Straks zakt dit in

Door gaswinning in Groningen zakt de bodem.

De gevolgen: dijken moeten worden aangepast, kelders lopen onder, schade aan de oogst en aardbevingen.

Over ruim vijftig jaar is Slochteren leeg. En dan zal een bodemdaling van 42 centimeter het meest kenmerkende en onomkeerbare gevolg zijn van de winning van de bijna drie biljoen kubieke meter aardgas uit de Groningse bodem. Op het moment van de meest recente meting (2003) was de bodem op het diepste punt al 25 centimeter gezakt ten opzichte van het niveau in 1963 toen met de winning van aardgas werd begonnen, zegt geomechanicus Dirk Doornhof, hoofd van de afdeling bodembeweging van de Nederlandse Aardolie Maatschappij, producent van het Groningse aardgas.

De bodemdaling heeft de vorm van een platte schotel die zich over het grootste deel van de provincie Groningen uitstrekt met een uitloper naar Ameland. De grootste daling wordt verwacht in de buurt van het dorp Loppersum.

Aardgas bevindt zich in de poriën van poreuze zandsteenlagen. Dit ‘reservoirgesteente’ wordt aan de bovenzijde afgesloten door een ondoorlatend gesteente, bijvoorbeeld steenzout. Daardoor kan het gas niet ontsnappen. „Door het gewicht van de bovenliggende aardlagen staat het Slochterengas onder een druk van ongeveer 350 bar”, vertelt Doornhof (een fietsband heeft een druk van ongeveer 4 bar). Tijdens de winning daalt deze druk waardoor de poreuze zandsteenlaag langzaam in elkaar wordt geperst. Die wordt iets dunner waardoor de bovenliggende lagen dieper komen te liggen. „De bodemdaling is het grootst in het hart van de schotel en neemt geleidelijk af naar nul. De hellingshoek van de schotel kun je vergelijken met de dikte van een euromunt over de lengte van een voetbalveld”, aldus Doornhof.

Dat lijkt klein, maar voor de waterhuishouding heeft een bodemdaling van tien centimeter al een reeks nadelige consequenties die moeten worden gecompenseerd door aanpassing van dijken, kaden, beschoeiingen en de bouw van nieuwe gemalen, vertelt Gido Davidse van het waterschap Noorderzijlvest, verantwoordelijk voor de waterstand in het noorden en westen van de provincie Groningen en in de kop van Drenthe.

Door de bodemdaling werden veel bewoners in Groningen geconfronteerd met water in de kelders als gevolg van het relatief hogere grondwaterpeil. De stijging van de waterstand ten opzichte van het maaiveld leidde ook tot schade aan de oogst van bieten en graan. Om de negatieve gevolgen van de bodemdaling te compenseren heeft het waterschap het waterpeil verlaagd in delen van de boezem.

Voor de bodemdaling was er één waterpeil in het noorden en westen van Groningen en kon het overtollig water op een natuurlijke manier worden geloosd in de Waddenzee: door simpelweg de sluizen open te zetten bij eb. Op dit moment zijn er verschillende waterniveaus, want het waterpeil moest trapsgewijs worden verlaagd. Het water wordt nu met behulp van gemalen afgevoerd. De aanleg van nieuwe sluizen en bouw van gemalen wordt betaald door de NAM, die daarvoor een bedrag van 650 miljoen euro heeft gereserveerd waarvan 240 miljoen euro al is uitgekeerd.

Het waterschap rekent, volgens Davidse, nog op een verdere daling van de bodem met twintig centimeter. Dat betekent dat er extra gemalen aan de Waddenzeekust komen te staan; ook worden de dijken verhoogd. Kosten: 100 miljoen euro.

En er is nog een probleem. Langs bestaande breukvlakken verandert de spanning wanneer er gas wordt gewonnen. Daardoor kunnen zich lichte aardbevingen voordoen. Die ontstaan door plotselinge verticale verschuivingen in de diepe ondergrond. De steenlagen naast het aardgasveld kunnen dan breken door het afnemen van de tegendruk. „Aardbevingen veroorzaakt door gaswinning zijn ondanks hun geringe sterkte, goed voelbaar omdat de beving zich op relatief geringe diepte voordoen”, zegt Doornhof.

Sinds 1986 doen zich regelmatig aardbevingen in Noord-Nederland voor die veroorzaakt worden door de gaswinning. „In 1986 was de eerste geregistreerde aardbeving in Groningen en toen ontpopte zich een felle discussie over de oorzaak”, vertelt seismoloog Bernard Dost van het KNMI. „De NAM, maar eerlijk gezegd ook mensen van het KNMI, bestreden dat deze beving een direct gevolg was van de gaswinning.” Pas na een uitgebreid onderzoek van vijf jaar werd een direct verband vastgesteld. Het KNMI registreert gemiddeld zo’n dertig bevingen per jaar. In 2006 vond de tot nu toe zwaarste aardbeving (3,5 op de schaal van Richter) in Noordoost-Nederland plaats.