Een symbool van zwart onvermogen

In Gary, de geboortestad van Michael Jackson, kun je zijn ontdekker zomaar tegen het lijf lopen. Weemoed en zelfhaat in een vervallen gemeenschap.

Fans verzamelden zich donderdag bij Jacksons geboortehuis in Gary, in Indiana. (Foto AFP) GARY, INDIANA - JUNE 25: People gather outside the former childhood home of Pop Star Michael Jackson on June 25, 2009 in Gary, Indiana. Jackson, 50, the iconic pop star, died after going into cardiac arrest in a hospital today in Los Angeles, California. Tasos Katopodis/Getty Images/AFP == FOR NEWSPAPERS, INTERNET, TELCOS & TELEVISION USE ONLY == AFP

In downtown Gary hangt het bord na meer dan veertig jaar nog steeds op de luifel van het Palace-theater. Niet alle plakletters hebben het overleefd, en de F is een beetje scheef gaan staan: ‘JACKS N FIVE TONITE’.

Het stamt uit de naamloze periode van de Jacksons, medio jaren zestig, toen ze nog bijna wekelijks in hun geboortestad optraden. In Gary (100.000 inwoners) hing een sfeer van tomeloos optimisme. Toen wel. De straffe apartheid van Indiana was bijna voorbij.

Staalarbeider Servant Gordon Keith (70) was die dagen een grote jongen in Gary. De Jacksons waren ook een beetje van hem. Op zijn platenlabel, Steeltown Records, brachten de jongens in 1968 hun eerste single uit, Big Boy. Het voelde als het begin van iets groots – al zou vrijwel niemand het plaatje kopen.

En het was voorbij voordat hij het in de gaten had. Motown zette zijn zinnen op de Jacksons, en de familie – Michael was elf jaar – verhuisde in 1969 naar Los Angeles. Keiths contracten met vader Joe Jackson bleken niets waard: „Ik was een kleine jongen, ik moest gewoon oprotten.”

Servant Gordon Keith woont nog altijd een paar kilometer van Jacksons geboortehuis. Hij loopt met een stok en draagt een goudkleurig overhemd en witte schoenen. De dood van de popmuzikant – Mike, voor hem – is voor Keith niet alleen een pijnlijke herinnering aan de manier waarop hij uit het succesverhaal is geschreven. Het maakt hem ook weemoedig: Michael Jackson was „een van de laatste lichtpuntjes waarop Gary nog kon bogen.’’

Ook met Steeltown Records is het nooit meer wat geworden. De bands die hij later contracteerde „hadden niet het talent en de discipline van Mike”. Van het label is alleen nog een MySpace-pagina over. Zijn geld is op. Als het zo doorgaat moet hij volgende maand zijn huis uit. „Het is met mij gegaan als met Gary”, zegt hij. „Neerwaarts, steeds verder neerwaarts.”

Op weinig plaatsen in de VS is het verval zo groot. Niet alleen het Palace-theater staat al vele jaren leeg, het grootste deel van de binnenstad is een ruïne van ingestorte en uitgebrande panden. De enigen die nog investeren zijn wisselkantoren; bekende partners van de drugshandel. De rest van de middenstand vertrekt: zelfs de christelijke boekhandel op Broadway heeft het opgegeven.

Ras heeft een grote rol gespeeld in het verval. Gary is een stad met twee identiteiten. Het is een voorstad van Chicago, een metropool met een grote Afro-Amerikaanse gemeenschap. Tegelijk ligt Gary in de staat Indiana, een van de meest blanke staten van de VS.

„Oh, man, wat was dat erg”, zegt Keith over de jaren van de blanke onderdrukking. De zwarte bevolking zat opgesloten in één buurt, Midtown, waar ook de familie Jackson woonde. In alle andere wijken konden Afro-Amerikanen geen huis krijgen. Keith herinnert zich dat hij en de familie Jackson het bijna altijd hadden over „de blanke klootzakken” die hen onder de duim hielden.

Eenderde van de bevolking was destijds al zwart, en begin jaren zestig merkte de Afro-Amerikaanse gemeenschap dat zij politieke macht had. In 1963 koos het Richard G. Hatcher in de gemeenteraad, een jonge zwarte jurist, en hij dwong op grond van de Civil Rights Act af dat zwarte inwoners van Gary voortaan konden wonen waar ze wilden.

Het werd een episch gevecht. De blanke bevolking verzette zich met alle middelen. Ze probeerden hem om te kopen, beschoten zijn huis, en in sommige buurten gingen ze met een megafoon door de straten als hij op bezoek kwam: „Alarm! Een neger in de buurt!”

Hatcher was bevriend met Joe Jackson, en de lokale populariteit van de Jacksons was voor hem een politiek wapen. Dominee Jesse Jackson steunde hem, Martin Luther King was op zijn hand – maar zijn relatie met de muziekfamilie (die zich formeel buiten de politiek hield) was goud waard in Gary. „De jongens waren het bewijs dat onze vrijheid tot iets positiefs leidde.’’

De straffe hand van Joe, later zovaak gelaakt, was in die tijd juist een pré. „Ik zei: kijk, hij heeft zeven jongens en weet ze allemaal op het rechte pad te houden.”

Hatcher werd een nationale bekendheid door zijn strijd tegen de lokale apartheid. In 1967 was Gary een van de eerste Amerikaanse steden die een zwarte burgemeester kozen. Zijn leuze: Wij zijn één.

En daarna kwam het verval. Michael Jackson verliet Gary in 1969 op elfjarige leeftijd – en de blanke bevolking ging met hem mee. Makelaars deden aan block busting: ze waarschuwden blanke bewoners zodra een zwarte in hun buurt een huis had gekocht.

Het eindresultaat was dat de blanke bevolking vrijwel verdween. Met 85 procent Afro-Amerikanen is Gary nu de zwartste stad van de VS. Het heeft een van de slechtst lopende economieën in het land. En de afgelopen tien jaar werd de stad diverse malen uitgeroepen tot crimineelste stad van Amerika.

Michael Jacksons geboortestad groeide kortom uit tot symbool van Afro-Amerikaans slachtofferschap en onvermogen. En Servant Gordon Keith, zijn ontdekker, zag dat de popmuzikant steeds blanker werd. Het had natuurlijk te maken met „al die ellende die Joe hem in zijn jeugd aandeed”, zegt hij, maar als hij zelf het geld zou hebben gehad om zijn Afro-Amerikaanse roots uit te wissen had hij het ook gedaan. „Ik denk dat ik Mike wel begrijp’’, zegt Keith. „Wat hebben wij nou nog om trots op te zijn?”

Ex-burgemeester Hatcher weet nog dat hij in 1984 telefoon kreeg van een medewerker van Jackson. Hij had zoveel geld verdiend aan Thriller dat hij iets terug wilde doen: had Hatcher suggesties? Dat was niet zo moeilijk. Hij kon hij zo een lijst opdreunen. Twee weken later belde de adviseur terug. Michael wilde toch liever een standbeeld van zichzelf in Gary, vertelt Hatcher, die het een absurd idee vond. „Hij had elke voeling met zijn stad verloren.”

Het neemt niet weg dat Jackson volgens Hatcher wel degelijk grote politieke impact heeft gehad. Zijn doorbraak op MTV in de jaren tachtig was een van de factoren die later leidde tot het succes van Barack Obama, zegt hij.

Maar het is ook hem niet duidelijk of Jackson de opkomst van Obama waardeerde.

Met zijn gebleekte huid had hij zich immers losgemaakt van zijn Afro-Amerikaanse wortels. Toen Obama zwart populair maakte, was Michael Jackson onomkeerbaar blank geworden. „Voor een jongen uit het Gary van de jaren zestig moet het wel een bittere pil zijn geweest”, zegt Hatcher.