Klassieke staatsgreep in een bananenrepubliek

President Zelaya verkeerde in politiek isolement voordat het leger hem verdreef.

Een klassieke coup zonder geweld, maar vooralsnog ook zonder nieuwe machthebber.

Toen de Hondurese president Manuel Zelaya gisteren door het leger van de macht werd verdreven, verkeerde hij al dagen in een compleet politiek isolement. Zijn eigen partij, de volksvertegenwoordiging, de kerk, het leger, de gerechtelijke macht, mensenrechtenorganisaties en de werkgeverskoepel: allemaal zegden ze de afgelopen week het vertrouwen in de linkse president op.

Toen Zelaya een voor gisteren gepland, onwettig verklaard referendum toch doorzette, greep het leger in. Militairen pakten de president in alle vroegte op, en zetten hem op een vliegtuig naar Costa Rica. Daar verklaarde hij „ontvoerd te zijn”, maar in goede gezondheid te verkeren. Een militaire coup, zonder bloedvergieten, maar vooralsnog ook zonder nieuwe duidelijke machthebber(s). Al is de voorzitter van het Congres nu tot waarnemend president benoemd.

De president wankelde nadat donderdag een diepe constitutionele crisis uitbrak. De avond ervoor had Zelaya de hoogste militair van het land ontslagen, omdat deze generaal Romero Vásquez had geweigerd het leger te laten helpen bij de organisatie van het referendum. Met die volksraadpleging had Zelaya willen peilen of er steun was voor het instellen van een constitutionele assemblee.

Honduras had zich daarmee in een regionale trend kunnen voegen. In Venezuela, Bolivia en Ecuador lieten de presidenten Chávez, Morales en Correa de grondwet de afgelopen jaren zo herschrijven, dat hun anti-neoliberale regeringen grotere invloed kregen op de economie en meer zeggenschap over bodemschatten.

Ook werd het toegestane aantal presidentiële ambtstermijnen opgerekt. Zelaya’s tegenstanders verweten hem, dat ook hij langer dan de nu toegestane vier jaar aan de macht zou willen blijven. Zelf ontkent hij dit: de assemblee zou pas aan de slag gaan na verkiezingen, waarbij Zelaya’s opvolger al zou worden aangewezen.

De voormalige houtmagnaat werd eind 2005 gekozen als kandidaat van de centrum-rechtse Liberale partij, maar presenteerde zich in de tweede helft van zijn termijn steeds meer als kampioen van de armen. Zijn ruk naar links betekende dat hij aansluiting zocht bij het anti-neoliberale landenblok van de Venezolaanse president Hugo Chávez. Ook begon hij ruzie te maken met Washington.

Zelaya brak daarmee met de pro-Amerikaanse koers die zijn land de voorgaande decennia had gevolgd. Het woord bananenrepubliek is letterlijk uitgevonden voor Honduras. Net als de rest van Midden-Amerika behoorde het tot diep in de vorige eeuw tot de traditionele invloedssfeer van de VS. De zakelijke belangen van Amerikaanse fruitproducenten en het bestrijden van socialistische rebellen en regeringen in de regio, preveleerden daarbij lang boven goed en democratisch bestuur.

De Cubaanse leider Fidel Castro plaatste de crisis in Honduras graag in deze Koude Oorlog-thematiek. De toespraak van Zelaya donderdag deed Castro denken aan de laatste woorden van Salvador Allende, de Chileense socialistische president die in 1973 ten val werd gebracht bij een door de CIA georkestreerde coup. De afloop van de crisis, schreef hij, „wordt een grote test voor Obama”. En Zelaya zelf zei vrijdag tegen El País dat een staatsgreep tegen hem was afgeblazen, omdat de Amerikaanse ambassade zich er niet achter wilde scharen.

Toen de coup gisteren alsnog plaatsvond, beschuldigde Castro’s politieke leerling Hugo Chávez „het Yankee-imperium” dan ook meteen van inmenging. „De wereld is hier getuige van een coup door holbewoners”, stelde hij woedend en riep de Amerikaanse president Barack Obama op de coup te veroordelen. Die veroordeling kwam er niet. Obama zei alleen „zeer bezorgd” te zijn.

Actieve Amerikaanse inmenging lijkt niet erg voor de hand liggend. Obama heeft steeds gezegd de relatie met het continent te willen verbeteren. Door een coup tegen Zelaya te steunen zou hij in de regio meteen veel krediet verliezen. Krediet dat hij nodig heeft voor een toenadering tot Cuba en Venezuela, maar ook voor een goede band met het door drugsgeweld geplaagde buurland Mexico of een opkomende regionale grootmacht als Brazilië. Landen kortom, die voor Washington een stuk belangrijker zijn dan Honduras.

    • Merijn de Waal