Bij jeugdigen moet advocaat aanwezig zijn

Bij het verhoor van jeugdige verdachten moet een advocaat of een vertrouwenspersoon aanwezig zijn. Volwassen verdachten hebben alleen een consultatierecht. Zij moeten met een advocaat kunnen overleggen voor het politieverhoor.

Deze uitleg gaf de Hoge Raad vanochtend in Den Haag aan een arrest van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak-Salduz tegen Turkije. Volgens dit arrest van eind vorig jaar hebben verdachten in landen die het Europese Verdrag voor de rechten van de mens ondertekenden, recht op „voldoende praktische en effectieve toegang tot een advocaat vanaf het eerste politieverhoor”. Sindsdien werd onder strafrechtjuristen gedebatteerd over de vraag of dat een recht op aanwezigheid bij het verhoor inhield of alleen voorafgaand aan het verhoor. De Hoge Raad beslist nu dat het allebei betekent. De zaak-Salduz ging over een minderjarige jongen die een bekentenis deed bij een verhoor en daarna drie jaar cel kreeg. De Hoge Raad volgt hiermee de onafhankelijke adviseur, advocaat-generaal Knigge. Consequentie is dat een verdachte bij arrestatie op de hoogte moet worden gebracht van dit recht. Als dat niet gebeurt, mag informatie uit het verhoor niet worden gebruikt.