Nieuwe Waddenzee

Nederland verdient een gelukwens. De United Nations Educational Scientific and Cultural Organization (UNESCO) gunt de Waddenzee een plaats op haar Werelderfgoedlijst.

Daarmee is de Waddenzee officieel opgenomen in de rang van natuurgebieden van wereldformaat, en dus even uniek bevonden als bijvoorbeeld de Grand Canyon in Amerika en het regenwoud op Sumatra.

Werd de Waddenzee in het nabije verleden nog als een plas slik gezien die maar beter kon worden ingepolderd, inmiddels is duidelijk hoe bijzonder het getijdenkarakter het gebied heeft gemaakt. De Waddenzee werd van cruciaal belang als voedsel- en rustplek voor de vogeltrekroutes van Canada en West-Afrika tot Azië. Noordzeevis schiet er kuit, zeehonden bevallen er, en er ontkiemen zeldzame plantensoorten.

In dit licht zijn de Nederlandse reacties op de nieuwe status benepen. De onstoffelijke triomf dat wij kunnen bogen op een zo hoogwaardig natuurgebied, werd overschaduwd door de pavlovreactie van de mensen en bedrijven die vrezen voor „meer regels” voor hun economische bedrijvigheid. Meer regels betekent wat hen betreft bijvoorbeeld minder vrijheid om te vissen.

Aan hun voorbehoud werd ogenblikkelijk tegemoetgekomen door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Dat aanvaardde de „wereldwijde erkenning” van de Waddenzee en verklaarde direct dat de economie niet zal lijden onder de nieuwe status: het staande beheer van de Waddenzee zal worden gerespecteerd.

Dat betekent dat Nederland zijn enige Werelderfgoed op natuurniveau (onze andere Werelderfgoederen, zoals de molens op Kinderdijk, zijn cultureel) blijft blootstellen aan de geluidsoverlast van de militaire schietoefeningen op Vlieland, de komende gaswinning en mosselzaadvisserij. De mogelijke aanleiding voor extra natuurbescherming wordt kennelijk niet onderkend.

Integendeel, men ziet juist kansen voor nog meer exploitatie: er wordt gewezen op de verwachting dat de Werelderfgoedlijst de Waddenzee in toeristisch opzicht zal promoveren tot „trekpleister voor het hogere marktsegment”. Oftewel, een duurzame toeristenindustrie zou de rijke ecologisch geïnteresseerde bezoekers kunnen verleiden.

Maar hoelang komen die naar een gebied waar steeds minder vogels zullen zijn? Waar in het voorjaar twaalf miljoen ton mosselzaad wordt opgevist? Waarboven geknald wordt, waarin geboord en de bodem vernield wordt? En hoeveel nieuw toerisme kan het gebied aan? Het zijn vragen die, door de nieuwe status van het gebied andere antwoorden vereisen. Het prestige van de Waddenzee betekent niet dat de mens er moet worden geweerd. Juist niet. Er kan worden gerecreëerd, geleerd, genoten en ja, winst gemaakt. Maar nergens staat geschreven dat mensen meer recht hebben op het voorzien in hun levensonderhoud in de Waddenzee dan vogels, vissen, zoogdieren en planten.

UNESCO heeft de Waddenzee in de adelstand verheven, met haar natuur als argument. En adel verplicht.