Zonder een krasje naar de sloop

Wie een andere auto koopt, krijgt 750 tot 1.000 euro premie als hij zijn oude auto naar de sloop brengt.

Daardoor belanden relatief nieuwe auto’s bij de sloper.

Voor de sloopregeling aangeboden auto op het terrein van sloper Rotterdam BV. Hoe nieuwer de ingeleverde auto, hoe meer bruikbare onderdelen er uit te halen zijn. (Foto Walter Herfst) Rotterdam, juni 2009 Eerste slooppremie auto bij Autodemotage Rotterdam BV. Foto: Walter Herfst auto's sloperijen autosloperijen recessies Herfst, Walter

Ze staan een beetje achteraf, tussen de stapels autowrakken op het terrein van autosloperij Rotterdam BV: de allereerste slooppremie-auto’s. Glanzend en gaaf, zonder een krasje op de lak. Autosloper Hans Talle („Mijn broer hier kent een paar honderd motorcodes uit zijn hoofd, inclusief vermogen, ik vind dat niet normaal”) staat er hoofdschuddend bij te kijken. „Het is dat de chassisnummers bekend zijn en dat er 5.000 euro boete staat op doorverkopen, anders had ik nog wel een paar ideetjes voor deze wagentjes.”

Een greep uit de slooppremiedebutanten bij Rotterdam BV: een glanzend rode Mazda sport coupé, een grijs-metallic Honda sedan en een zwarte Fiat Panda met maar 70.000 kilometer op de teller. Het oordeel van Talle: „Boodschappenwagentjes, nog zo goed als nieuw.” De nieuwe sloopauto’s zijn inderdaad niet te onderscheiden van de occasions bij de autohandelaren in de buurt.

De Nationale Sloopregeling is op 29 mei begonnen. De regeling heeft als doel het milieu te ontlasten en de kwakkelende autoverkoop te stimuleren. In tegenstelling tot de (veel populairdere) Duitse regeling brengt een oude auto in Nederland geen 2.500, maar 750 tot 1.000 euro premie op. Eigenaars zijn hier ook niet verplicht een gloednieuw exemplaar aan te schaffen ter vervanging.

Dave Bebelaar, directeur van Auto Recycling Nederland (ARN), dat in opdracht van de autobranche de recycling van autowrakken coördineert, rekent erop dat er onder de sloopregeling zo’n 4.000 auto’s per week worden verkocht, de komende maanden. Voorlopig krijgt hij gelijk. Volgens cijfers van ARN hebben in de eerste drie weken na de invoering bijna 10.000 autobezitters van de regeling gebruikgemaakt.

Hoogleraar transport Bert van Wee van de TU Delft is kritisch over de milieuwinst die de sloopregeling zou opleveren. „Al meer dan tien jaar geleden maakten Franse en Italiaanse autofabrikanten goede sier met allerlei milieuargumenten en wisten daarmee in eigen land grootschalige sloopregelingen te treffen. Destijds was het een publiek geheim dat het in feite om verkapte steun aan de auto-industrie ging”, zegt hij.

Volgens cijfers van ARN is 86 procent van de tot nu toe ingeleverde slooppremieauto’s, waarvan 90 procent benzineauto’s, van bouwjaar 1991 of jonger. Van Wee: „Sinds januari 1993 hebben alle benzineauto’s een wettelijk verplichte katalysator, waardoor minimaal 80 procent van de uitstoot wordt voorkomen. In Nederland is het overgrote deel van de benzineauto’s al vanaf 1991 met zo’n katalysator uitgerust. Het milieuvoordeel bij het slopen van dit soort wagens is dan ook beperkt. Bij de sloop van iedere auto komt zo’n 5 procent aan niet recyclebare stoffen vrij.”

In Nederland rijden zo’n 350.000 auto’s rond die 18 tot 25 jaar oud zijn. Een groot deel daarvan is in bezit van hobbyisten, die geen afstand willen doen van hun belastingvrije oldtimer. Ook autosloper Hans Talle en zijn collega’s rijden rond in Mercedessen van begin jaren tachtig. „Want vanaf 1985 geldt de oldtimerregeling niet meer. Hij rijdt heerlijk, hoor, dikke leren stoelen. Alleen wil je niet achter me staan in de file, dan sta ik dikke zwarte rookwolken uit te braken.”

Talle vermoedt dat voor de overige oude auto’s geldt dat ze vooral uit financiële noodzaak nog steeds rondrijden. Voor de bezitters van deze auto’s is 750 euro premie misschien te weinig stimulans om een nieuwe of nieuwere auto te kopen. De cijfers van ARN bevestigen dit. Slechts 7 procent van de ingeleverde auto’s is ouder dan 1990.

Wat het broeikaseffect betreft, is transporteconoom Van Wee eenduidig. Sloopregelingen werken daarvoor niet, of zelfs averechts. „Nieuwe auto’s zijn sinds 1985 nauwelijks minder gaan verbruiken. Versnelde sloop veroorzaakt juist meer uitstoot van het broeikasgas, want 15 procent van de totale CO2-uitstoot tijdens de levenscyclus van een auto komt vrij bij de productie”, zegt hij. Het broeikasargument wordt voor de Nederlandse sloopregeling dan ook niet gebruikt. Dave Bebelaar van ARN: „Deze regeling is niet primair op CO2-reductie gericht. Maar voor alle auto’s geldt dat ze op zeker moment vervangen zullen moeten worden, en dan komt de CO2 alsnog vrij.” Bert van Wee vindt dat een raar argument: „Het gaat hier wel degelijk om het verkorten van de levencyclus. Als je zo redeneert, zou het jaarlijks vervangen van alle auto’s door nieuwe, iets zuinigere, ook CO2-winst opleveren, dat is natuurlijk niet zo.”

Of de sloopauto’s de kwakkelende auto-industrie uit het slop helpen, weet Talle niet. Daarvoor is het nog te vroeg. Bebelaar vindt de verkoopcijfers hoopvol, maar de autobranche heeft geen overspannen verwachtingen van de regeling. De door de branche en VROM voorspelde 80.000 auto’s vormen zo’n 9 procent van de ruim 1 miljoen oudere voertuigen die in aanmerking komen voor de Nationale Sloopregeling. Het gaat om minder dan 1 procent van het Nederlandse wagenpark (8,7 miljoen auto’s).

In Duitsland klagen slopers dat ze de toestroom van sloopauto’s nauwelijks aankunnen, maar op het terrein van Rotterdam BV loopt het nog niet storm. Talle rekent wel op een aardige bijverdienste. Want hoe gaver de auto, des te meer slooponderdelen hij oplevert.

    • Sam Gerrits