Groeninks oogappel

Het levenloze lichaam van de vermiste oud-ABN Amro-bestuurder Boumeester is zondag in een bos gevonden.

Volgens berichten was hij depressief.

Hij was de oogappel van Rijkman Groenink, en werd daarmee vanzelfsprekend genoemd als beoogde opvolger van de bestuursvoorzitter van ABN Amro. Zeker toen Huibert Boumeester in het najaar van 2006, op instigatie van Groenink, tot lid van de raad van bestuur werd benoemd.

Zijn lange carrière bij de bank leek daarmee bekroond. Maar het liep anders. In het jaar na Boumeesters aantreden werd ABN Amro verkocht aan een consortium van drie buitenlandse banken waar de raad van bestuur niets van moest hebben. Voor die ouwe hap was geen plaats meer. Boumeester ruimde onopgemerkt het veld.

In een bos nabij Windsor, even ten westen van Londen, werd zondag het lichaam van Boumeester gevonden. Hoewel officiële identificatie nog moet worden afgerond, verklaarde zijn familie gisteren dat het „zeer waarschijnlijk” om Boumeester gaat. De 49-jarige Nederlander laat een vrouw en drie kinderen achter.

Vorige week verschenen er in verschillende media berichten dat Boumeester depressief zou zijn. Zijn zuster Pamela Boumeester weersprak dat echter in NRC Handelsblad. Ze erkende dat haar broer niet in zijn beste doen was, maar na een lange periode van heroriëntatie inmiddels weer bezig was met solliciteren.

Bij ABN Amro, waar hij ruim twintig jaar gewerkt heeft, stond Boumeester bekend als een ambitieus man, die hard werkte, veel van zijn mensen vroeg en een internationale bril op had.

Boumeester woonde al ruim vijftien jaar in het buitenland, de laatste negen jaar in Londen. Al bij zijn sollicitatie in 1987 lag het voor de hand dat Boumeester een internationale carrière tegemoet kon zien. Hij werd aangenomen in het zogeheten buitenlandklasje van toen nog alleen ABN. Na een eerste kennismaking op de afdeling bedrijfskredieten in de regio Utrecht werd hij spoedig uitgezonden naar het Verre Oosten. Daar zat hij achtereenvolgens in Hongkong, Singapore en Kuala Lumpur.

Begin 2000 werd hij door Rijkman Groenink, de toen net benoemde bestuursvoorzitter, naar Londen gehaald. En van 2004 tot zijn benoeming in de raad van bestuur was hij bestuursvoorzitter van Asset Management, de divisie voor professioneel vermogensbeheer, met 170 miljard euro onder beheer. Volgens betrokken medewerkers zette Boumeester als nieuwe baas voortvarend het mes in die organisatie, waarbij hij in zijn ogen luie medewerkers niet spaarde.

Dat Boumeester in het najaar van 2006 tot de raad van bestuur werd geroepen kwam voor naaste collega’s niet als een verrassing. Hij was er ambitieus en ijverig genoeg voor. En vooral: hij was een vriendje van topman Groenink.

Binnen de raad van bestuur kreeg Boumeester geen directe bankierstaken onder zijn hoede, maar twee verantwoordelijkheden die binnen de bank al snel aan gewicht zouden winnen: risicomanagement en strategie. Als hoofd corporate development speelde Boumeester een voorname rol in het strategische spel dat in 2007 tot het einde zou leiden van ABN Amro als zelfstandig bedrijf.

Om de druk van activistische aandeelhouders te pareren had Groenink, mede op aangeven van Boumeester, gekozen om in april 2007 een vriendelijke ‘fusie’ met de Britse bank Barclays aan te gaan. Als trouwe adjudant van Groenink was Boumeester herhaaldelijk bereid de voordelen van dat huwelijk zowel intern als aan beleggers en journalisten uit te leggen. In de loop van het jaar werd Boumeester nog belangrijker, door de plotseling ontstane vacature van chief financial officer te vervullen.

Zijn campagne én die van Groenink mochten niet baten. Een concurrerend bod van een consortium van drie buitenlandse banken (Royal Bank of Scotland, Santander en Fortis) was voor beleggers onweerstaanbaar: ruim 71 miljard euro.

Boumeester ruimde vorig jaar maart het veld. Zonder al te veel ruchtbaarheid, zonder persbericht. Hij kreeg nog wel een afscheidsreceptie. Volgens een aanwezige kwamen daar niet erg veel collega’s op af.

    • Philip de Witt Wijnen