Het beste middel tegen jaloezie: eigenwaarde

Is jaloezie aangeleerd of aangeboren? Misschien allebei een beetje.

Het gaat trouwens niet om de oorsprong van het gevoel, maar om hoe je ermee omgaat.

Illustratie Hajo Hajo

Jaloezie kan tot moord leiden. Dat doet het ook geregeld. Bijvoorbeeld in februari van dit jaar. Een Amerikaanse jongen van elf jaar oud wordt gearresteerd: hij zou de vriendin van zijn vader hebben doodgeschoten. Zij was acht maanden zwanger, ze had al twee dochtertjes. Het motief van de jongen, volgens de autoriteiten: „Hij was een tijd lang het centrum van eigenlijk alles. En ineens zijn daar dan een vriendin en andere kinderen. Met nóg een kind onderweg.”

En laatst nog, half juni, schreef de New York Daily News over deze rechtszaak: een krankzinnig jaloerse New Yorker hield zijn vriendin zeventien dagen gevangen, bond haar vast en sloeg haar. „Hij had in zijn hoofd gezet dat ze vreemdging en hij wilde dat niet accepteren”, zei de openbaar aanklager.

Er zijn schrikbarende cijfers bekend over het percentage moorden waarin jaloezie een rol speelt, vertelt psycholoog Jan Verhulst, auteur van het boek Jaloezie, het groene monster. „Bij 60 tot 80 procent speelt jaloezie een rol.”

Jaloezie zit in iedereen, zegt Verhulst. Maar de emotie neemt natuurlijk niet altijd extreme vormen aan. Een knagend gevoel, dat zullen meer mensen herkennen: waarom krijgt mijn collega wél opslag en ik niet, terwijl we tegelijk zijn begonnen bij dit bedrijf? Of: het is na een paar jaar uit met je relatie, jullie gemeenschappelijke kennissen spreken nog wel gewoon met hem af, jij kan dat niet meer.

Waar komt jaloezie vandaan? Of afgunst, het woord dat er ook vaak voor wordt gebruikt? Waar in de praktijk die twee termen door elkaar worden gebruikt voor ongeveer hetzelfde gevoel, maakt de wetenschap onderscheid. Jaloezie is de term die onderzoekers alleen gebruiken bij romantische relaties. Afgunst kun je tegenover iedereen voelen.

Bij beide speelt de traditionele nature-nurture discussie: zijn jaloezie en afgunstgevoelens aangeboren of aangeleerd? Daarover is de psychologische wetenschap het niet eens. Volgens Verhulst is er geen wetenschappelijk bewijs voor jaloezie als karaktertrek. Waarschijnlijk is jaloezie een samengestelde emotie, zegt hij. „Waar bijvoorbeeld woede een primaire emotie is, is jaloezie samengesteld uit haat, achterdocht en een gebrek aan vertrouwen.”

Verhulst is ervan overtuigd dat jaloezie en afgunst voortkomen uit geldingsdrang, die „erin is gepompt bij de opvoeding”. Het belang van succes is ingeslepen in het westerse opvoedingspatroon – liefst méér succes dan een ander heeft. „Ik kan zo een paar cliënten opnoemen die als hoogste doel de beurs hadden. Ze ontleenden hun bestaansrecht aan hun dure auto, financieel succes beheerste hun leven. Valt dat weg, dan valt hun hele persoonlijkheid weg.”

Pieternel Dijkstra, psycholoog en promovenda op onderzoek naar jaloezie, meent dat jaloezie wel degelijk deels genetisch is bepaald. De Amerikaanse persoonlijkheidspsychologen Larsen & Buss zochten eens uit dat van de meeste persoonlijke eigenschappen 30 tot 50 procent aangeboren is, zegt ze. De rest is dan wél door de omgeving bepaald – en in hoeverre een karaktertrek is aangeboren, verschilt. Zo is prestatiegerichtheid voor pakweg 40 procent aangeboren en bijvoorbeeld neuroticisme voor 60 procent.

Maar of jaloezie genetisch al dan niet is vastgelegd, doet er eigenlijk weinig toe. Zowel bij aangeboren als door de omgeving bepaalde jaloezie zijn de oorzaken van afgunstige gedachten aan te pakken. In beide gevallen dringt de emotie zich aan je op: je zus was altijd al beter in netwerken, maar dat ze nu via één van jouw kennissen een nieuwe baan heeft? Dat knaagt. Net als het gevoel dat opborrelt als je vriendin op uitgaansavonden steevast liever met haar beste vriend aan de bar hangt dan met jou – haar levensgezel.

De geringe eigenwaarde die mensen zichzelf toekennen ligt aan de basis van jaloezie, zeggen zowel aanhangers van nurture als aanhangers van nature. Onzekere types zijn eerder afgunstig.

Sociale vergelijking is hierbij essentieel: mensen vinden zichzelf snel minder dan een ander, dus kijken ze continu hoe die ander het doet. „En dat die ander zijn werk beter doet, leukere kinderen of een betere relatie heeft, ervaart een onzeker persoon snel als een bedreiging”, aldus Pieternel Dijkstra. Dat levert een constant negatief gevoel op: dat je zelf niet goed genoeg bent.

Dus is het de kunst jaloerse gedachten ten voordele van jezelf te gebruiken. Mensen zien jaloezie als een nare eigenschap. „Het is geen fijn gevoel, we ervaren het als kinderachtig en fout”, schetst Dijkstra. Maar het kan je ook verder brengen: gebruik die jaloerse gevoelens om jezelf te stimuleren het beter te doen. Een messcherpe vriendenkring helpt jou op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen – op welk gebied dan ook. Hun tips of ervaringen kun je weer gebruiken in een gesprek over loonsverhoging met jouw baas: zo trek je jezelf omhoog.

Dat wordt lastiger als de jaloezie je zo hoog zit, dat die je beperkt in je sociaal functioneren. Je irritatie sijpelt door in je contact met anderen. De halve middag bezig zijn met roddelen over die ene collega in plaats van je werk doen, het moeilijk vinden om nog op een positieve manier met je zus in contact te treden.

Daarom is een bepaalde mate van zelfbewustzijn noodzakelijk om jaloezie ten goede te gebruiken. „Het klinkt clichématig, maar het begint met herkennen en daarna volgt erkennen”, zegt psycholoog Verhulst. Inzien dat je erg bezig bent met die sociale vergelijking, maakt het vervolgens makkelijker om op je baas af te stappen en bespreekbaar te maken wat je dwarszit: „Luister, dat hij wel promotie maakt en ik niet, dat doet me pijn. Waarom is dat?”

Zorg er dus voor dat ergens een alarmbel gaat rinkelen, als jaloezie de overhand neemt. Hé, ik ben jaloers! „Dat gevoel hoeft dan niet eens direct te stoppen”, zegt Dijkstra: even die jaloezie echt ‘ervaren’ kan ervoor zorgen dat de afgunst daarna sneller wegebt. Probeer een helikopterview over jezelf te hanteren: ik ben nu jaloers, is dat wel redelijk? Daarmee voorkom je dat je een collega de huid volscheldt en achteraf spijt krijgt.

Dat is een praktische manier om met sluimerende afgunst om te gaan. Het effectiefst zou echter voor de meeste mensen een groter gevoel van eigenwaarde zijn – de echte oorzaak van onze continue blik op de ander. Leer het in de eerste plaats met jezelf eens te zijn. Of zoals Verhulst zegt: „Het is zonde dat 99 van de honderd mensen voor hun welbevinden afhankelijk zijn van het sociale oordeel van anderen.”

Vergelijk jezelf eens met hoe je je kinderen benadert, zegt Verhulst. Als je zoon na weken blokken voor de proefwerkweek toch met drieën en vieren thuiskomt, word je dan boos? Je weet hoe hij zijn best heeft gedaan, dus het wordt uitkijken naar een andere school of misschien een niveautje lager. Bij anderen zijn we wel geneigd mindere prestaties te accepteren, maar bij onszelf niet. Dat is zonde. Verhulst: „Leer die prestatiecultuur af. Probeer te zien dat het de motivatie is die ertoe doet, niet de uiteindelijke prestatie.” Want iemand die zijn best doet, kan niet afgaan.