Zo vreemd is dieangst voor vreemden niet

Vreemden zijn mededingers en dus in principe gevaarlijk, zegt de gedragsbioloog.

Maar xenofobie moet de immigratie niet dwarsbomen, meent de sociaal-historicus.

Volgens biologen die zich bezighouden met onderzoek naar dierlijk gedrag, is xenofobie een neiging die in de loop van de evolutie bij sociale diersoorten is ontstaan. Als dieren in groepen met elkaar leven en samenwerken, ontstaat er tussen de leden van die groep een gevoel van verwantschap en vertrouwdheid.

Andere groepen vormen echter een bedreiging, omdat ze concurrenten zijn in de strijd om de bestaansmiddelen. „Dat betekent dat vreemden mededingers kunnen zijn en in principe gevaarlijk”, zegt Jan van Hooff, emeritus hoogleraar gedragsbiologie aan de Universiteit van Utrecht. „Er ontstaan dan herkenningsmechanismen die de eigen groep definiëren. In een mierenstaat is dat de nestgeur, maar bij mensen zijn die identiteitsmarkers veel subtieler. Denk aan kleding, omgangsvormen, accenten en allerlei sociale-klasse-indicatoren.”

Waar conflicten binnen de eigen groep snel worden bijgelegd – groepsdieren vertonen geregeld verzoeningsgedrag – is dat tussen groepen onderling niet gebruikelijk. „Binnen de groep zijn de leden van elkaar afhankelijk”, vervolgt Van Hooff. „Dan zul je water bij de wijn moeten doen. Tussen groepen in de natuur is dat zeldzaam. Bij de mens was het ook zeldzaam, maar een kenmerk van onze beschavingsgeschiedenis is dat we steeds grotere sociale verbanden zijn gaan vormen. De groepsgrootte is steeds toegenomen en de relaties werden waardevoller. Ook de afhankelijkheidsrelaties tussen groepen werden groter, zoals tussen staten. Zo kom je tot compromissen en samenleven. Maar dan ontstaat het debat: wie mogen er allemaal bij de groep horen. Mag die over de Middellandse Zee heen?”

Moeten we xenofobie dan maar accepteren, omdat het ons in de loop van de evolutie onder bepaalde omstandigheden voordeel bracht? Van Hooff laait op. „Nee! Dat is een van de grootste misvattingen die er bestaan, besteedt u daar alstublieft aandacht aan. Het is een enorm misverstand om te denken dat als iets evolutionair verschenen is, het daarom goed en waardevol is. We kunnen ons toch rekenschap geven van die oeroude neigingen en gevoelens? Je moet je afvragen wat je wilt. Als je tegen de stroom op wilt roeien, weet je dat het moeilijker is dan met de stroom meegaan.”

Het is in de evolutie nooit zwart-wit, nuanceert Van Hooff. Soms is een bepaalde eigenschap nuttig, soms zit hij in de weg. Zo is het ook met de neiging tot xenofobie. „Natuurlijk is xenofobie één van de grootste gevaren die er is, omdat het altijd heeft geleid tot bloedbaden en slavernij. Maar soms heet xenofobie ineens vaderlandsliefde. Het gaat alle kanten uit.” Een zekere voorzichtigheid ten aanzien van iets wat onbekend is, is volgens Van Hooff op zich een gezonde houding die bij allerlei soorten wordt aangetroffen. „Maar in sommige gevallen is het uiterst schadelijk. Op het ogenblik zou de mensheid er wel bij varen als ze de terughoudendheid ten opzichte van andere groepen en culturen zou overwinnen. Dat kunnen we doen door opvoeding en cultuur. Maar het is een tikje tegen de stroom in roeien.”

Waar de biologie laat zien dat xenofobie van alle soorten is, leert de geschiedenis dat het van alle tijden is. Zo kreeg Frankrijk tegen het einde van de negentiende eeuw te maken met een golf van vreemdelingenhaat jegens de honderdduizenden Italiaanse immigranten die zich daar hadden gevestigd, wat geregeld in geweld uitmondde. De toenmalige Franse president Sadi Carnot werd in 1894 zelfs vermoord door een anarchistische Italiaan en klopjachten, met tientallen Italiaanse doden waren het gevolg.

Een interessante historische parallel met de Nederlandse situatie van vandaag vormt het Engeland van halverwege de negentiende eeuw. Vanwege grote armoede en voedselschaarste in eigen land, emigreerden toentertijd honderdduizenden laaggeschoolde Ierse arbeiders naar het buurland. Al snel viel hun de haat van de Engelse bevolking ten deel. Er werd niet alleen op de Ieren neergekeken omdat ze arm en laaggeschoold waren, maar vooral vanwege hun katholieke geloof. Die religie werd in het protestantse Engeland gezien als een bedreiging voor de vrijheid, want een katholiek gaf het oordeel van de paus en de priesterkaste voorrang boven zijn eigen mening.

„Het Ierse katholicisme werd door de Engelsen enorm opgeklopt”, zegt Leo Lucassen, hoogleraar sociale geschiedenis aan de Universiteit van Leiden, „eigenlijk op dezelfde manier waarop een partij als de PVV nu over moslims praat. Alle issues die nu hoog op de politieke agenda staan, zie je daar ook terug, maar dan gericht tegen katholieken. Je had toen zelfs volksmenners die tijdens speciaal belegde bijeenkomsten de bevolking ophitsten. Na afloop trok men de Ierse wijken in voor een massale klopjacht, waarbij huizen in brand werden gestoken en doden vielen.”

Volgens Lucassen, die zich heeft gespecialiseerd in de Europese migratiegeschiedenis, is xenofobie niet per se te wijten aan het falen van integratie. „Amerikanen in Amsterdam of Den Haag zijn maar zeer ten dele geïntegreerd, maar daar ziet niemand een probleem in. Het heeft meer te maken met maatschappelijke positie en stigmatisering, waarbij een bepaald kenmerk als bedreigend wordt gezien en dat over de hele groep wordt uitgesmeerd. De PVV is in dat opzicht een stigmatiserende partij. Ze zeggen toch eigenlijk: moslims deugen niet. In zoverre is het zeker te vergelijken met antisemitisme. Het is interessant dat iemand als Wilders, die zo pro-Israël is, dezelfde retoriek gebruikt en politiek bedrijft als de antisemieten in de jaren dertig.”

De economische situatie is evenmin een goede indicator voor het oplaaien van xenofobie. In de jaren tachtig ging het in Nederland economisch slechter dan ooit, maar toch kregen politici als Glimmerveen en Janmaat er geen poot aan de grond. Twintig jaar later heeft Fortuyn wel succes, terwijl het ons land toen voor de wind ging.

Volgens Lucassen ligt het meer aan de kracht en vindingrijkheid van individuele politici. „Gevoelens van xenofobie en onbehagen zijn er altijd, maar de vraag is hoe succesvol men is in het mobiliseren daarvan. Fortuyn en Wilders zijn daar heel succesvol in geweest. In de jaren tachtig kon de politiek dat soort geluiden heel goed marginaliseren. Men kon daar gemakkelijk het etiket van extreem-rechts opplakken, wat het toen nog goed deed. Vandaag de dag reageren de grote partijen eigenlijk heel bang en laf op dat populisme. Ze waaien met die wind mee, waadoor ze het in feite alleen maar legitimeren.”

Maar is het wel terecht om Wilders’ stemmers te beschuldigen van xenofobie? Speelt bij hen de angst de eigen cultuur te verliezen niet een grotere rol dan haat jegens de nieuwkomers? Bij een rondvraag onder Marokkanen in het PVV-nest Volendam bleek dat nagenoeg geen van hen in de praktijk last had van antimoslimsentimenten. Kan xenofobie soms geen vaderlandsliefde heten, zoals gedragsbioloog Van Hooff opmerkte?

Lucassen: „Je moet die gevoelens van mensen serieus nemen, maar je moet tegelijkertijd laten zien dat die nieuwe culturen erbij horen. Nederland is een immigratieland, of je het nu leuk vindt of niet. Dus je moet niet zeggen dat die mensen weg moeten. Nee, ze zijn hier, hun kinderen zijn hier geboren – en dus Nederlands – en we zullen er het beste van moeten maken. Daarbij moet je wel degelijk een genuanceerd verhaal brengen en laten zien dat er ook veel goed gaat. Maar we moeten blijkbaar heel sterk aan die immigratie wennen.”

    • Hidde Tangerman