Staza is zwanger van bewoner kamer 12

Wie zijn de gasten en wie de acteurs in het Zwolse hotel Fidder? In Menschen im Hotel is niets zeker en verschuiven de grenzen. Het kamermeisje maakt foto’s van beslapen bedden.

Hotel Fidder biedt zijn gasten een speciaal arrangement aan: Terminus. Suzanne maakt er gebruik van. (Foto Herman Engbers) 27-28 juni 2009 Zwolle Nederland. F.a Weijland voert "Menschen in Hotel" uit in het kader van het festival "Zwart". Gasten in hotel Fidder verblijven tussen acteurs een nacht in een hotel. overleden gast in de funktie van hotel terminus. foto Herman Engbers Engbers, Herman

„U bent wel laat hè”, zegt het blonde kamermeisje met een Slavisch accent tegen me, als ik me bij de receptie meld. Ze heeft gelijk, maar ik kan nog aanschuiven voor het hoofdgerecht. Eerst moet ik een vragenlijst invullen. Verordening van de politie, zegt hotelier Theo Vaandrig. Natuurlijk. Of ik kinderen heb en welke kleur ze hebben. Of ik tevreden ben met mijn kledingmaat en welke fobieën ik heb. Er worden een paar suggesties gedaan, maar ik kies voor de optie ‘nvt’, bang dat ik het straks allemaal op mijn bordje krijg.

Ik ben in het kleine Victoriaanse hotel Fidder, in Zwolle. Daar heeft dit weekend de voorstelling Menschen im Hotel plaats, van de Firma Weijland en Consorten. De gasten bevinden zich vanaf de aankomst tot het vertrek de volgende dag middenin een theatervoorstelling. Dat is wat ik weet, maar niet wie de acteurs zijn of wat we gaan doen.

Staza, zoals de blonde dame zich heeft voorgesteld, loopt met me mee naar boven. Bij het binnengaan van mijn kamer gaat ze voor. Er klinkt gezang uit de badkamer. Staza wil liever dat ik buiten blijf, zodat ze even kan gaan kijken. Ze verzoekt een vrouw vriendelijk de badkamer te verlaten. In een witte badjas en met natte haren loopt deze rustig langs me heen de kamer uit. Staza laat het bad leeglopen en verontschuldigt zich. „Normaal is bad droog, moet ik afdrogen?” Dat hoeft niet van mij.

Eenmaal beneden zit ik aan tafel met vijf andere mensen. Ze vragen naar het hoe en waarom van mijn late binnenkomst, duidelijk net zo nieuwsgierig als ik naar de ware aard van hun tafelgenoten. Publiek of acteurs? Dat is de vraag die er tijdens Menschen im Hotel steeds toe doet.

Aan mijn tafel zit onder anderen François. Hij hoopt over een paar jaar klaar te zijn met een boek over filosofen als Sartre. Ik neem hem serieus, waarom niet? Later op de avond voelt hij zich geroepen ineens een filosofisch relaas over de vergankelijkheid van het leven te houden voor de groep. Ik baal ervan dat ik hem niet eerder als acteur heb herkend. Pratend met andere gasten merk ik dat zij de onzekerheid juist omarmen. Dus dat is de truc, complete overgave.

Er staat voor vanavond een show aangekondigd, van ene Adriaan Stoet. Hij speelt een stuk op zijn viool, maar is al snel verdwenen. Hij moet even liggen, doodmoe van zijn reis. Tenminste, dat zegt hij. Hotelier Vaandrig is woedend. We mogen naar de bar voor een glas champagne, tot een andere oplossing is gevonden. Vaandrig – acteur Rob van de Meeberg – gaat zelf maar zingen, een melancholiek lied over de Westertoren in Amsterdam.

Hij zet de toon, want al gauw blijken meer mensen hun ei kwijt te willen. Staza bijvoorbeeld kondigt aan dat ze zwanger is. Van kamer twaalf, zegt ze verlegen. Meneer Kranenburg, blijkbaar de bewoner van kamer twaalf, staat op en wil het fijne ervan weten. Samen verdwijnen ze.

De rest van de avond worden we van en naar de bar gestuurd, van buiten naar binnen. Een duo, ‘Vers’, voert een act op, maar krijgt ruzie. De vioolspeler uit de band die snel is opgetrommeld, blijkt de verloren zoon van Vaandrig te zijn. Toeschouwers vooraan worden de dansvloer op getrokken.

Middenin de nacht houdt Suzanne, die ik steeds voor gast had gehouden, een feestje op kamer 24. We mogen allemaal komen en we dansen op Michael Jackson. Meneer Kranenburg komt tierend binnen, „het is zondag ja!”

Staza laat mij en een aantal anderen haar kamer zien, aan de overkant van de straat. Haar hele muur hangt vol met foto’s van beslapen bedden, die ze maakt voordat ze de kamers schoonmaakt. Het is haar hobby, vertelt ze. We gniffelen zenuwachtig. Tot hoe ver gaat ze onze privacygrenzen verkennen? Ik realiseer me dat we nu ook op haar bed zitten. De aandoenlijke Staza kan alles maken.

Op mijn nachtkastje vind ik later een ingelijste foto van mezelf, gemaakt tijdens het inchecken.

Als we ons de volgende ochtend net aan de lange ontbijttafel hebben gezet, wordt ons vriendelijk verzocht eerst even deel te nemen aan het ochtendritueel.

Onder begeleiding van zang wordt een brancard met daarop een lijkzak de eetzaal binnengedragen. Wij vormen een erehaag. „Suzanne heeft ons verlaten,” zegt Vaandrig. Deze service maakt deel uit van een speciaal arrangement dat het hotel biedt, ‘Terminus’ geheten. We houden een moment stilte en kunnen gaan eten, we kijken nergens meer van op.

Ik heb een rustige nacht gehad, maar bij mijn tafelgenoten Els Vijftigschild en Colette Stolk is meneer Kranenburg vannacht nog langs geweest om te vragen hoe hij het nou aan zijn vrouw moest vertellen, dat van Staza.

Het lijkt erop dat de welwillende gasten meer bij het stuk worden betrokken. Want welwillend zijn ze. Vooral Vijftigschild is zeer positief. „Ik vind het leuk dat verhalen van de personages gaandeweg steeds completer worden. En dat zich steeds weer nieuwe, rare situaties kunnen voordoen.”

Stolk heeft deze overnachting van haar vriendin cadeau gekregen en wist helemaal niets. Ze keek haar ogen uit toen alles de mist in ging en zich allerlei rare types aandienden. En dat is misschien nog wel het leukste, als je helemaal niets weet.

Menschen im Hotel wordt nog een aantal keer opgevoerd, maar wanneer is nog onbekend. Meer op www.menschenimhotel.nl.

    • Stephanie van Strijen