Vloeimans opent zomerserie zinderend

Klassiek/Jazz Robeco Summer Night. Kon. Concertgebouworkest o.l.v. Charles Hazlewood. Gehoord: 27/6, Concertgebouw. * * * *

Onverwachte combinaties in de muziek, composities als cadeau en de band tussen het Concertgebouw en zijn sponsor Robeco; het thema ‘Vriendschap’ van de twintigste jubileumeditie van de serie Zomerconcerten is op meer manieren uit te leggen. Traditiegetrouw opende de serie van 100 concerten in juli en augustus met de Robeco Summer Night, een laagdrempelige en gevarieerde feestavond. In het decor van een nostalgische zweefmolen waren zangeres Wende Snijders en jazztrompettist Eric Vloeimans solisten bij het KCO.

Vloeimans representeert vanzelfsprekend de jazz in deze komende Robeco-serie. Die heeft sinds 1997, toen begonnen werd met de programmering van jazz en wereldmuziek, een vaste plek gekregen. Cross-over en mainstream overheersen in de wekelijkse zomerjazz-programmering, maar het Robeco Jazzcafé in de kelder van het Concertgebouw levert Nederlandse jazzmusici een fijn extra podium op. Speciale aandacht is er in juli voor het tienjarig bestaan van het Jazz Orchestra of the Concertgebouw o.l.v. Henk Meutgeert. Dit flexibele jazzorkest, specialist in bigbandmuziek, kenmerkt zich door zijn enorme productiviteit.

Musicienne Snijders krijgt een speciaal ‘Wende Weekend’ met drie verschillende programma’s in augustus. Zaterdag begon zij met Kurt Weills Lied des Lotterieagenten, dat ze met veel gebaar en gevoel voor drama achterin het orkest op de trap zong.

Halverwege kwam ook Eric Vloeimans op, al improviserend zijn noten van velours blazend. Sensueel vlijde de zangeres zich tegen zijn schouders.

Maar in Snijders’ blues Rip the Ribbon werd het pas echt heet op het podium. Terwijl de zangeres zich met orkaankracht gaf op de klanken van gezwollen strijkers en stuwende blazers, liet ook de trompettist zich op zeldzaam zinderende wijze horen in meeslepende lijnen. Even leken de twee kleurrijke solisten verdwenen in elkaars wereld, het Concertgebouworkest op sleeptouw nemend in dit dubbelzinnige theatrale avontuur.

Na de pauze viel er evenzeer veel te genieten. Zo leidde Vloeimans sierlijk en lyrisch de weg in het gedragen Uncle M. van componist en arrangeur Martin Fondse, nu speciaal georkestreerd.

Met bezieling zong Wende Snijders haar Zuid-Afrikaanse Die begin van die aarde. In Piafs gemoderniseerde Padam... Padam droeg het orkest de zangeres, met dreigende accenten. Ook George Gershwins An American in Paris was raak: van zwierig claxonnerende trompetten tot ontroering in het einddeel.