Duits hof: uitstel ratificatie verdrag

Duitsland mag voorlopig niet instemmen met het nieuwe Europees Verdrag van Lissabon. Het is weliswaar verenigbaar met de Duitse grondwet, maar de nationale parlementaire inspraakrechten wat betreft Europese integratie moeten worden versterkt, voordat de ratificatie van ‘Lissabon’ verder kan gaan.

Dat is de essentie van een uitspraak die het Bundesverfassungsgericht, het hoogste constitutionele hof van Duitsland, vanmorgen heeft gedaan. Het hof moest de klacht behandelen van een aantal Duitse politici die tegen het Verdrag van Lissabon zijn, omdat dit te veel bevoegdheden aan Europa zou afstaan. Dat zou strijdig zijn met de Duitse grondwet.

In een buitengewoon gedetailleerd en omvangrijk vonnis van 147 pagina’s oordeelt het hof in Karlsruhe vandaag dat eerst de inspraak van Bondsdag en Bondsraad – de hoogste democratische instituties van Duitsland – moeten worden versterkt, voordat de Duitse president Horst Köhler het EU-verdrag definitief kan goedkeuren. Naar verwachting zal de Bondsdag, het Duitse parlement, hiervoor in een speciale zitting op 26 augustus bijeenkomen.

Volgend jaar zou het nieuwe EU-verdrag in werking moeten treden. Behalve door Duitsland is het ook nog niet goedgekeurd door Ierland, Polen en Tsjechië. Ierland houdt er dit najaar een tweede referendum over.

Paul Kirchhof, jurist en autoriteit op het gebied van de Duitse grondwet, zei dat de uitspraak de burgerrechten versterkt. „Het is een goede dag voor de burger en voor Europa. Het parlementarisme op nationaal niveau moet van de rechter worden verbeterd. Tegelijk oordeelt het hof dat ‘Lissabon’ in overeenstemming is met de Duitse grondwet.”

Bondsdag en Bondsraad zijn vorig jaar formeel akkoord gegaan met het nieuwe EU-verdrag. De klagers die naar het hof stapten hebben deels gelijk gekregen. „Onze vasthoudendheid wordt beloond. De burger krijgt in Duitsland meer over Europa te zeggen.”