Het is pas goed als het catchy klinkt

Zowel in de mainstream als underground is muziek uit Zweden een succes.

Dat ligt niet alleen aan de kwaliteit, de Zweden weten hun muziek ook te verkopen.

De Zweedse Andreas Tilliander maakt aanstekelijke disco/dance. Een aanrader, zeggen kenners van de Zweedse muziek. (Foto Jesper Berg) Andreas Tilliander, Pressbilder tagna av Jesper Berg 2008 Å’t Adrian Recordings Berg, Jesper

Vrijdagavond in Stockholm. In de kelder van club Nalen presenteert Nemis, New Music in Sweden, vier aanstormende heavymetalgroepen. Ze werken zich in het zweet voor een handvol meisjes in latex korsetten en mannen met elastiekjes in hun baard.

Een paar blokken verder houdt de befaamde jazzclub Fasching de talentenjacht Urban 2009. ‘Ben jij de volgende grote ster in Zweden?’ schreeuwen de billboards al dagenlang de voorbijgangers in de straten toe. De rij voor de deur is eindeloos. En dit is niet eens een bijzondere avond. Een dag eerder presenteren drie bands hun nieuwe album in de Zweedse hoofdstad. En op woensdag laat jazz-zangeres Christiana Gustafsson haar nieuwe album horen.

Zweedse jazz-, rock- en popmuziek is populair, in Zweden en ver daarbuiten. De muziek doet het goed, in artistiek en commercieel opzicht. Dat is, in deze zware tijden, een unicum in de muziekindustrie.

De opmerkelijkste successen worden geboekt door onafhankelijke popmuzikanten en gevestigde producers. De muzikanten voeren de semi-underground scene aan; hun muziek wordt besproken op talloze web-logs, hun gezichten sieren menig muziektijdschrift, hun muziek klinkt op vele buitenlandse festivals. De producers op hun beurt regeren de reguliere hitparades en muziekzenders; zij zijn de mannen achter de hits van Britney Spears en Madonna.

Waarin schuilt het succes van de Zweden? In de melodie, zegt iedereen die je ernaar vraagt. „Zweden maken melodieën zoals Zwitsers horloges maken”, zegt Per Almqvist van rockband The Hives lachend. „Wij vinden een liedje pas goed als het catchy klinkt”, zegt Jacob Lind van folkduo Marching Band.

En al kan Nina Persson, zangeres van The Cardigans, ‘het gevoel’ niet omschrijven, haar Amerikaanse echtgenoot, bassist in Perssons nieuwe band A Camp, weet het wel. „Zweedse pop is goed geschreven, goed gearrangeerd en perfect geproduceerd. Zweden beheersen het ambacht van liedjesschrijven als geen ander.” De ‘Abba-formule’ noemen de Zweden het. Dat viertal scoorde in één decennium veel hits, van ‘Waterloo’, hun doorbraak op het Eurovisiesongfestival in 1974, tot ‘Thank you for the music’, hun gloedvolle afscheidslied in 1983. De muziek kenmerkt zich door mooie arrangementen, sterke composities, kloppende harmonieën en een technisch goed geluid.

De veelgeroemde melodie wordt overigens al op vroege leeftijd aangeleerd. Lang was muziek een verplicht vak op de basisschool en konden kinderen via school gratis een instrument huren. Inmiddels is het systeem financieel uitgekleed, het werd te duur, maar muziekonderwijs is nog altijd heel toegankelijk in Zweden.

Dat onderwijs biedt veel jongeren een uitweg. Op het platteland, waar het soms wel acht maanden per jaar donker is, is weinig te doen. Als tiener kun je, zeggen de leden van The Hives, kiezen uit twee soorten vermaak: sporten of musiceren. Zij kozen het laatste en betrokken, dertien jaar oud, een gitaar en een drumstel onder de arm, de kelder onder hun school. Zweden telt vele van zulke door school of gemeente gesubsidieerde oefenruimtes.

Uit die constante schemer komt ook de melancholie in de Zweedse popsongs voort. „Het is zwaar om in een zo donkere plaats te leven”, zegt Pia Kalischer van de Zweedse publieke radio. „Dat hoor je terug. Zweedse muziek is kind of blue.”

In Söderholm, een wijk in het zuiden van Stockholm, zijn de alternatieve cd- en platenzaken. Zweeds zelfvertrouwen spat uit hun etalages. Zangeres Fever Ray prijkt naast de nieuwe Neil Young; A Camp met Nina Persson glinstert naast U2. „En”, zegt de verkoper binnen, „ze liggen er niet alleen om hun mooie smoeltjes. Ze verkopen ook goed.” Vooral de dreigende, sferische soundscapes van de excentrieke Fever Ray doen het goed. Haar gelijknamige soloalbum is een intrigerend samenraapsel van elektronische klanken, haar stem klinkt bij vlagen alsof hij robotgestuurd is.

Het is opvallend dat grote platenlabels als EMI en Sony het nakijken hebben bij het Zweedse succes, dat toch vooral voor rekening komt van de zogenoemde indie’s, onafhankelijke artiesten op eigen of kleine platenlabels. En, ook opvallend, de vrouwen zijn het succesvolst.

Hoofdredacteur Pierre Hellqvist van muziekblad SonicMagazine heeft hun opkomst gezien. Niemand herinnert zich wie de eerste was, maar zeker is dat vrouwen als Karin Dreijer alias Fever Ray en de oorspronkelijk uit Noorwegen afkomstige Ane Brun, die een eigen platenlabel oprichtte, hebben bijgedragen aan het succes van de indie’s. „Fever Ray heeft eerder met haar duo The Knife laten zien dat je niet bij een multinational hoeft te tekenen. Je kunt het op je eigen manier doen en toch behoorlijk veel succes hebben”, aldus Hellqvist.

De indie’s leunen zwaar op internet, zowel bij het maken als het verspreiden van hun muziek. Op internet hebben de artiesten een grote trouwe schare fans; inmiddels telt het net vele digitale radioprogramma’s, weblogs en sites die louter en alleen aan Zweedse popmuziek zijn gewijd.

De publieke omroep claimt ook haar aandeel in het Zweedse succes. Toen Pia Kalischer ruim tien jaar geleden aantrad zond P3, te vergelijken met het Nederlandse 3FM, 30 procent Zweedse muziek uit, geschreven en geproduceerd door Zweden. Kalischer trok dat al snel op naar 35 procent en later naar 40 procent en meer. „Dat quotum is ons niet opgelegd door de regering, maar een deel van onze publieke missie is lokale cultuur te ondersteunen.”

Niet alleen maken de Zweden kwalitatief goede muziek; ze zijn ook in staat deze te verkopen. Na Amerika en Engeland is Zweden nummer drie op de lijst van muziek exporterende landen. De inkomsten uit de export van Zweedse muziek bedroegen in 2006 2.132 miljoen kronen (circa 180 miljoen euro).Een aanzienlijk deel komt van circa 25 Zweedse producers die hits maken voor Angelsaksische artiesten als Back Street Boys, Britney Spears, Celine Dion en Jennifer Lopez. Max Martin, Anders Bagge en Andreas Carlsson zijn de bekendsten; Britneys eerste hit ‘Baby One More Time’ bijvoorbeeld, is van Martin.

Een goede technische infrastructuur, een uitgebreid netwerk en een gedegen imago hebben ervoor gezorgd dat Zweedse muziek het goed doet op diverse markten, zegt Anders Hjelmtorp, directeur van Export Music Sweden. Op gevestigde muziekmarkten als Amerika, Groot-Brittannië en Nederland, en op nieuwe muziekmarkten als China, Japan en Indonesië. Voor de Chinese en de Japanse markt worden bestaande liedjes overigens aangepast aan de lokale smaak. De muziek wordt dan opnieuw in Stockholm opgenomen, met Chinese stemmen, en geproduceerd dat het klinkt als pop uit de late jaren tachtig/negentig, als The Cardigans en Ace of Base. „Want daar houden de Chinezen nu van”, zegt Hjelmtorp.