En nu wilde Gerda Verburg ook wat met sprinkhanen

H et ministerie van Landbouw hield een persconferentie over duurzaam eten. ‘Wilt u weten welke kant minister Verburg op wil, en ook gelijktijdig nog een gebakken insect wilt proeven, dan bent u welkom’, stond er in het persbericht. Ik geloofde dat ik dat wel wilde.

De laatste keer dat ik een gebakken insect at was in de zomer van 1999, toen ik in Mexico grote hoeveelheden sprinkhanen naar binnen werkte. Ze waren trouwens niet gebakken, maar gefrituurd. Eigenlijk waren het chips met vleugeltjes en oogjes. Heel lekker.

En nu wilde Gerda Verburg ook wat met sprinkhanen, en vleesloze bitterballen, en biologische meervallen, in het kader van de duurzaamheid. Of, zoals een CDA-minister dat dan zegt: „Het tij moet gekeerd worden en dat gaan we met zijn allen doen.” In de kantine van haar ministerie waren vitrines ingericht met duurzaam voedsel. „Dit zijn de duurzaamheidsuitdagingen”, zei Gerda Verburg, en ze wees naar een vitrine vol droge insecten. „En hier zien we vormen van kippenvlees.”

De aanwezige landbouwjournalisten waren hard en kritisch. Ze vonden dat Gerda Verburg wetten moest maken om mensen te verplichten om duurzaamheidsuitdagingen te eten. Eén journalist hield ontzet een McDonald’s-folder omhoog die hij ’s ochtends op het station van Den Haag gekregen had. „Dit is reclame voor ontbijtburgers. Wat gaat u daaraan doen?” Maar Gerda was niet van de wetten en van het verbieden. „Ik heb geen zweep ergens hangen”, zei ze. „Ik ben gericht op verleiden.”

Zo kreeg ik een heel nieuwe visie op Gerda Verburg. En ook op sprinkhanen. Want in de kantine van het ministerie van Landbouw zagen die er ineens helemaal niet meer zo lekker uit als op de markt in Oaxaca, Mexico. De sprinkhanen waren groot, en hadden nogal geprononceerde ledematen. Ook waren ze niet gefrituurd, maar gevriesdroogd.

Geen van de journalisten wilde een sprinkhaan eten, en Gerda Verburg ook niet. Ook niet toen ze daartoe werd aangespoord door de aanwezige fotografen. Ze wilde de sprinkhaan wel in de buurt van haar gezicht houden en er wat mee poseren, maar ze at hem niet op. „Ik moet zelf ook nog een beetje wennen”, zei ze.

Gerda Verburg is een echte boerendochter. En een boerendochter eet geen gevriesdroogde sprinkhanen. Ook niet als ze minister van Landbouw is, en ook niet als ze het volk wil verleiden om sprinkhanen te eten.

Het nam me voor haar in.

Aaf Brandt Corstius