Wacko Jacko was inwezen erg normaal

De afgelopen dagen werd ‘Wacko Jacko’ getypeerd als bizar, persvers en megalomaan.

Maar Michael Jackson was grenzeloos gewoon.

(Illustratie Daisy Erades) Human after all. Neverland Illustratie Daisy Erades Erades, Daisy

Als Michael Jackson was blijven leven, was hij vermoedelijk op 13 juli begonnen aan een serie van vijftig concerten in de 02 Arena in Londen. Een onmogelijke opgave, zo viel de afgelopen dagen in verschillende beschouwingen te lezen, een teken van Jacksons megalomanie.

Maar zo onmogelijk en megalomaan was Jacksons onderneming niet. Twee jaar geleden gaf Prince, die andere zwarte muzikant uit 1958 die een groot blank publiek weet te behagen, in anderhalve maand tijd in dezelfde zaal met een capaciteit van 20.000 bezoekers 21 concerten plus nog een stuk of twintig middernachtelijke optredens in kleinere zalen. Veertig concerten in totaal dus, niet dramatisch veel minder dan de serie van Jackson die met zijn vijftig optredens natuurlijk Prince wilde overtreffen en laten zien dat hij de koning van de pop was en Prince de prins.

Michael Jackson toonde zich met zijn serie van vijftig concerten ook als een moderne, rationele zakenman. Hij besefte dat optredens in het tijdperk van het downloaden voor hem de enige manier waren om zijn geldnood te lenigen.

Wedijver en geldzucht, en niet megalomanie, lagen dus ten grondslag aan de voorgenomen poging om Prince’s wereldrecord ‘aantal concerten in korte tijd in één stad’ te verbeteren. Het zijn drijfveren die bijna alle stervelingen kennen.

Ook de meeste andere eigenschappen en gedragingen van ‘Wacko Jacko’, die de laatste dagen zijn gekwalificeerd als bizar, knettergek en zelfs pervers, zijn algemeen en menselijk. De verbouwing van zijn landgoed tot pretpark Neverland past bijvoorbeeld in de trend dat een steeds groter deel van de westerse wereld in beslag wordt genomen door pret- en attractieparken, urban entertainment centers, vakantiedorpen, shopping malls en andere enclaves waar de moderne burger zijn vrije tijd rimpelloos kan doorbrengen. Het enige verschil is dat Jackson het zich dankzij zijn fortuin kon veroorloven zijn eigen pretpark te bouwen. Voor hem was zijn wereld maakbaar.

Ook zijn lichaam was voor Jackson maakbaar. Maar er is niets bijzonders aan de verbouwingen van zijn gezicht – miljoenen mensen, onder wie Madonna, ook uit 1958 overigens, laten dat doen. Ook de drijfveer om zich te laten veranderen van een knappe, aandoenlijke zwarte jongen in een blanke griezel deelt hij met anderen: de angst om ouder te worden.

Alleen ging Jackson in zijn lichaamsverbouwingen een stap verder dan de meesten. Hij probeerde niet zijn jeugd te behouden, maar terug te gaan naar zijn jongensjaren, hem ontnomen door zijn vader die hem had gedrild tot popster. Om dezelfde reden omringde hij zich in zijn pretpark Neverland met jongetjes.

Ook gewoon was Jacksons winkelwoede. Sommige cultuursociologen beschouwen shopping als de ‘laatste sociale activiteit’ van de hedendaagse westerse mens. En blijkens een onderzoek van acht jaar geleden bleek dat 15 procent van de Nederlandse bevolking verslaafd was aan winkelen. Velen van hen beschouwen winkelen als middel tegen neerslachtigheid. Het verschil met gewone stervelingen is dat Jackson genoeg geld had om hele winkels leeg te kopen.

Ook aan de wijze waarop Jackson zijn drie kinderen heeft gekregen, is niets ongewoons. In een documentaire over zijn leven gaf Jackson toe dat in ieder geval zijn derde kind een reageerbuisvrucht was die was ingeplant bij een draagmoeder. Hoe zijn twee oudste kinderen precies zijn geconcipieerd, bleef onduidelijk, maar zelfs als deze ook kunstmatige-inseminatie-kinderen of geadopteerde kinderen zijn, heeft Jackson alleen maar gedaan wat miljoenen Amerikanen en Europeanen ook deden en doen.

Zijn omgang met zijn kinderen was wel een beetje ongewoon. Dat ze alleen gemaskerd de straat op mochten is raar, maar toch ook weer niet zo heel vreemd, als je zag dat Jackson en zijn kinderen voortdurend worden belaagd door fotografen, journalisten en hysterische fans. Hij wilde ze behoeden voor de blikken van al die vreemden, gaf hij eens als verklaring. Uit de documentaire bleek verder niet dat hij zich veel met zijn kinderen bemoeide. Zoals zoveel welgestelde en drukbezette Amerikaanse en Europese ouders, had hij hun verzorging uitbesteed aan nanny’s en andere betaalde opvoeders.

Zo was eigenlijk bijna alles gewoon aan Michael Jackson. Zijn leven was net zo algemeen als zijn muziek – een fusie van pop, rock, disco en soul – en zijn voorkomen – niet blank, niet zwart, niet man, niet vrouw. Het enige verschil met miljoenen anderen was dat zijn ongewone rijkdom en roem hem in staat stelden onmiddellijk gevolg te geven aan zijn gewone wensen: Michael Jackson was grenzeloos algemeen.

Jacksons gewoonheid verklaart ook waarom hij tot het einde van zijn leven zo populair bleef. Als Jackson echt Wacko Jacko was, zouden zijn vijftig concerten niet in een mum van tijd zijn uitverkocht en zouden niet miljoenen nu rouwen om hem. Zijn fans herkenden zichzelf, met al hun menselijke wensen en angsten, in Michael Jackson. Alleen was al het menselijke in Michael Jackson onbegrensd. Michael Jackson was al te menselijk.

Bernard Hulsman is kunstredacteur van NRC en schreef regelmatig over Jackson.

    • Bernard Hulsman