Braziliaanse mieren ruimen op Aswoensdag de confetti op

Rivane Neuenschwander/ Cao Guimarães: ‘Aswoensdag/Epiloog’, 2006.

Expositie Brazil Contemporary. T/m 23/8 in Boijmans Van Beuningen, het NAi en t/m 29 sept in het Nederlands Fotomuseum. Info. www.brazilcontemporary.nl * *

Ervaren Brazilië-vaarders zeggen dat het land een omnivoor is, dat alle invloeden van buiten opslokt, verteert en er iets van maakt dat op een heleboel dingen tegelijk lijkt. Brazilië is ook een land van overtreffende trappen en tegenstellingen: lelijkste steden, mooiste skyline, beste voetballers, kleinste bikini’s, idiootste carnaval, mooiste regenwoud, smerigste lucht, aardigste mensen, meeste geweld. Elke poging om Brazilië te categoriseren loopt uit op een farce.

Zie het probleem van de manifestatie Brazil Contemporary, die op een heleboel plekken in Rotterdam wordt gehouden maar zich voornamelijk afspeelt in drie musea. Brazil Contemporary probeert namelijk wel een helder overzicht te bieden, maar dat mislukt door de versnipperde opzet. Waarom hebben de deelnemende instellingen niet de handen werkelijk ineen geslagen en één centrale tentoonstellingsplek aangewezen?

Het NAi houdt het relatief simpel: daar spitst men zich toe op São Paulo, de grotesk lelijke megalopolis met twintig miljoen inwoners die zich sinds het eind van de 19de eeuw als een gezwel heeft uitgebreid zonder dat daar een architect of stadsontwikkelaar aan te pas lijkt te zijn gekomen. In het NAi is de zaal van de eerste verdieping omgetoverd tot een amfitheater met reusachtige beeldschermen. Afhankelijk van welke kant je op kijkt, spoel je na een regenbui mee met het straatstof in een favela, zonnebaad je op het dak van een gestapeld villacomplex in een gated community, of schreeuw je mee met voetbalsupporters in een oververhit stadion. Informatie over de stad is er wel, maar mondjesmaat. Teksten ontbreken of zijn zo oppervlakkig (een stukje geschiedenis, een stukje tegenstelling arm-rijk) dat ze weinig toevoegen. De sensatie van krankzinnig veel en groot – díe telt.

Anders is dit in het Fotomuseum. Daar is de ruimte benauwend opgedeeld door schotten, waartussen een lichting jonge, weinig opzienbarende kunstenaars in sneltreinvaart voorbij dendert. Richtinggevende topfotografen, zoals Ricardo Reis, Magnum-fotograaf Miguel Rio Branco of World-Press winnaar Sebastião Delgado ontbreken. Waarom? Omdat ze tot ver over de landsgrenzen bekend zijn? Omdat hun werk ook thema’s buiten Brazilië belicht? Omdat hun werk té ongemakkelijk is voor een evenement dat vooral vrolijkheid en kleur moet uitstralen?

De beste tentoonstelling is te zien in Boijmans Van Beuningen. Daar is gepoogd om met een blik op een niet eens zo heel ver verleden drie onbekende kunstenaars te presenteren samen met twee wereldberoemde. Conceptuele held Helio Oiticica maakt sinds eind jaren vijftig installaties en ingrepen die zowel idealistisch als wonderschoon zijn. Ernesto Neto (1964) is een relatief jonge kunstenaar die internationaal furore maakt op Biënnales met even efemere, als reusachtige, gekleurde pantyconstructies. Boijmans toont een werk van Neto uit de eigen collectie: een schitterende ‘doe’-installatie waar de bezoeker zich liggend op zijn rug in een lichtgevende grot waant waar alles voortdurend in beweging is.

Grote, onbekende verrassing is filmmaker en videokunstenaar Cao Guimarães. Samen met Rivane Neuenschwander maakte hij het beste werk van de hele manifestatie: een zes minuten durende, poëtische ode aan een mierenkolonie die op Aswoensdag, de dag na het carnaval, de confetti opruimt. Op ritmisch getik, gepiep en geknars (een geweldige score van O Grivo) sjouwen, tillen en wiebelen de mieren met hun felgekleurde last. Naijver is uit den boze – roze is even mooi als parelmoer of azuurblauw – het werk gaat onverstoorbaar door en bij een ingewikkelde feestversiering vindt overleg plaats. Quarta-Feira de Cinzas/Epilogue laat misschien een tipje Brazilië zien, maar had evengoed in Argentinië, Spanje of willekeurig welk katholiek land opgenomen kunnen zijn. En dat is waar het uiteindelijk om hoort te gaan.

    • Lucette ter Borg