Michael Jackson

Michael Jackson was vijftig jaar en wereldberoemd. Hij stond op het punt een reeks concerten te gaan geven waarvoor alle kaartjes ogenblikkelijk uitverkocht waren.

En toen stierf Michael Jackson. Nog steeds wereldberoemd maar helemaal alleen, met al die concerten in het vooruitzicht die eigenlijk slechts waren georganiseerd omdat hij blut was. Het is de moderne versie van een klassiek drama. Met Jackson als de tragische held die, zo gaat dat in tragedies, ontijdig het leven laat. Een drama niet uitgevoerd in de intimiteit van een mediterraan amfitheater maar in de arena van de entertainmentindustrie, voor een miljoenenpubliek.

Jacksons muziek heeft velen aangesproken. Onweerstaanbaar waren vooral zijn weergaloze dans-songs: sterk, strak en beetje boos. Daarin herkende iedereen zich en dat zal vermoedelijk nog voor vele generaties gelden.

Maar één schare fans hoort hem in het bijzonder toe: zij die samen met hem opgroeiden. Toen zij kind waren, zagen ze hem, ook een kind, met zijn grote broers op de toen nog zwart-wittelevisie, als jongste van The Jackson Five.

Met zijn eerste fans groeide hij ook op, van mollige engel met een piepstem tot een tanige puber met een uitdagende falset. Zijn songs waren ernaar. In de economische recessie van de jaren tachtig van de vorige eeuw werd hij volwassen.

Zijn publiek, dat met hem kind was geweest, voelde zich net zo gekweld en opstandig als hij. Dat culmineerde in Thriller, de plaat met de veelzeggende hoes: jonge zwarte man in een lichtgevend wie-doet-me-wat-kostuum. ‘Billy Jean’ werd ieders bedrieglijke geliefde. ‘Beat it’ werd ieders motto: donder op, ik geef mijn eigen leven vorm. De titelsong bevatte een duistere voorbode: „And no-one’s gonna save you from the beast about to strike”. Maar die voorspelling sloeg alleen op Jackson zelf, dus die werd niet onderkend.

Hij was de ‘King of Pop’. Maar zoals dat gaat met koningen die hun titel niet erven, maar wier titel afhankelijk is van hun onderdanen: de tol was hoog. Het beest uit Thriller sloeg toe. Hij werd de Slave of Pop, in slavernij gehouden door muziekindustrie, roddelpers en publiek.

Jackson werd zwaar excentriek, niet om het plezier van uitzinnigheid, maar uit wanhoop. De geniale songwriter en performer, die de wijsheid had om zijn muziek te presenteren met videoclips van serieuze speelfilmcineasten en die borg stond voor choreografische hoogtepunten als de ‘moonwalk’, werd door zijn aanhang gereduceerd tot een sociaal gehandicapte.

In een BBC-documentaire (2003) wankelde hij door een winkel vol kostbare prullaria. „Laten we die nemen, en die, en die”, murmelde hij. En niemand van zijn entourage die zei: „Nee, laten we dat niet doen. En laten we die filmploeg wegsturen, want ze zetten je te kijk als een enorme mafketel. Ook al ben je dat, wat gaat dat een ander aan?”

De wereld springt wreed om met haar genieën. En snijdt daarmee ook in eigen vlees.