Geef de zorg eindelijk ruimte

De zorg lijkt op een bakker die iedereen brood moet leveren, maar slechts de eerste 100 vergoed krijgt. Dat is geen marktwerking, meent Leo Markensteyn.

De hoorzittingen die de Kamercommissie voor Volksgezondheid deze maand hield over de teloorgang van zorggigant Meavita waren weinig leerzaam, met als risico dat er nog meer slechte regels komen. Wat valt wel te leren van deze tragedie?

Vrije markt en maximale overheidsinvloed gaan niet samen.

Op enig moment is besloten dat de zorgsector onderhevig moest zijn aan marktwerking. Dat zou zorgaanbieders dwingen tot het leveren van hoogwaardige zorg tegen een scherpe prijs. Echter, de vrije markt heeft voor de zorgaanbieders niet meer vrijheid gebracht. Integendeel. In een poging om de kosten van zorg in de hand te houden is de regelgeving fijnmaziger geworden en moeten zorginstellingen zich voor elke vijf minuten zorgverlening verantwoorden. We moeten kiezen. Of marktwerking, maar dan niet in het huidige, veel te strakke keurslijf, of weer terug naar de situatie waarin de koek verdeeld is.

Hef de scheve situatie tussen vraag en aanbod op.

Voor de vraag naar AWBZ-zorg geldt: een burger die een indicatie krijgt, heeft recht op zorg en is vrij in het kiezen van een zorgaanbieder. De zorgaanbieder heeft zorgplicht en moet dus een cliënt die aanklopt behandelen. Maar diezelfde aanbieder is gebonden aan een ‘productieafspraak’, die in de praktijk veelal een door het Zorgkantoor opgelegd productieplafond is. Dat betekent voor de zorgaanbieder dat zorg moet worden verleend die uiteindelijk niet zal worden vergoed. Het lijkt op de bakker die elke klant brood moet leveren, maar alleen de eerste honderd broden vergoed krijgt. Dat is natuurlijk geen marktwerking.

Ga uit van vakmanschap, verantwoordelijkheid en vertrouwen.

In de thuiszorg moet de zorgverlener per vijf minuten verantwoorden wat hij doet. Als we ons realiseren met hoeveel professionaliteit, toewijding, aandacht en gevoel voor verantwoordelijkheid die zorgverlener zijn werk doet, dan is hierop het woord ‘beledigend’ op zijn plaats. Geef de zorgverlener die ruimte en vertrouw erop dat daarvan verantwoord gebruik wordt gemaakt. En dat, mocht het in een enkel geval niet goed gaan, er zal worden ingegrepen. De leiding moet veel meer vertrouwen van overheid en politiek krijgen. Roep niet meteen dat dit gevaarlijk is en dat er misbruik van zal worden gemaakt. Natuurlijk zijn er mensen, dus ook bestuurders, die niet goed met vertrouwen weten om te gaan. Dat zijn waarschijnlijk dezelfden als de mensen die er nu in een regime van georganiseerd wantrouwen ook een puinhoop van maken.

Het bestaan van veel regels, niet alleen in de zorg, wordt vaak verdedigd met de bewering dat onze samenleving steeds complexer werd en dat er dus steeds meer regels nodig zijn.

De vraag is echter of we steeds meer regels nodig hebben omdat de samenleving steeds complexer wordt. Als dat zou kloppen, ziet het er slecht uit. Draai de redenering eens om: door de toename van het aantal regels wordt onze samenleving steeds complexer. Dus: minder regels.

Op korte termijn moet een aantal verstandige mensen aan het werk gezet worden om een nieuw vereenvoudigd stelsel voor de (thuis)zorg te ontwerpen en te ontwikkelen. Daarbij denk ik niet aan ambtenaren die nu hun salaris verdienen met het in stand houden van en toezicht uitoefenen op het huidige stelsel. Kies voor mensen die voor hun inkomen niet afhankelijk zijn van het huidige stelsel.

Ook in een nieuw, vereenvoudigd stelsel zullen zich incidenten en problemen voordoen. En er zullen, net als nu, bestuurders in de fout gaan. Pak die problemen en bestuurders gericht aan, in plaats van een nieuw controle- of verantwoordingssysteem te bedenken.

Leo Markensteyn is consulent/interim bestuurder en oud-bestuursvoorzitter van Berenschot.