In de koekjesfabriek van Fernandes is de zon de baas

Reclame maken ze niet. Als de zon schijnt, verkoopt hun product zichzelf. Op straat, op het strand, ja, overal in Rio de Janeiro. En de zon schijnt in Rio bijna altijd. De Biscoito Globo zijn er een begrip.

Als het regent, komt Igor Fernandes (35) zijn huis niet uit. Dan blijven zijn klanten ook binnen. Dus waarom zou hij op natte dagen geld verspillen aan een buskaartje naar zijn werk? Maar gelukkig, zo zegt Fernandes, schijnt de zon in Rio de Janeiro bijna altijd. „Anders zou ik het financieel niet redden. Ik heb zes kinderen en een vrouw die ik moet onderhouden.”

Sinds zijn 21ste is het beroemde strand van Copacabana Fernandes’ afzetmarkt. Daar sjokt de verkoper op zonnige dagen over het zand heen en weer om zijn waren te slijten. Vandaag is het rustig. Een stevig windje houdt het aantal strandliefhebbers beperkt. Op zijn koelbox, bij elkaar gehouden met tape, rust Fernandes even uit. In de box zitten bier en frisdrank. Zijn tenue bestaat uit een oranje shirt met daarop reclame voor ijsthee, witte shorts en een baseball petje. Zijn zwarte haren vertonen grijze plukjes. Op zijn kin en onder zijn neus stoppels van twee dagen oud.

Naast de koelbox staat een grote plastic zak. Daarin verpakkingen van Biscoito Globo, zakjes met krokante koekjes. Liefkozend streelt de hand van Fernandes de zak. „Hiermee verdien je echt geld. Mensen kopen een drankje bijna altijd in combinatie met Biscoito Globo.”

Biscoito Globo, je kunt er niet om heen in Rio. Overal wordt het verkocht. Bij de bakker, in de schoolkantines, op het strand, de straat, langs de snelweg tijdens files en in de trein en bus. Het koekje is licht, krokant, heeft de vorm van een donut, alleen heeft het geen vulling. Het is in een zoete en een zoute variant verkrijgbaar, het is sinds de jaren zestig op de markt, en het is gemaakt door wellicht het bekendste kleine familiebedrijf van de stad, Panificação Mandarino.

Aan de poort van Panificação Mandarino betaalt Fernandes voor één pakje biscuits omgerekend 18 eurocent. Maar zijn klanten op het strand tellen er 74 eurocent voor neer. „Dat tikt lekker aan”, zegt de koekjesverkoper met een lach. In de weekenden verdient hij rond de 18 euro per dag, terwijl in de zomermaanden de inkomsten op dagelijkse basis kunnen oplopen tot zo’n 37 euro. „Dan zijn de dagen langer en kun je meer afzetten.”

Omdat Fernandes ver van het centrum woont, in Penha, in het noorden van de stad, begint zijn werkdag vroeg. Rond een uur of vier ’s morgens staat hij op, pakt de bus naar het centrum van de stad, waar hij om zes uur in de rij gaat staan voor de bakkerij van Biscoito Globo.

Het bedrijfje ligt aan Rua do Senado, verdekt opgesteld tussen andere onbestemde firma’s in het oude deel van het centrum. Rond tien uur ’s ochtends is het er nog steeds een komen en gaan van ambulante verkopers. Onder hen zijn veel oudere mannen met afgeleefde gezichten en afgedragen kleren. „Er komen hier veel mensen die met de verkoop van onze koekjes hun pensioenen, als ze die al hebben, of hun salarissen aanvullen”, zegt Milton Fernandes, geen familie van Igor.

Milton Fernandes (70 jaar) is een van de vier oprichters van Panificação Mandarino. De nazaat van Spaanse immigranten is een rustige man, die er jong uitziet voor zijn leeftijd. Samen met twee broers en een Portugees begon hij in 1965 de koekjesfabriek en eigenlijk is er sindsdien niet veel veranderd. Crises, globalisering? Het heeft er allemaal geen invloed op. De vier mannen zijn nog steeds partners. Wel zijn ze intussen van hun vrouwen gescheiden.

Hoewel Biscoito Globo zo kenmerkend is voor Rio de Janeiro, heeft de lekkernij haar oorsprong in São Paulo. „Wij woonden en werkten aanvankelijk in São Paulo, maar zijn op een gegeven moment naar Rio gekomen, omdat we hier meer handel zagen. Het recept is hier vervolgens enigszins veranderd.”

In de hal van het fabriekje staat een houten tafel, met daarop wat notitieblokken en een bakje met gleuven voor muntgeld. In een bureaula ligt het papiergeld, een opmerkelijke plek in een stad waar je altijd op je hoede moet zijn voor beroving. Alles gaat in contanten. Hier wordt onder meer de verkoop aan de straat- en strandventers bijgehouden. Een computer ontbreekt. De automatisering is beperkt gebleven tot een rekenmachine. En nee, een kantoor heeft het koekjesfabriekje niet.

In de bakkerij zelf valt op hoeveel er nog met de hand wordt gedaan. „Er heeft wel eens een student onderzoek gedaan naar de productielijnen en daar hebben we kennis van genomen”, zegt Milton Fernandes.

Zijn 26-jarige zoon Marcello, met stoppelbaardje, staat al negen jaar in de zaak. Marcello draagt een zwarte broek, zwart shirt met lange mouwen en daarover een wit T-shirt met korte mouwen. Aanvankelijk was hij nog naar de universiteit gegaan, om business administration te studeren. In combinatie met werk bij de zaak van zijn pa. „Maar in de collegebanken viel ik altijd in slaap. Als 18-jarige kon ik hier veel geld verdienen, dus toen ben ik maar met mijn studie gestopt”, zegt Marcello.

Het onderzoek van de student kent hij. „We hebben wel eens naar zijn moderniseringsvoorstellen gekeken, maar er valt niet veel meer te doen dan wat we nu hebben”, zegt Marcelo.

Er zijn ovens, grote, waar de koekjes op een rek met wieltjes naar binnen worden gereden. Het mengen van het deeg gaat deels automatisch, maar het is de 30-jarige Jailton Cardoso die met de hand de mix bereidt. „Ik doe dit al tien jaar. Het is mooi werk, de sfeer is hier goed”, zegt hij. Cardoso verdient zo´n 295 euro per maand.

Reclame maakt het bedrijf nooit. Waarom zouden we, vraagt Milton Fernandes. „De zon is onze baas. Als die schijnt, verkoopt ons product vanzelf.” Met een grijns vertelt hij over de stoet van designers en marketingjongens die is langs geweest. Met voorstellen om het merk en zijn bekende logo te exploiteren. „Ik laat ze lekker hun gang gaan, ze hoeven van mij geen auteursrechten of zo te betalen. Het gaat ons om de koekjes”, zegt Fernandes. Dus zie je in de stad trendy winkels waar je slippers of T-shirts en tassen met het Biscoito Globo logo kan kopen. Voor pittige prijzen. „Allemaal gratis reclame voor ons”, vindt Fernandes

Dagelijks verlaten er tussen de 10.000 en 15.000 zakjes Biscoito Globo het fabriekje. En die zakjes worden allemaal met de hand ingepakt. Een groot deel van de koekjes gaat in papieren zakjes. Dat zijn de koekjes bestemd voor het strand of de straat.

In de ruimte naast de hal is te zien hoe dat gaat. Vliegensvlug stopt de inpakker, in totaal zijn er vijf aan het werk, tien koekjes in het papieren zakje met de afbeelding van het mannetje met een wereldbol als hoofd. Vervolgens houdt hij in elke hand twee hoekjes van het zakje vast en draait het heel snel enkele keren rond. Zo worden de papieren zakjes afgesloten, op een wijze die voor Biscoito Globo typerend is.

Essentieel, zo noemt Milton Fernandes de papieren verpakking voor zijn koekjes. Hij zegt: „Als de zon schijnt warmen ze vanzelf op, worden ze krokanter. Dan smaken ze extra lekker op het strand. Daarvoor is het van belang dat ze zo worden ingepakt.”

Een van de inpakkers is de 53-jarige Magali Peixoto. Al 35 jaar werkt de zwarte Braziliaanse op de koekjesfabriek. „Op een dag lag ik op het strand, ik was nog jong, kocht Biscoito Globo en dacht: ha lekker! Ik vroeg aan de verkoper of de fabriek nog mensen nodig had en hij zei: ja. Zo ben ik hier terecht gekomen.”

Zij vult gemiddeld 2.500 zakjes per dag, dat zijn 25.000 koekjes. Nooit heeft Peixoto, sinds zij hier werkt, iets anders gedaan. Of ze het leuk vindt? „Ja, en wat moet ik anders doen? Biscoito Globo is goed voor mij geweest.”

Dit is de tweede aflevering van een serie over het familiebedrijf in het buitenland. De eerste stond op 27 juni in de krant.

    • Philip de Wit