Topbankier was wars van het kleine Hollandse denken

Oud-bestuurder Huibert Boumeester van ABN Amro was sinds vorige week spoorloos. Zondag werd zijn lichaam gevonden.

Hij was de oogappel van Rijkman Groenink, en werd daarmee vanzelfsprekend genoemd als beoogd opvolger van de bestuursvoorzitter van ABN Amro. Zeker toen Huibert Boumeester in het najaar van 2006, op instigatie van Groenink, tot lid van de raad van bestuur werd benoemd.

Zijn lange carrière bij de bank leek daarmee bekroond. Maar het liep anders. In het jaar na Boumeesters aantreden werd ABN Amro verkocht aan een consortium van drie buitenlandse banken waar de raad van bestuur niets van moest hebben. Voor de oude garde was geen plaats meer. Boumeester ruimde vorig jaar maart tamelijk onopgemerkt het veld.

Na een vermissing van een week werd Boumeester zondag levenloos aangetroffen in een bos nabij Windsor, even ten westen van zijn woonplaats Londen. De Britse politie liet vorige week woensdag aan The Daily Mail weten dat Boumeester niet alleen zelf vermist was, ook twee van zijn zes geregistreerde jachtwapens ontbraken in zijn huizen in Londen en Schotland. Hij is een fanatiek jager. Daarbij zou hij in sombere toestand hebben verkeerd.

Het angstige vermoeden dat de Nederlander met een van zijn eigen jachtgeweren de hand aan zichzelf had geslagen werd gisteren bewaarheid. Na een week van knellende onzekerheid heeft zijn familie gisteren verklaard uit te gaan van het zwartste scenario: „We zijn diep bedroefd over deze, naar wij nu moeten aannemen, tragische afloop.” Omdat het politieonderzoek naar de precieze toedracht en de identificatie van het lichaam nog niet zijn afgerond kan de familie niet gedetailleerd op alle berichten van de afgelopen dagen reageren.

Bij ABN Amro, waar hij ruim twintig jaar gewerkt heeft, stond Boumeester bekend als een ambitieus man die hard werkte, veel van zijn mensen eiste en een internationale blik had. ABN Amro was geen Nederlandse bank, maar een multinational. Het boek De Prooi, over de ondergang van ABN Amro, beschrijft dat Boumeester zich ergerde aan „het kleine Hollandse denken”, waarmee veel mensen op het hoofdkantoor in Amsterdam in zijn ogen waren „geïnfecteerd”. Hij vroeg zich geregeld af: ziet men wel goed waar ABN Amro buiten Nederland eigenlijk voor staat?

Boumeester woonde al ruim vijftien jaar in het buitenland, de laatste negen jaar in Londen, waar hij twee huizen bezit.

Al bij zijn sollicitatie in 1987 lag het voor de hand dat Boumeester een internationale carrière tegemoet kon zien. Hij werd aangenomen in het zogeheten buitenlandklasje van toen nog alleen ABN. Na een eerste kennismaking op de afdeling bedrijfskredieten in de regio Utrecht, waar hij ook een weekje achter het loket van een bankfiliaal zat, werd hij al snel uitgezonden naar het Verre Oosten. Daar zat hij achtereenvolgens in Hongkong, Singapore en Kuala Lumpur.

Die periode, die hij afsloot als landenmanager Maleisië, wekte een blijvende liefde voor Azië op. Boumeester richtte vier jaar geleden een drietal liefdadigheidsstichtingen op die projecten ondersteunen op het gebied van Aziatische cultuur, onderwijs en natuurbeheer.

Begin 2000 werd hij door Rijkman Groenink, de toen net benoemde bestuursvoorzitter, naar Londen gehaald. Aanvankelijk om als concerndirecteur wereldwijd verantwoordelijk te worden voor de grote zakelijke klanten. Hij kreeg later ook de portefeuille obligatiehandel in de opkomende markten toegeschoven, en hij verzorgde ingewikkelde financieringen van grote energieprojecten.

Van 2004 tot zijn benoeming in de raad van bestuur was hij bestuursvoorzitter van Asset Management, de divisie voor professioneel vermogensbeheer, met 170 miljard euro onder beheer. Volgens destijd daarbij betrokken medewerkers zette Boumeester als nieuwe baas voortvarend het mes in die organisatie, waarbij hij in zijn ogen luie medewerkers niet spaarde.

Dat Boumeester in het najaar van 2006 tot de raad van bestuur werd geroepen kwam voor naaste collega’s niet als een verrassing. Hij was er ambitieus en ijverig genoeg voor. En vooral: hij was een vriendje van topman Groenink. De twee zagen elkaar ook buiten de bank, als fervente jagers. Daarnaast was Groenink zeer hecht geweest met Boumeesters oom, Frits Fentener van Vlissingen, die eerder dat jaar plotseling was overleden. Van Vlissingen, grootaandeelhouder en ex-bestuursvoorzitter van het SHV-concern, was tot 2000 vicevoorzitter van de raad van commissarissen van ABN Amro. In die hoedanigheid had hij een cruciale rol gespeeld bij de benoeming van Groenink.

Binnen de raad van bestuur kreeg Boumeester geen directe bankierstaken onder zijn hoede, maar twee verantwoordelijkheden die binnen de bank al snel aan gewicht zouden winnen: risicomanagement en strategie. Als hoofd corporate development speelde Boumeester een voorname rol in het strategische spel dat in 2007 tot het einde zou leiden van ABN Amro als zelfstandig bedrijf.

Om de druk van activistische aandeelhouders te pareren had Groenink, mede op aangeven van Boumeester, gekozen om in april 2007 een vriendelijke ‘fusie’ met de Britse bank Barclays aan te gaan. Als trouwe adjudant van Groenink was Boumeester herhaaldelijk bereid de voordelen van dat huwelijk zowel intern als aan beleggers en journalisten uit te leggen. In de loop van het jaar werd Boumeester nog belangrijker, door de plotseling ontstane vacature van chief financial officer te vervullen.

Zijn campagne én die van Groenink mochten niet baten. Een concurrerend bod van een consortium van Royal Bank of Scotland, Santander en Fortis was voor beleggers onweerstaanbaar: ruim 71 miljard euro.

De drie nieuwe eigenaren benoemden hun eigen bestuursleden. Groenink ruimde als eerste het veld, direct na de overdracht. Boumeester volgde in maart 2008. Zonder al te veel ruchtbaarheid, zonder persbericht. Hij kreeg nog wel een afscheidsreceptie, op het hoofdkantoor aan de Zuidas. Daar kwamen volgens een genodigde niet erg veel collega’s op af.

Het laatste jaar bracht Boumeester veel tijd door op zijn Schotse landgoed. En hij was benoemd tot directeur van de African Parks Foundation, een stichting van wijlen Paul Fentener van Vlissingen, een andere bekende oom van hem, die zich inzet voor natuurbeheer in Afrika.

Boumeester is 49 jaar oud geworden. Hij laat een vrouw en drie kinderen achter.

    • Philip de Witt Wijnen