Je wilt iets anders

Tegen een jonge vrouw sprak ik mijn verbazing uit over de modieuze wildgroei van tatoeages. Vrouwen, mannen, jong, oud (maar vooral jong), steeds meer mensen laten hun huid vol inkten met woeste schilderingen.

Soms zie je meer schildering dan huid. Hele schouderbladen en armen worden ermee overdekt. Even denk je dat ze in de open haard zijn gevallen, of met een gloeiende pook mishandeld, maar de trots waarmee de slachtoffers hun geteisterde huid tonen, weerlegt dat.

„Weet je dat ik ook zo’n tatoeage heb?” vroeg de vrouw toen ik uitgepraat was.

Ik keek haar ongelovig aan. Ze leek me niet het type dat zich in een obscure tatoeageshop vrijwillig liet mismaken.

„Echt waar.”

„Een klein liefdessymbooltje misschien?” vergoelijkte ik nog.

Ze trok een broekspijp op en liet me op haar linkerkuit een forse, zwarte inkerving zien. Daar hoefde je je ook als zeerover niet voor te schamen, terwijl je de kapiteinsdochter tegen haar wil gebruikte. Ik vroeg haar wat het voorstelde.

Ze haalde haar schouders op. „Niet veel. Het is een tribal tattoo. Bepaalde stammen hadden die vroeger. Die van mij is veertien centimeter. Ik wilde liever een kleinere, maar de tatoeëerder haalde me over een grotere en duurdere te nemen.”

„Hoe lang is dat nou geleden?”

„Een jaar of tien, ik was vijfentwintig. Ik had er twee weken later al spijt van.”

„Waarom deed je het dan?”

Ze trok de broekspijp met een zucht omlaag. „Je wilt iets anders, je bent op zoek naar iets eigens. Je probeert een beetje te choqueren, je wilt iets doen wat anderen niet van je verwachten. Zoiets.”

„Waarom kreeg je zo snel spijt?”

„Ik kreeg er veel opmerkingen over. Louter negatief. Men zei me keihard dat het lelijk en ordinair was en dat het niet bij me hoorde. Iedereen. Vriendinnen, collega’s – en vooral mannen. Dat hakte erin. Het gevolg was dat ik, tot op de dag van vandaag, geen rokjes meer durfde te dragen en goed op de lengte van mijn broeken moest letten. Nog gisteren piepte hij onder mijn broekspijp uit en vroeg een vriendin: nee toch, heb jij een tatoeage? Ik wil die reacties niet meer.”

Maar het was toch een onherstelbare beschadiging? Was de getatoeëerde niet voor eeuwig gebrandmerkt? Nee, gelukkig, ik liep weer eens achter.

„De technieken om ze te verwijderen worden steeds beter”, zei ze blij. „Vroeger hield je er een groot litteken aan over, maar dat hoeft niet meer, al is er altijd een risico. Ik ben al in contact met klinieken met de modernste lasertechnieken. Negen behandelingen, om de tien weken, 90 euro per behandeling. Ik wil er volgend jaar vanaf zijn.”

„Weet je het zeker? Ben je niet bang dat je twee weken later…”

Ze schudde heftig haar hoofd. „Uitgesloten. Ik heb er een afkeer van gekregen. Als ik het nu bij anderen zie, vind ik het zó lelijk.”

We namen afscheid. Als de nood aan de columnist kwam, kon ik altijd nog in de tatoeagebusiness gaan, bepeinsde ik. Een modern centrum opzetten. In de linkervleugel zette je de tattoos, in de rechtervleugel liet je ze weer verwijderen.

Zolang de mens steeds ‘iets anders’ wil, kun je rijk van hem worden.