Meesterzetten

Een verslaggever van het Amerikaanse VeloNews nam ruim een dozijn Europese gokhuizen onder de loep, en concludeerde dat er de komende Tour de France aan Alberto Contador weinig geld te verdienen valt. Een verdubbeling van de inleg is echt het maximaal haalbare.

De gokker die van een heus verzetje houdt, zet zijn geld beter op Vladimir Karpets (300 tegen 1) of Igor Anton (500 tegen 1).

Wie is er na Contador de minst spannende renner? Lance Armstrong. Gemiddeld 4 tegen 1. Dan volgen Andy Schleck, Cadel Evans en Denis Mensjov. Maar dan gaat het al van 7 tot 15 tegen 1. Bij Sastre begint het op te schieten: 18 tegen 1.

Ik las het artikel en moest denken aan het mailtje dat ik een week geleden ontving. Daarin stond deze zin: ‘Eigenlijk hadden we er een weddenschap op moeten afsluiten of Armstrong de Tour wint of niet.’ Het was een mail uit Duitsland.

Een paar dagen eerder had ik op de Wiesbadener Literaturtage opgetreden. Daar in Wiesbaden werd het me erg gemakkelijk gemaakt. Een acteur las met een uitmuntende intonatie en timing mijn (in het Duits vertaalde) teksten voor, waarna Thea Dorn, schrijfster, afgestudeerd filosofe, vrijzinnig wielerliefhebster die er zelf ook graag op de racefiets op uit mag trekken, compleet met ‘achterlijke’ pothelm omdat haar vriend daar nu eenmaal op staat, me op milde wijze en via een soort van glijdende schaal doorzaagde over de grote thema’s van het wielerleven: lijden, doping, gekte, humor, verlossing.

De nazit bij een Thai, en daarna de secundaire nazit in de even statige als wurgende hotelbar bracht het probleem Armstrong aan het licht. Is hij werkelijk van plan zijn achtste Tour te winnen? We dronken grote glazen witbier.

Thea Dorn maakte haar punt. „De man die nooit viel en nooit een lekke band reed, breekt wel mooi zijn sleutelbeen in het voorjaar. In de Giro ligt hij weer op de grond. Dat zegt iets over onaantastbaarheid, over psychische onaantastbaarheid.”

Ik repliceerde laf en geheel volgens de conservatieve wielerlogica: „Met Armstrong weet je het maar nooit.” Joop Zoetemelk herhaalde het immers tot in den treuren: ‘Parijs is nog ver.’

Maar hoe gaat het, in zo’n hotelbar? In toenemende helderziendheid begon ik Armstrong op de troon te hijsen. Ja, Armstrong is de te kloppen man. Dag Contador! Mijn finale argumentatie? Zijn ingebakken haat tegen alles wat Frans is zal hem tot occulte meesterzetten bewegen.

Gisteren zag ik een filmpje op het internet. Armstrong verkent de lastigste Alpenetappe. Mét jetlag maar in een furieus ritme klimmend, beschikt hij toch nog over voldoende zuurstof om tamelijk ontspannen in de lens kijkend anderhalve minuut vol te kletsen. Bijna deed ik een mail uitgaan: ‘wedden dat hij wint’.

    • Peter Winnen