Straks in de voetbalkantine: frikadellen van kunstvlees

Eten scholieren straks tijdens de pauze een chocoladereep met meelwormen of serveert de voetbalkantine na afloop van de wedstrijd frikadellen gemaakt van in het laboratorium gekweekt kunstvlees?

Als het aan minister Gerda Verburg (Landbouw, CDA) ligt, is Nederland over vijftien jaar koploper op het gebied van duurzame voedselproductie. Vanmiddag stuurde de minister haar nota Duurzaam Voedsel naar de Tweede Kamer.

Nederland is nu, na de VS, de tweede exporteur van agrarische producten in de wereld, goed voor een omzet van 60 miljard euro. Verburg vindt daarom dat Nederland het aangewezen land is om het voortouw te nemen om de voedselproductie duurzamer te maken. Dit is volgens de minister nodig om aan de toenemende vraag naar voeding in de wereld te kunnen blijven voldoen.

Hiervoor is 20 miljoen euro beschikbaar. Met dat geld wil de minister de Nederlandse consumenten bewegen vaker te kiezen voor duurzame voeding, maar ook het ruimtebeslag, het grondstofgebruik en het verbruik van water en energie door de agrarische sector terugdringen.

Daarnaast wil zij de strijd aanbinden met voedselverspilling. Consumenten gooien jaarlijks voor 1,6 miljard euro aan voedsel weg, en bij productie, verwerking, vervoer en verkoop van voedsel wordt jaarlijks voor zo’n 2 miljard euro verspild. In 2015 wil Verburg de voedselverspilling in de gehele keten met minimaal 20 procent verminderd hebben.

Cruciaal voor een duurzame voedselproductie is dat consumenten ook de keuze krijgen om duurzamer te eten. Vooral in bedrijfsrestaurants, school- en sportkantines en horeca bij evenementen en attractieparken is het aanbod nog te beperkt. Tussen 2009 en 2011 moeten consumenten verleid worden jaarlijks 15 procent meer duurzamere dierlijke producten in de supermarkt en hun bedrijfsrestaurant te kopen.

Verburg heeft het bedrijfsrestaurant van haar eigen ministerie bestempeld tot proeftuin voor ‘het voedsel van de toekomst’. Het zal een etalage worden voor anderen die willen overschakelen op duurzame producten. Als insecten en kunstvlees op de markt komen, zijn de ambtenaren van LNV de eersten die het kunnen eten.