Weemoed en zwarte zelfhaat

In Gary kun je de ontdekker van Michael Jackson zomaar tegen het lijf lopen.

Hij begrijpt wel waarom de popster zijn zwarte wortels had uitgewist.

In Gary, de vervallen geboortestad van Michael Jackson, hangt dit bord er al veertig jaar. (Foto ZUMA Press) In Gary, de vervallen geboortestad van Michael Jackson, hangt dit bord er al veertig jaar. Foto ZUMA Press The marquee of the closed Palace theatre on Broadway still displays the opening night for The Jackson Five, Gary, Idiana, August 2, 2007. Nick Whalen/ZUMA Press. The Jackson family hails from Gary, Indiana. The city was built by US Steel in 1906 and reached it's peak during the mid-twentieth century and has been faced with massive job loss, white flight, violence and drugs since the 19070's. The city has the highest population percentage of African Americans in the country at 85.3or cities of 100,000 or more, according to the US Census Bureau, 2000. It has made Morgan Quitno's Zuma Press

In downtown Gary hangt het bord na meer dan veertig jaar nog steeds op de luifel van het Palace-theater. Niet alle plakletters hebben het overleefd, en de F is een beetje scheef gaan staan: ‘JACKS N FIVE TONITE’. Het stamt uit de naamloze periode van de Jacksons, medio jaren zestig, toen ze nog bijna wekelijks in hun geboortestad optraden. In Gary (100.000 inwoners) hing een sfeer van tomeloos optimisme. Toen wel. De straffe apartheid van Indiana was bijna voorbij.

Staalarbeider Servant Gordon Keith was die dagen een grote jongen in Gary. De Jacksons waren ook een beetje van hem. Op zijn platenlabel Steeltown Records brachten ze in 1968 hun eerste single uit, ‘Big Boy’. Het voelde als het begin van iets groots – al zou vrijwel niemand het plaatje kopen. En het was voorbij voordat hij het in de gaten had. Motown zette zijn zinnen op de Jacksons, en Keiths contracten met vader Joe Jackson waren niets waard: „Ik was een kleine jongen, ik moest gewoon oprotten”.

Keith (70) woont nog altijd een paar kilometer van Jacksons geboortehuis. Hij loopt met een stok, en draagt een goudkleurig overhemd en witte schoenen. Voor hem is Michael Jackson altijd Mike gebleven. Mike paste bij die tijd, vertelt hij. De wereld lag aan hun voeten. „Er waren geen grenzen, wij waren vrij, en hij liet het zien.”

Het bedrog van vader Joe Jackson stemt hem nog steeds bitter. Ze woonden bij elkaar om de hoek. „Hij was een vriend, zei hij.” Er zijn later klappen gevallen, „het was heel smerig allemaal”, en Keith houdt zich vast aan het contact dat hij heeft met een biograaf van Jackson, en hoopt dat hij alsnog als „de ontdekker van Mike” de geschiedenis ingaat.

Met Steeltown Records werd het nooit meer wat. De bands die hij contracteerde „hadden niet het talent en de discipline van Mike”. Van het label is nu alleen nog een MySpace-pagina over. En zijn geld is op. Als het zo doorgaat moet hij volgende maand zijn huis uit. „Het is met mij gegaan als met Gary”, zegt hij. „Neerwaarts, steeds verder neerwaarts.”

Over de redenen van het verval van Jacksons geboortestad wordt verschillend gedacht. Maar raciale tegenstellingen speelden zeker een rol. De binnenstad is een verzameling leeggeroofde, ingestorte, en uitgebrande panden. De middenstand vertrekt: zelfs de christelijke boekhandel op Broadway heeft het opgegeven.

Gary is een stad met twee identiteiten. Het is een voorstad van Chicago, een metropool met een grote Afro-Amerikaanse gemeenschap. Tegelijk ligt Gary in de staat Indiana, een van de meest blanke staten van de VS.

„Oh, man, wat was dat erg”, zegt Keith over de jaren van de blanke onderdrukking. De zwarte bevolking zat opgesloten in een buurt, Midtown, waar ook de familie Jackson woonde. In alle andere wijken konden Afro-Amerikanen niet terecht. Keith herinnert zich dat hij en de familie Jackson het bijna altijd hadden over „de blanke klootzakken” die hen onder de duim hielden

Eenderde van de bevolking van Gary was destijds al zwart, en begin jaren zestig merkte de Afro-Amerikaanse gemeenschap dat zij politieke macht had. In 1963 koos het Richard G. Hatcher in de gemeenteraad, een jonge zwarte jurist, en hij dwong op grond van de Civil Rights Act af dat zwarte inwoners van Gary voortaan konden wonen waar ze wilden.

Het werd een episch gevecht. De blanke bevolking verzette zich met alle middelen. Ze probeerden hem om te kopen, beschoten zijn huis, en in sommige buurten gingen ze met een megafoon door de straten als hij op bezoek kwam: „Alarm! Een neger in de buurt!”

Hatchett was bevriend met Joe Jackson, en de lokale populariteit van de Jacksons was voor hem een politiek wapen. Dominee Jesse Jackson steunde hem, Martin Luther King was op zijn hand – maar zijn relatie met de muziekfamilie (die zich formeel buiten de politiek hield) was goud waard in Gary. „De jongens waren het bewijs dat onze vrijheid tot iets positiefs leidde.”

De straffe hand van Joe, later zo vaak gelaakt, was in die tijd juist één van de punten waarvan Hatchett opgaf. „Ik zei: kijk, hij heeft zeven jongens en weet ze allemaal op het rechte pad te houden.” Hatchett werd een nationale bekendheid door zijn strijd tegen de apartheid. In 1967 was Gary één van de eerste Amerikaanse steden die een zwarte burgemeester kozen. Zijn leus: ‘We Are One’.

Daarna kwam het verval. Michael Jackson verliet Gary in 1969 op elfjarige leeftijd, en de blanke bevolking ging met hem mee. Makelaars deden aan block bussing: ze waarschuwden blanke bewoners zodra een zwarte in hun buurt een huis had gekocht.

Bovendien pakte Hatchett, die twintig jaar burgemeester zou blijven, de belastingvoordelen aan die eerder aan U.S. Steel waren gegund. U.S. Steel sloot steeds meer onderdelen in Gary. En Hatchett ging de strijd aan met het illegale gokcircuit en de corruptie in de stad, zodat ook de informele economie in elkaar stortte.

Nu is de blanke bevolking er vrijwel verdwenen. Met 85 procent Afro-Amerikanen is Gary de zwartste stad van de VS met één van de slechtst lopende economieën in het land. Gary is diverse malen uitgeroepen tot crimineelste stad van Amerika. Michael Jacksons geboortestad groeide uit tot symbool van Afro-Amerikaans slachtofferschap en onvermogen. Servant Gordon Keith zag dat de popmuzikant steeds blanker werd. Het had natuurlijk te maken met „al die ellende die Joe hem heeft in zijn jeugd aandeed”, zegt hij, maar als hij zelf het geld zou hebben gehad om zijn Afro-Amerikaanse wortels uit te wissen, had hij het ook gedaan. „Ik denk dat ik Mike wel begrijp. Wat hebben wij nou nog om trots op te zijn?”

Richard Hatchett zegt dat Jackson door zijn successen werd verblind. De ex-burgemeester weet nog dat hij in 1984 telefoon kreeg van een medewerker van Jackson. Hij had zoveel geld verdiend aan het album Thriller dat hij iets terug wilde doen: had Hatchett suggesties? Dat was niet zo moeilijk. Met alle problemen in Gary kon hij zo een lijst opdreunen.

Twee weken later belde de adviseur terug. Michael wilde toch liever een standbeeld van zichzelf, vertelt Hatchett. De burgemeester kon het voorstel alleen maar afwijzen. „Hij had elke voeling met zijn stad verloren.”

    • Tom-Jan Meeus