Candover blijft nog even in leven

Het is nog niet voorbij voor Candover. De man met de zeis kwam begin maart langs bij de Britse bedrijvenopkoper, maar bijna vier maanden later lijkt Candover ternauwernood te zijn ontsnapt. De firma heeft de onderhandelingen over een uitverkoop stopgezet en bagatelliseert de noodzaak om extra aandelenkapitaal binnen te halen. Het zou een tijdelijk uitstel van executie kunnen zijn. Maar Candover heeft zichzelf tenminste een kans op overleving bezorgd.

Candover kon gebruikmaken van twee reddingsboeien: een opleving van de markten en het afstoten van zijn belang in Wood Mackenzie. De eerste heeft een potentieel herstel van de waardering van zijn portefeuille geloofwaardiger gemaakt, na een halvering van de waarde eind vorig jaar. De tweede – een verkoop voor 553 miljoen pond van het oliebedrijf WoodMac aan Charterhouse Capital – heeft de schulden helpen reduceren, en een winstdeling opgeleverd.

De firma gaat ervan uit nu de 90 miljoen pond aan resterende verplichtingen jegens haar uit 2005 daterende fonds te kunnen voldoen, maar lijkt daarbij te veronderstellen dat zij niet het volle pond op tafel zal hoeven leggen of dat WoodMac niet het laatste belang zal zijn dat zal worden verkocht. Candover bouwt weinig marges in. Volgens zakenbank Cazenove zou het vreemd vermogen op 35 procent uitkomen als de firma tot de bodem zou moeten gaan. Dat zou in overeenstemming zijn met de van tevoren gemaakte afspraken, maar misschien niet met de daarin opgenomen beperkende voorwaarden.

Candover moet nog steeds de eigendomsstructuur ontmantelen – een beursgenoteerde holding die eigenaar is van een beheersfirma en in de onderliggende fondsen belegt. Die structuur heeft het bedrijf bijna de kop gekost. Maar de onmiddellijke prioriteit is het nemen van een besluit over het lot van het in 2008 opgezette fonds, dat met 5 miljard euro begon, maar moest worden teruggeschroefd naar 3 miljard euro. Vervolgens trok de beursgenoteerde holding haar toegezegde 1 miljard euro terug, waardoor de overige veertig partners in de verleiding moeten zijn gekomen eveneens weg te lopen. In dat geval zou er slechts een geraamte van Candover overblijven, dat zich nog louter zou kunnen bezighouden met het beheer van de bezittingen uit eerder opgezette fondsen.

Maar beleggers zijn misschien beter af als ze wat minder geld inleggen dan ze aanvankelijk hadden toegezegd, waardoor een kleiner fonds van zo’n 500 miljoen euro kan worden ingericht. Dat zou het management van Candover aan het werk houden, zodat ze op zoek kunnen gaan naar nieuwe deals als de economie aantrekt. Een betere kwaliteit en beter gemotiveerde managers zouden uiteindelijk ook tot betere verdiensten uit de oude portefeuille moeten leiden. Ondertussen blijft de toekomst van Candover natuurlijk ongewis, maar dat is al een stuk beter dan wat eerder leek te gaan gebeuren.

Jeffrey Goldfarb

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen:www.breakingviews.com