blijkt dat ze giftig zijn, op eigen kracht of in combinatie met andere producten. Eén manier om zich daar tegen te wapenen is een betere openheid van zaken – door geneesmiddelen adequaat te labelen en ervoor te zorgen dat de artsen over de meest recente gegevens beschikken.

Terwijl financiële toezichthouders dus wel moeten nadenken over de vraag hoe ze beleggingsproducten moeten beoordelen, doen ze er ook goed aan zich te richten op helderheid en volledigheid. Op die manier zullen beleggers, of ze nu door de wol zijn geverfd of niet, een betere kans maken verstandige beslissingen te nemen.

Dwight Cass