Oudere tennissers staan in de schijnwerpers op Wimbledon

Dit jaar wisten veel oudere tennissers door te dringen tot de tweede week op Wimbledon. Zegt dat iets over hun kwaliteit of laten de jonkies het massaal afweten?

Op Wimbledon bleef het afgelopen weekend niet onopgemerkt: de vele ‘oudjes’ die de tweede week van het mannentoernooi bereikten. De gemiddelde leeftijd van de zestien heren die vandaag vechten om een plaats in de kwartfinales is – afgerond naar boven – 26 jaar. Tommy Haas spant met zijn 31 jaar de kroon, op de voet gevolgd door Ivo Karlovic (30) en Juan Carlos Ferrero (29).

Is het hoge leeftijdsgemiddelde van de overblijvers een samenloop van omstandigheden, of is er sprake van een trend? En bewijst de herrijzenis van voormalig ranglijstaanvoerders Ferrero en Lleyton Hewitt (28) dat zij ten onrechte werden afgeschreven of laten hun jonge collega’s het gewoon massaal afweten – op Andy Murray (22) en Novak Djokovic (22) na natuurlijk.

Het antwoord op die vraag is niet zo simpel, stelt Sven Groeneveld, coach van Ana Ivanovic en Caroline Wozniacki. „Natuurlijk is het knap dat Haas een zware vijfsetter van de elf jaar jongere Marin Cilic wint [zaterdag in de derde ronde]. Maar daarmee is niet gezegd dat jongere spelers het massaal laten afweten. De tijden zijn veranderd sinds de Duitse legende Boris Becker op zijn zeventiende Wimbledon won [in 1985]. Er is de afgelopen kwarteeuw veel meer aandacht voor de fysieke ontwikkeling van spelers gekomen – een proces dat jaren in beslag neemt. Daardoor is het vrijwel onmogelijk voor een jonge tennisser om iedereen van de baan te slaan.”

Ook collega Eddy Bank, die op Wimbledon vier speelsters uit het jeugdtoernooi begeleidt, wil geen conclusies verbinden aan het feit dat er geen tennissers onder de twintig in de top-100 staan. „Het is geen geheim dat de gemiddelde leeftijd van de top-100 vrij hoog is. Maar dat zegt niets over de kwaliteit. De afgelopen jaren is het leven van proftennissers veel zwaarder geworden. De concurrentie is groter, er wordt meer gespeeld, meer gereisd en meer geswitcht naar verschillende ondergronden. Tel daar de toenemende aandacht voor fysieke ontwikkeling bij op en je begrijpt waarom het even duurt voor mannen doorbreken.”

Andy Murray is met Djokovic de jongste nog overgebleven speler in het mannentoernooi. Zijn overwinning op de Serviër Viktor Troicki (6-2, 6-3 en 6-4) leverde gisteren en vandaag lofzangen in de Britse dagbladen op. „Dankzij de toegenomen kracht in zijn kuiten en dijbenen zweefde Murray over de baan op een manier die deed denken aan de sierlijke gymnastiek van Roger Federer”, schreef de Daily Telegraph. Zijn fitnesstrainer Jez Green wordt in dezelfde krant geroemd als architect van Murray’s nieuwe imposante verschijning; alsof het een nieuw nationaal museum betreft.

Ook het torso van dertiger Tommy Haas mag er wezen, getuige een shirtwissel tijdens zijn partij tegen Cilic. Maar volgens Groeneveld, ex-coach van Haas, moet de verklaring voor de opleving van de Duitser (die enkele weken geleden ook het toernooi van Halle won) vooral op het mentale vlak worden gezocht. „Tommy had vroeger veel last van woedeaanvallen”, herinnert de Nederlander zich. „Die heeft hij nog steeds, maar hij weet er wel beter mee om te gaan – en dat lijkt zich nu uit te betalen. Ik zie hem nog ver komen.”

Fred Perry, Roger Federer, Pete Sampras, Lleyton Hewitt en Jimmy Connors wonnen Wimbledon toen ze 21 waren. Björn Borg was (net) twintig, Boris Becker zeventien. De kans dat er de komende jaren weer een piepjonge speler tot Wimbledonkampioen wordt gekroond – zelfs Nadal was 22 toen hij het grastoernooi vorig jaar voor de eerste keer won – lijkt niet zo groot. „Maar die trend gaan we ook bij de vrouwen zien”, voorspelt coach Bank. „Want ook dáár neemt de aandacht voor fysieke ontwikkeling sterk toe.”

Bij Jong Oranje wordt volgens Bank gewerkt met een vaste conditietrainer. En jonge tennissters reizen steeds vaker met een fitnesscoach de wereld rond. „Arantxa Rus [met plaats 107 de beste Nederlander op de wereldranglijst] heeft om die reden veel wedstrijden gewonnen”, meent Bank. „Vanaf het begin is daar bij haar erg op gehamerd. Ik beschouw haar inmiddels als een goede atleet.”

Zowel Groeneveld als Bank erkent dat er gevaren kleven aan de overmatige aandacht voor een gespierd lichaam en een goede conditie – getuige ook de afmelding van Nadal aan de vooravond van Wimbledon. Bank: „Ik wil geen namen noemen. Maar er zijn daardoor genoeg speelsters over de kling gejaagd. Topsporters hebben er vaak alles voor over om te winnen. En ja, dan gaat het ook wel eens mis.”

Zie www.wimbledon.org voor het speelschema van de ‘oudjes’ in Londen.

    • Danielle Pinedo