Een brabbelaar met het lijf van Hercules

Roeier en hovenier Roel Braas (22) won gisteren een zilveren medaille bij de Koninklijke Holland Beker. De sterke skiffeur volgt zijn eigen weg in de roeisport. „Werken, leren, sporten”, prentte zijn vader hem in.

Roel Braas op weg naar de tweede plaats op de Bosbaan. Van zijn vader mocht hij als tiener niet in bushokjes hangen. (Foto Bas Czerwinski) Nederland, Amsterdam, 28-06-2009 Roeier / skiffeur Roel Braas in aktie tijdens de koninklijke holland beker op de Bosbaan in het Amsterdamse Bos. Uiteindelijk eindigde hij als tweede in de finale race. foto: Bram Budel Budel, Bram

Roel Braas heeft soms moeite zijn eigen ontdekkingstocht in de roeisport bij te benen. Steeds vaker bespeurt vader Huub Braas irritatie bij zijn zoon na een zware dag als hovenier. En na een training tekent zich tegenwoordig sneller de moeheid in het gezicht van de 22-jarige skiffeur uit het Noord-Hollandse De Rijp. Volgend seizoen zal hij zich wat minder bezighouden met het ontwerp en de aanleg van tuinen. Maar helemaal stoppen met werk is geen optie voor de branieachtige roeier. Zijn voorbeeld is de Noorse skiffeur Olaf Tufte, tweevoudig olympisch kampioen én boerderijhouder.

Braas behaalde gisteren op de Amsterdamse Bosbaan een tweede plaats bij de Koninklijke Holland Beker, goed voor 1.500 euro. Hij eindigde achter de Nieuw-Zeelandse drievoudig wereldkampioen Mahe Drysdale, maar voor de Amerikaanse specialist Warren Anderson. Bondscoach Jan Klerks toonde zich op de Bosbaan onder de indruk van Braas’ prestatie. „Het is nog niet zo gepolijst, maar hij heeft de kenmerken van een goede roeier. Zodra hij het blad van zijn riem in het water steekt, zet hij gelijk druk.”

„Ik ben jaloers, hij heeft het lichaam van Hercules”, zei Co Rentmeester, topfotograaf en winnaar van de Holland Beker in 1960. „Hij kan zich nog ontzettend verbeteren, want volgens mij zit hij te ver naar voren in zijn boot. Nu ligt de boeg dieper in het water en dat remt de snelheid.” Rentmeester snelde na de medaille-uitreiking naar Braas en vroeg hem naar de afstelling van zijn boot. „Wilt u niet eens bij een training komen kijken”, vroeg de skiffeur gretig. „Ik sta overal voor open.”

Braas is pas derdejaars roeier en zit voor het tweede seizoen in de eenmansboot. Toch is hij Nederlands kampioen op het water en de ergometer. Hij roeide al zijn eerste wereldbekerwedstrijd en mikt eind juli op een medaille bij de WK tot 23 jaar. Hoewel hij in eerste instantie in zijn werkkleding nogal opviel tussen de roeiers, zegt hij zijn weg te hebben gevonden tussen „de pakjes en hoedjes”. Huub Braas, die ook hovenier is en afgelopen weekeinde zijn zoon vergezelde, is ook gewend. „Ik had het over peddels en kantine, maar hier zeggen ze riemen en soos.”

Braas’ coach Leendert Hageman van studentenroeivereniging Okeanos zag hem voor het eerst in 2004 bij de NK op de ergometer voor roeiers tot achttien jaar. Een krachtpatser in een zwart pak zonder verenigingslogo’s stapte als winnaar van de roeimachine. Braas was toen zo onbekend dat Okeanos hem in eerste instantie als lid weigerde omdat hij geen student was. Maar toen zijn vader vertelde van de prestaties op de ergometer, bleef de vereniging maar bellen voor zijn inschrijving.

Braas heeft zijn fysiek niet alleen te danken aan het buitenwerk. Hij voetbalde als jochie bij sportvereniging De Rijp en tenniste van zijn achtste tot zijn vijftiende bijna elke dag. Als dertienjarige liet zijn vader hem achter in de tuin voor het eerst voorzichtig „stoeien” met gewichten, als opstap naar het powerliften. Zelf behoorde Huub Braas tot de regionale top in het bankdrukken, neef Gerrit Braas was zelfs Nederlands kampioen. De skiffeur kreeg discipline en structuur van zijn ouders opgelegd. „Werken, leren, sporten”, prentte zijn vader hem in. „Niet in bushokjes hangen.”

Braas fitnesst nog altijd bij zijn vertrouwde sportcentrum De Kloek in Middenbeemster, bij krachttrainer Han Geeresteijn. „Dat heeft hem een goede basis opgeleverd”, zegt Hageman. „Ik vond het opvallend hoe snel hij het roeien op water oppikte, al ging hij de eerste paar keer snel kopje onder. Hij lijkt lomp en groot, maar heeft het eigenlijk alleen lastig bij heel hevige golfslag. Dat verwacht niet iedereen.”

Hageman hoorde een collega-coach eens smalend over Braas zeggen dat ergometers zinken op het water, maar intussen is Braas wel gevraagd bij de nationale selectie te komen trainen. „Maar Leendert is voor mij de enige coach”, zegt hij beslist. Huub Braas: „Bij Roel gaat het om vertrouwen, noem het een vader-zoongevoel. Leendert geeft hem persoonlijke aandacht en is net zo met roeien bezig als hijzelf. Roel gelooft in zijn aanpak van voortdurende herhaling en zijn plan voor de komende jaren.”

En vastomlijnd plan is wat de skiffeur zelf bij de Nederlandse roeibond mist. Coach Hageman schoof hem eens een A4-tje toe met wat hem te wachten zou staan als hij zijn olympische ambitie – in dubbelvier of skiff – wil waarmaken. „Ik houd van duidelijkheid”, zegt Braas. „Het zou eerlijk zijn iedereen in de mannenselectie op dezelfde momenten te testen op kracht en de ergometer. Ik wil niemand verkeerd afschilderen, maar Mitchel Steenman en David Kuiper zitten altijd bij elkaar in de boot. Robert Lücken moet wel vaak wisselen en heeft niet dezelfde kansen. Ik denk ook dat het niet goed is dat de selectie voor de acht pas twee weken voor een wedstrijd wordt bekendgemaakt. In Duitsland en Spanje doen ze dat na de eerste trainingskampen al.” Hageman: „In een naolympisch jaar zouden roeiers in ieder geval een indicatie moeten krijgen van wat de bond wil. Dat misten we.”

Wat Hageman betreft roeit Braas de komende seizoenen in kleine bootnummers. „De weg van de geleidelijkheid is het best voor zijn ontwikkeling. Een plek in een acht betekent ook maar een achtste van de aandacht van de coach.” Hoofdcoach René Mijnders van de roeibond (KNRB) deelt die mening. „Roel kan voor ons een heel interessante roeier worden, maar in dit stadium lijkt het ons prima dat hij onder Hageman blijft trainen.”

Hageman zorgde voor een bed in zijn woning in Amsterdam. Zo hoeft Braas tussen trainingen op de Bosbaan niet terug naar De Rijp, maar kan bij zijn coach terecht voor rust, nabesprekingen en afleiding. Hagemans dochtertje Serena noemt de roeier al haar grote broer. Echtgenote Rosita Hageman herinnert zich hoe Braas als timide 19-jarige voor het eerst bleef eten. „Al snel werd hij praterig. Roel is vrolijk en maakt altijd grapjes.”

Ook Rosita Hageman zag zo’n zes maanden geleden dat het roeien Braas boven het hoofd begon te groeien. Nu waakt zij over zijn agenda, sponsors en mediacontacten. Ze nam de skiffeur eens mee naar Openbare Scholengemeenschap Bijlmer, waar ze docente is. De 2.01 meter lange roeier sprak er nieuwe vmbo’ers toe over wat hij met hun opleiding als achtergrond als sporter al heeft bereikt.

De vertrouwensband van Braas en zijn coach houdt niet in dat ze het altijd eens zijn. Hageman: „Roel wilde veel borsttraining doen voor zijn uiterlijk. Dan kan hij stoer over het strand lopen, maar het moet wel functioneel zijn. Hij zegt ook heel makkelijk ‘ja’. Als een coach van eerstejaars roeiers hem vraagt mee te doen omdat iemand een blessure heeft, doet hij dat. Maar op dat niveau kan er zomaar iets misgaan. Dat soort dingen overleggen we nu.”

„Het roeien gaat momenteel harder dan de rest”, stelt Huub Braas. „Vooral het reizen van De Rijp naar de Bosbaan en terug begint hem op te breken. Volgend seizoen gaat hij minder werken en kunnen ze eens onderzoeken wat er gebeurt als hij elke dag volop traint. We hopen dat hij in aanmerking komt voor een A-status van NOC*NSF. Ik wil eigenlijk ook dat hij mediatraining krijgt. Soms brabbelt hij nog maar wat.”

    • Michiel Dekker