Vegetariërproblemen

Vanavond spreekt prof. dr. Nico van Straalen over ‘Genoombiologie en de evolutieboom’. 19.30 uur. Hortus Botanicus, Plantage Middenlaan 2a, Amsterdam. Toegang 5 euro. © J¿rgen Krielen/Amsterdam-08-03-2006/ Nico van Stralen Krielen, Jorgen

Paddenstoelen horen tegenwoordig bij dezelfde groep als dieren. Nu we het erfelijk materiaal van alle soorten makkelijk kunnen vergelijken, blijkt de wereld heel anders in elkaar te zitten, zegt Nico van Straalen (1951), hoogleraar dierecologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

De evolutie kun je weergeven in een boom?

„Het idee van de evolutieboom komt al van Darwin zelf. In een van zijn notitieblokken tekende hij het principe van een stamboom van het leven, met vertakkingen. Een weergave van de afstamming van de soorten. Soorten die dicht bij elkaar zitten in de boom, zitten dat ook evolutionair. Maar dat was alleen gebaseerd op uiterlijke verschijningsvormen.”

En verschijningsvormen bedriegen?

„Ja. De moderne biologie heeft de boom van het leven nogal op z’n kop gezet. Als je bijvoorbeeld denkt ‘alles wat groen is, is een plant’, dan heb je het verkeerd. De evolutie heeft geweldig lopen rommelen met groen. Wat wij nu bladgroenkorrels noemen, zijn in feite uitgeklede, gedegenereerde bacteriën, die ongeveer drie en een half miljard jaar geleden als eerste het omzetten van licht in bouwstoffen uitvonden. Maar het samengaan van een fotosynthetische bacterie met een hoger organisme – endosymbiose heet dat – is nog een tweede maal gebeurd. Je kreeg twee takken. Daarom zijn bijvoorbeeld bruinwieren, die afstammen van die dubbele endosymbiose, niet groen. Soms ging de endosymbiose ook weer verloren. Gevolg is dat je uit de huidige verdeling tussen groene en niet-groene organismen niet kunt afleiden welke bij elkaar horen. De malariaparasiet is bijvoorbeeld van oorsprong een plantaardig wezen.”

Dus de traditionele onderverdeling met een dieren-, een planten- en een schimmelrijk klopt niet meer?

„Er zijn nu vijf rijken, met namen als Excavata en Unikonta. Maar die zijn nog niet erg doorgedrongen. Toen ik er een lezing over hield voor biologieleraren zagen die zichzelf dat niet gaan onderwijzen. Maar het is de consequentie van DNA-onderzoek. Dat lost ook raadsels op. Zo wist niemand raad met de pogonophora, hele rare dieren zonder mond of anus, die onder hoge druk en temperaturen op de zeebodem leven. Dat blijken gewoon een soort wormen te zijn.

„Het plantenrijk is redelijk intact gebleven, maar dieren en schimmels zitten nu in dezelfde groep. Ik heb wel eens discussies met vegetariërs. Op een congres in China kwam er eens iets op tafel dat leek op plakjes paddenstoel, maar het waren gemarineerde speklapjes.

„Tegen een vegetariër die blij was dat op tijd te horen, heb ik gezegd dat paddenstoelen verwanter zijn aan dieren dan aan planten. Schimmels hebben een biologische klok die erg lijkt op die van dieren. En in hun celwand zit geen cellulose maar chitine, wat je bij geleedpotigen als insecten en krabben ook vindt.”

Mag ik wel nog denken dat een dier alles is wat kan bewegen?

„Nee, talloze dieren kunnen zich niet bewegen. Denk maar aan een spons. Ook zeekomkommers, zeelelies en zeeanemonen zijn geen planten maar dieren.”