Pak in plaats van trainingspak

Vorig jaar werden 90.000 nieuwe scooters verkocht.

De nieuwe scooterrijder is volwassen, en heeft dus meer te besteden aan een blinkende Vespa.

Fotograaf Peter de Krom fotografeerde woensdagmiddag 24 juni in Den Haag deze mensen met hun scooter.
Bob Massier
Maurice van der Lans
E.J. Vink
Alexander Poortstra
Elvire E. Cuperus
Ap Israël
Maikel Bungert
Maurice Deden (Foto's Peter de Krom)
Krom, Peter de

Flink opgevoerd, felgekleurd en aan geen enkele verkeersregel gebonden. Dat was nog niet zo lang geleden het imago van de scooter. Maar tegenwoordig ziet de scooter er anders uit, gaat hij regelmatig niet harder dan 25 kilometer per uur en de bestuurder kan zo maar een pak aan hebben – in plaats van een trainingspak.

Al een aantal jaar worden er in Nederland steeds meer scooters verkocht, uitgevoerd als brom- of snorfiets. Verkoopcijfers van brancheorganisatie Bovag laten zien dat in 2006 ongeveer vijftigduizend nieuwe brom- en snorfietsen de winkel uitreden, in 2007 zeventigduizend en in 2008 ruim negentigduizend. En de groei zet door: in het eerste kwartaal van 2009 zijn er meer brommers en scooters verkocht in vergelijking met hetzelfde kwartaal een jaar eerder.

Opvallend is dat er een nieuwe doelgroep voor scooters is ontstaan: volwassenen die de scooter gebruiken als vervoermiddel in de grote stad of voor woon-werkverkeer. Met name de snorfiets, die anders dan een bromfiets maar 25 kilometer per uur rijdt, is bij hen erg populair. Daardoor worden er voor het eerst in jaren meer snorscooters dan de snellere bromuitvoeringen van scooters verkocht. En één op de drie van die snorscooters rijdt in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag of Utrecht.

Maurice Manders, ‘manager gemotoriseerde tweewielerbedrijven’ bij brancheorganisatie Bovag, zegt dat de scooter wordt „heruitgevonden als praktisch vervoermiddel”. Hij somt de voordelen op: „Je bent vaak sneller dan een auto, parkeren is geen probleem meer en levert ook geen hoge kosten op. Daarnaast zijn de verzekeringspremie en het brandstofverbruik veel lager.”

Een tijdje geleden was het vooral de jeugd die met hun scooters te hard reed en te veel herrie maakte, aldus Manders. Tegenwoordig is van alle kopers minder dan 10 procent een jongere. „Die geven hun geld liever uit aan mobieltjes.” De brancheorganisatie heeft daarnaast de verkoop van opvoeronderdelen bij dealers teruggedrongen om het imago van brommers en scooter te verbeteren.

Leo Rehorst, eigenaar van scooterdealer Rehorst Tweewielers in Den Haag, vertelt in zijn showroom dat hij inderdaad veruit de meeste scooters verkoopt aan klanten in de leeftijd tussen de 26 en 50 jaar. 80 procent van hen koopt een snorfiets. „Daarmee rij je op het veilige fietspad zonder helm langs iedere file in de stad.” Zelfs de economische crisis zorgt niet voor een teruggang in zijn verkopen. „Mensen ruilen soms hun tweede auto in voor een scooter.”

Rehorst zegt dat hij blij is met zijn nieuwe, ‘serieuzere’ groep klanten, die bovendien meer geld heeft te besteden. Hij heeft er zijn assortiment op aangepast: het blinkend chroom van de op de Vespa gebaseerde retro-modellen heeft in de winkel veruit de overhand op de plastic kappen van de in de jaren 90 populaire racescooters.

Het is de nieuwe versie van de klassieke Vespa die een grote rol heeft gespeeld in de heropleving van de scooter, weet Manders van de Bovag. Willem Holleeder en enkele bekende Nederlanders maakten met hun Vespa’s alle scooters weer hip. Leo Rehorst beaamt lachend dat hij advocaten en rechters kent die bij hem een Vespa kochten, maar binnenkwamen met de vraag om een ‘Holleeder-scooter’.

De komende jaren verwacht de Bovag de doorbraak van de elektrische scooter. Manders zegt dat op korte termijn de actieradius van een scooter met een volle batterij tot meer dan 100 kilometer zal groeien, en de laadtijd van een batterij zal worden verkort. Daarmee zullen de grootste bezwaren zijn verdwenen, denkt hij. De voordelen zijn volgens hem groot: „Een elektrische scooter is milieuvriendelijk, stil, en het opladen van een batterij kost echt maar een paar dubbeltjes.”

Ondanks de groeiende populariteit zal Nederland volgens Maurice Manders en Leo Rehorst nooit zo scootergek als Italië worden. Want hoewel je op een scooter redelijk beschut zit, werkt het Nederlandse weer niet altijd goed mee. Manders: „Toch merken we dat steeds meer mensen een scooter leuk vinden, en staan ze niet meer in de irritatie-top-10.”