Mysterieus hippiegezang in het bos

In het bos op de Veluwe, veertig jaar geleden, werd Warna Oosterbaan aangeraakt door de muziek van The Flying Burrito Brothers. Het is niet overgegaan.

The Flying Burrito Brothers poseren met modellen achter op LP The Gilded Palace of Sin

In het warme voorjaar van 1969 kreeg mijn vriend G. een baantje op de Veluwe. Hij ging werken op de camping die was verbonden aan het huis van de familie F. Vader F. was boswachter, maar omdat hij meer van bomen dan van kampeerders hield, liet hij de camping graag over aan een werkstudent, zoals mijn vriend G.

Zo vroeg in juni waren er nog geen gasten en G. had niets te doen. Niks voor hem, een magere jongen met een rusteloze natuur. Na een paar dagen belde hij op: hadden wij geen zin hem gezelschap te houden? We konden onze studieboeken toch meenemen?

Op een mooie junidag arriveerden we. We waren met zijn zessen. Jongens en meisjes met tassen en slaapzakken. Boslucht, dat zou ons goed doen. G. was opgetogen en de familie F. vond ons wel een aardige onderbreking van hun Veluwe-bestaan. Al gauw zaten we iedere avond bij hen aan tafel.

G. had diep in het bos een half verroeste auto gevonden, een beige Opel met stuurversnelling. We duwden hem aan en opeens startte hij. De versnellingshendel was afgebroken, maar met hard duwen tegen het stompje kon je schakelen. ’s Avonds reden we door het bos. Achter ons wolkte het stof hoog op en de meisjes gilden als G. met hoge snelheid een haakse bocht nam.

Dat was het meest opwindende wat we meemaakten. We liepen wat door het bos en we kletsten wat. Ik weet niet meer waarover.

Elke dag om een uur of vijf verzamelden we ons in de tuin bij de boswachterswoning. G. had twee enorme luidsprekerboxen van huis meegenomen, zijn stereoversterker en een grammofoon. We zetten de boxen tussen de brandnetels en nestelden ons in de doorgezakte tuinstoelen. We draaiden de platen waar de latere generaties ons zo om zouden benijden. Buffalo Springfield, Moby Grape, de Byrds, de Band, de Beach Boys. Wat was die Amerikaanse muziek toch prachtig, en wat klonk die goed in de buitenlucht.

Het hoogtepunt was steeds weer een plaat die net uit was. Op de hoes stonden een paar vreemde hippies, in geborduurde cowboypakken. De muziek was al even eigenaardig. Het klonk als countrymuziek, maar dan zonder de commerciële gemakzucht waarin dat genre was vastgelopen. De nummers waren langer, ambitieuzer ook, met geheimzinnige teksten. De leadzanger had een prachtige stem die af en toe leek te breken. Maar uit de andere luidspreker klonk een tweede stem die hem overeind hield. Twee zangers, die vijf meter uit elkaar stonden. Tussen hen in een lyrische steelgitaar en een drumstel waarop heel neerslachtig werd gedrumd.

Als de plaat was afgelopen zetten we hem meteen weer op. De ernst waarmee die jongens zongen en de statigheid van hun songs ontroerden ons. Ze maakten van soulklassiekers slepende country-melodieën. Ze schreven countrynummers die niet over koeien en vrachtwagens gingen. Ze maakten muziek voor ons, vonden we.

The Eagles werden er beroemder mee dan de Burrito Brothers, maar de Burrito’s waren veel beter. Er zijn mensen die The Gilded Palace of Sin de mooiste grammofoonplaat van de vorige eeuw vinden en soms vind ik dat ook. Gram Parsons, zanger en leidende figuur uit de band zou nog een paar prachtige soloplaten maken, maar deze plaat bleef ongeëvenaard.

Parsons stierf in 1973, hij was toen 26.

    • Warna Oosterbaan