Aanslag Kirkuk: 33 doden

Enkele uren nadat Amerikaanse gevechtstroepen de controle over de Iraakse steden hadden overgedragen aan de Iraakse veiligheidsdiensten zijn gisteren bij een bomaanslag in de noordelijke oliestad Kirkuk 33 mensen om het leven gekomen. Er vielen meer dan 90 gewonden.

De bom, die in een auto was verborgen, ontplofte op een drukke markt in een overwegend Koerdisch deel van de stad. Kirkuk, dat door Koerden, Turkmenen en Arabieren wordt bewoond, wordt opgeëist door de Koerdische regionale regering (KRG) in het noordelijk deel van het land. Het conflict hierover tussen de KRG en de door shi’ieten gedomineerde regering in Bagdad is volgens deskundigen het ernstigste dat Irak op dit moment bedreigt.

De aanslag is mogelijk het werk van sunnitische extremisten, zoals in het bijzonder Al-Qaeda-in-Irak, die proberen nieuw sektarisch geweld los te maken. Ook de achtereenvolgende aanslagen op shi’itische doelen, het meest recent in Bagdad en in Zata bij Kirkuk, passen in die strategie.

Premier Nouri al-Maliki juichte gisteren in een televisietoespraak het vertrek toe van de Amerikaanse gevechtstroepen uit de steden, conform het bilaterale troepenakkoord dat 1 januari van kracht werd. Op 1 september 2010 moeten alle gevechtstroepen uit Irak zijn teruggetrokken en de adviseurs en andere militairen die dan nog blijven, moeten per 1 januari 2012 weg zijn. Maliki onderstreepte gisteren dat „degenen die denken dat de Irakezen niet in staat zijn hun land te verdedigen, een fatale vergissing maken”.

In Washington noemde president Barack Obama de terugtrekking uit de steden een belangrijke mijlpaal. Maar tegelijk waarschuwde hij voor de „moeilijke dagen” die komen. (Reuters, AFP)