Coup kwam voor Zelaya niet als verrassing

Nieuwsanalyse

In Honduras verdreef het leger gisteren president Zelaya. Internationaal had hij alle steun, maar in eigen land stond hij geheel alleen.

Aanhangers van de gisteren door het leger verdreven Hondurese president Zelaya gingen 's avonds uit protest de straat op. (Foto AFP) Supporters of ousted Honduran President Manuel Zelaya participate in protests near the presidential palace in Tegucigalpa on June 28, 2009. The newly appointed leader of Honduras, Roberto Micheletti, ordered a 48-hour curfew late Sunday after denying there had been a coup d'etat on deposed Zelaya. The Honduran Congress had earlier named speaker Micheletti as the country's new interim president following the ousting and expulsion of Manuel Zelaya who was unanimously removed from office for "apparent misconduct" and for "repeated violations of the constitution and the law and disregard of orders and judgments of the institutions." AFP PHOTO/ Jose CABEZAS AFP

Buitenlandse vrienden heeft Manuel ‘Mel’ Zelaya genoeg. Voor en na dat de Hondurese president gisteren van de macht werd verdreven, ontving hij de ene na de andere internationale steunbetuiging.

Niet alleen ideologische bondgenoten als Cuba en Venezuela schaarden zich achter de wankelende linkse leider, ook oud-kolonisator Spanje deed dat bijvoorbeeld. En vrijdag meldde Zelaya dat ook de VS hem blijkbaar nog steunden, nadat de Amerikaanse ambassade in Tegucigalpa geweigerd zou hebben zich achter een militaire coup tegen hem te scharen.

Alle internationale steun ten spijt – in eigen land verkeerde Zelaya toen al dagen in een compleet isolement. Hij was, zoals de voorman van zijn eigen Liberale partij het zaterdag verwoordde, „een politieke wees” geworden. De volksvertegenwoordiging, de kerk, het leger, zijn eigen partij, de rechterlijke macht, mensenrechtenorganisaties en de werkgeverskoepel: allemaal hadden ze het vertrouwen in Zelaya verloren.

Zelaya bungelde nadat hij woensdag een diepe constitutionele crisis forceerde door de hoogste militair van het land te ontslaan. Deze generaal Romeo Vásquez had geweigerd het leger te laten helpen bij de organisatie van een referendum. Met deze voor gisteren geplande volksraadpleging had Zelaya willen peilen of er animo was voor het instellen van een constitutionele assemblee, die de Hondurese grondwet grondig zou moeten gaan herschrijven.

Zelaya had daarmee een regionale trend willen volgen. In Venezuela, Bolivia en Ecuador lieten de presidenten de grondwet de afgelopen jaren zo redigeren, dat hun anti-neoliberale regeringen grotere invloed kregen op de economie en meer zeggenschap over bodemschatten. Ook werd het toegestane aantal ambtstermijnen opgerekt. Zelaya’s tegenstanders verweten hem, dat ook hij langer dan de nu toegestane vier jaar aan de macht zou willen blijven. Zelf ontkende hij dit.

Zelaya bleef aan het referendum vasthouden. Ook nadat het congres, het hooggerechtshof en het kiescollege het donderdag onwettig verklaarden en het leger door de straten van Tegucigalpa begon te patrouilleren. Hij bond niet in, maar daagde het leger nog verder uit. Zelaya toog met honderden aanhangers naar de legerbasis waar de stembiljetten en -bussen lagen opgeslagen die de militairen weigerden te distribueren, en nam deze mee.

Behalve op de internationale support voor zijn persoon, beriep Zelaya zich er steeds op dat hij de steun van het volk genoot. Dat zijn tegenstanders deel uitmaakten van de rechtse bourgeoisie. Dat er wel enkele muitende kaders binnen het leger waren, maar dat die „alleen naar de rijken luisteren”.

Het paste binnen de retoriek die Zelaya zich de afgelopen anderhalf jaar aanmat. De voormalig houtmagnaat werd eind 2005 gekozen als kandidaat van de centrum-rechtse Liberale partij, maar presenteerde zich in de tweede helft van zijn termijn steeds meer als kampioen van de armen. Het kostte hem echter veel steun binnen zijn partij, die de afgelopen dagen dan ook een voortrekkersrol vervulde bij het ten van brengen van Zelaya.

Zijn ruk naar links betekende dat ook hij aansluiting zocht bij het anti-neoliberale landenblok van de Venezolaanse president Hugo Chávez. Ook begon hij ruzie te maken met Washington, onder meer nadat de Amerikaanse voedselwaakhond een importverbod uitvaardigde op guadalupes (een soort meloenen) uit Honduras.

Zelaya brak daarmee met de pro-Amerikaanse koers die zijn land de voorgaande decennia had gevolgd. Het woord bananenrepubliek is letterlijk uitgevonden voor Honduras. Net als de rest van Midden-Amerika behoorde het tot diep in de vorige eeuw tot de traditionele invloedssfeer van de VS. De zakelijke belangen van Amerikaanse fruitproducenten en het bestrijden van socialistische rebellen en regeringen in de regio, prevaleerden daarbij lang boven goed en democratisch bestuur.

De oude Cubaanse leider Fidel Castro plaatste de crisis in Honduras graag in deze Koude Oorlog-thematiek. Zelaya’s rede, donderdag, deed Castro denken aan de laatste woorden van Salvador Allende, de Chileense socialistische president die in 1973 ten val werd gebracht bij een door de CIA georkestreerde coup. De afloop van de crisis, schreef Fidel vrijdag in een column, „wordt een grote test voor Obama”.

Toen de coup gisteren alsnog plaatsvond, beschuldigde Castro’s politieke leerling Hugo Chávez „het Yankee-imperium” meteen van inmenging. „De wereld is hier getuige van een coup door holbewoners”, stelde hij woedend en riep de Amerikaanse president Barack Obama op deze scherp te veroordelen. Die veroordeling kwam er niet. Obama zei „zeer bezorgd” te zijn en riep alle „maatschappelijke en politieke spelers” op zich aan de „democratische spelregels” te houden.

Actieve Amerikaanse inmenging lijkt evenwel niet erg voor de hand liggend. Obama heeft steeds gezegd de Koude Oorlog achter zich te willen laten en de relatie met het continent te willen verbeteren, nadat die onder zijn voorganger George W. Bush sterk bekoeld raakte.

Door een coup tegen Zelaya te steunen zou Obama in de regio meteen veel krediet verspelen. Krediet dat hij nodig heeft voor een toenadering tot bijvoorbeeld Cuba en Venezuela, maar ook voor een goede band met het door drugsgeweld geplaagde buurland Mexico of een opkomende grootmacht als Brazilië. Landen kortom, die voor Washington een stuk belangrijker zijn dan Honduras.

Laatste nieuws en foto’s uit Honduras: nrc.nl/buitenland

    • Merijn de Waal