Waarom het toeval juist geen toeval mag zijn

Lady Di dood, 9/11: de complottheorie weerspiegelt de preoccupaties van een tijd.

Uiteindelijk is het complotdenken een vorm van paranoia, denkt Aaronovitch.

Complotdenkers herdenken 9/11 vijf jaar na dato vlakbij de Amerikaanse ambassade in Londen. (Foto HH) Complotdenkers herdenken 9/11 vijf jaar na dato vlakbij de Amerikaanse ambassade in Londen. Foto HH D 67339-10 Conspiracy Protestors. OBLIGATORY CREDIT - CAMERA PRESS / R. Stonehouse. Conspiracy protestors outside a low-key ceremony to commemorate the fifth anniversary of the September 11 terrorist attacks at the September 11 memorial garden next to the American Embassy in London's Grosvenor Square, UK. 11/09/2006. Hollandse Hoogte

Wie in een krant schrijft, krijgt weleens reacties: dat bijvoorbeeld de door Wilders aangekondigde tsunami van moslims al is voorspeld door Nostradamus (1503-1566), dat er opvallend genoeg geen Joden in de Twin Towers waren op de dag dat de vliegtuigen de gebouwen binnenvlogen, dat het Openbaar Ministerie systematisch het bewijs tegen Ernst Louwes heeft gemanipuleerd en dat Europa en de Arabische landen al sinds de vroege jaren zeventig broederlijk samenzweren tegen de VS en Israël.

Schokkend aan die praatjes is niet dat ze hysterische verzinsels zijn, maar dat ze meestal verkondigd worden door uiterst beleefde en zeer redelijk klinkende mensen – meestal zijn het mannen. Ertegenin gaan heeft geen zin, voor ieder argument is zo een tegenargument bedacht, voor ieder onwelgevallig feit bestaat een ‘logische’ verklaring.

Dat laatste trekje – een gunstige draai geven aan alles wat de theorie op losse schroeven lijkt te zetten – is volgens David Aaronovitch typerend voor complotdenkers. In het eerste hoofdstuk van zijn boek Voodoo Histories, een heldere analyse van een aantal hardnekkige ‘samenzweringen’, somt deze Britse journalist op laconieke toon de kenmerken van de complottheorie op: er wordt (1) altijd verwezen naar eerdere vermeende complotten (Pearl Harbour, de moord op JFK); er is altijd sprake van (2) een kleine groep of verdorven elite die tegen het gewone volk samenzweert; vaak wordt (3) ontkend dat het om een theorie gaat, de complotdenker doet voorkomen alsof hij alleen maar objectief vraagtekens zet bij algemeen aanvaarde ‘feiten’; steevast worden er (4) experts aangehaald, die over indrukwekkende geloofsbrieven lijken te beschikken, totdat je die nader gaat bekijken (en al die zogenaamde experts verwijzen voortdurend naar elkaar); de geschriften van complotdenkers worden (5) doorgaans opgediend met een quasi-academische saus, met veel voetnoten en technisch jargon om de geloofwaardigheid te vergroten; ook zijn complotdenkers, schrijft Aaronovitch, (6) altijd winnaars, ze hebben een antwoord op iedere kritische vraag, ze buigen hun theorie behendig om alles heen wat die lijkt te weerspreken; en ten slotte (7) suggereert de complotdenker vaak dat zijn geheime kennis over de ware toedracht bedreigingen met zich meebrengt, dat er mensen zijn die hem graag het zwijgen zouden willen opleggen.

‘Het geloof in complottheorieën is op zichzelf schadelijk. Het vertroebelt onze blik op de geschiedenis en zodoende ook op het heden en wanneer het wijdverspreid is, leidt het tot desastreuze besluiten’, schrijft Aaronovitch, die in Voodoo Histories de voornaamste ‘complotten’ van de afgelopen eeuw stuk voor stuk zorgvuldig ontleedt. Hij begint met de Protocollen van de wijzen van Sion, de vervalste notulen van een bijeenkomst van Joodse leiders die op wereldhegemonie uit zouden zijn, en eindigt met een uitgebreide analyse van de theorieën rondom de zelfmoord van Dr David Kelly in 2003, de wetenschapper die de bron bleek te zijn van Andrew Gilligan, een BBC-journalist die wilde aantonen dat de Britse regering in de aanloop naar de invasie van Irak de wetenschappelijke feiten over massavernietigingswapens geweld had aangedaan.

Aaronovitch wisselt bewust grote, wereldwijde complotten af met kleine gevallen, zoals de theorieën rondom de dood van prinses Diana, omdat juist in die gevallen de notie dat we worden bestuurd door bedriegers en leugenaars het beste zichtbaar wordt. Dat klopt. Kijk naar de Deventer moordzaak, een schoolvoorbeeld. Vrijwel alle punten die volgens Aaronovitch kenmerkend zijn voor een complottheorie zijn op die zaak van toepassing, tot en met de schijnredelijkheid van de complotdenkers die doen voorkomen of ze de schuld van de fiscaal jurist Louwes helemaal niet uitsluiten, ze stellen alleen maar ongemakkelijke vragen.

Behalve een fraaie analyse van een aantal typische gevallen – de schijnprocessen onder Stalin, de moord op Kennedy en de ‘zelfmoord’ van Marilyn Monroe, de aanslagen op het World Trade Center en de quasiopenbaringen rondom de afstammelingen van Jezus in de idiote bestsellers over het bloed en de graal, die aan het succes van Dan Brown voorafgingen, probeert Aaronovitch ook het fenomeen zelf te duiden: wat is een complottheorie? Zijn even nuchtere als tamme definitie luidt: het aanwijzen van opzet waar opzet ontbreekt, het onthullen van doelgericht bedrog in wat hoogstwaarschijnlijk een samenloop van omstandigheden is.

Hoe moeilijk het voor veel mensen is om gebrek aan een hogere betekenis te aanvaarden, of om toeval gewoon toeval te laten zijn, blijkt wel uit de talloze voorbeelden die Aaronovitch geeft van het warme onthaal dat veel samenzweringstheorieën krijgen in de serieuze media. De wil tot geloof is meestal sterker dan de nuchtere feiten, niet alleen bij de complotdenkers.

Dat komt vooral doordat complottheorieën zonder uitzondering de preoccupaties van een tijd weerspiegelen. Wanneer ‘bewezen’ wordt wat je toch altijd al dacht, ben je niet geneigd de feiten objectief onder ogen te zien – zodat onder de leden van Hamas de Protocollen van de wijzen van Sion nog altijd een groot respect genieten, hoe vaak ook aangetoond is dat het om een potsierlijke falsificatie gaat. Zoals Aaronovitch het uitdrukt, ‘it fits’, het past.

Hij noemt het helaas niet, maar de samenzwering van Europa met de Arabische wereld om de islam aan wereldhegemonie te helpen, zoals verkondigd door de Brits-Egyptische historica Bat Ye’or, is een loot aan dezelfde stam, alleen zijn het volgens haar geen Joden, maar moslims die de samenleving ondermijnen, geholpen door dhimmi’s, niet-moslims die slaafs de machtsdrang van de moslims faciliteren. Geert Wilders is een overtuigd aanhanger van die theorie.

Terecht gruwt Aaronovitch van de neiging onder academische relativisten om in complottheorieën een diepere waarheid te zien; misschien hebben de VS de aanslagen van 11 september 2001 dan wel niet zelf gepleegd, maar al die samenzweringstheorieën zouden toch iets wezenlijks uitdrukken over de onderdrukking van het Amerikaanse imperium, etcetera.

Wanneer hij op zoek gaat naar een verklaring voor de aanhoudende – en groeiende? – behoefte aan complottheorieën, verlaat hij zich vooral op experts. Het publiek dat gevoelig is voor zulke schijnwaarheden is meestal hoogopgeleid en afkomstig uit de middenklasse. Meestal gaat het om mensen die zich verliezers wanen, zoals de isolationisten die de VS uit WO II wilden houden en daarom in de Japanse aanval op Pearl Harbor een opzetje van hun gehate president Roosevelt zagen.

Men is ook altijd geneigd meer geloof te hechten aan de wilde theorieën van medestanders dan die van opposanten. Men zoekt een verklaring voor verlies van aanzien, men zoekt zelfvergroting door het verkondigen van de ‘ware’ toedracht. Ik zou zeggen: complottheorieën ontstaan wanneer een emotionele waarheid zich niet laat rijmen met een feitelijke waarheid.

Uiteindelijk, denkt Aaronovitch, is het complotdenken een vorm van paranoia die betekenis afdwingt waar in werkelijkheid helemaal geen betekenis is. Zo kunnen we het gevoel krijgen dat wij ertoe doen, dat het leven niet van toeval aan elkaar hangt – en wijzelf niet onbeduidend zijn.

David Aaronovitch: Voodoo Histories. The Role of the Conspiracy Theory in Shaping Modern History. Jonathan Cape, 358 blz. € 25,-