Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Boeken

Met snijbrander door boek bladeren

Henri Matisse: Jazz (1947); te zien op expositie van kunstenaarsboeken
Henri Matisse: Jazz (1947); te zien op expositie van kunstenaarsboeken

Tentoonstelling: Caldic Collectie Kunstenaarsboeken, t/m 30/8 Museum De Fundatie, Blijmarkt, Zwolle. Inl: www.museumdefundatie.nl

In het Museum De Fundatie in Zwolle is een grote tentoonstelling ingericht over Artists’ Books, oftewel Kunstenaarsboeken. Een vorm van kunst die, volgens verzamelaar Joop van Caldenborgh, tot nu toe onterecht nauwelijks onder de aandacht is gekomen.

Wat te denken van een enorme wand met knipsels van Matisse, losse bladzijden uit zijn beroemde boek Jazz (1947), stevige vormen in heldere kleuren met daarnaast in grote schrijfletters gedachtenspinsels van de kunstenaar: „Zou ik in god geloven? Ja, als ik aan het werk ben.” In kabinetjes hangen prenten van Picasso, Jean Arp, Sonia Delaunay, Joan Miro, om van recenter werk maar te zwijgen: Sol Lewitt, Ruscha, een schetsboek van A.R. Penck.

Een pracht van een tentoonstelling waar eigenlijk maar één ding op aan te merken is, namelijk dat de samenstellers zich wel heel erg rekkelijk hebben opgesteld. Want wat bedoelen ze eigenlijk met het fenomeen ‘kunstenaarsboek’? Is een boek een kunstenaarsboek als het door een kunstenaar geïllustreerd is, zoals minstens de helft van de getoonde boeken? Of als het geheel door een kunstenaar ontworpen is, zoals een kwart van de getoonde boeken? Of houdt het begrip in dat een kunstenaar, een ‘ingreep’ doet in een bestaand boek? Is een kunstenaarsboek een boek waarin een beeldend kunstenaar een dialoog aangaat met de tekst?

In de mooie lichte zalen van De Fundatie wordt in ieder geval duidelijk dat vele kunstenaars zich breed hebben laten inspireren door de grote wereldliteratuur. Picasso creëerde met eenvoudige zwarte lijnen voluptueuze lichamen, bijna luchthartige figuren, ter illustratie van de soms wrede verhalen uit Ovidius’ Metamorfosen (1931). Ook Kees van Dongen illustreerde in zijn expressieve stijl vele klassiekers. Balthus was zozeer onder de indruk van de figuur van Heathcliff, dat hij zichzelf en zijn eigen ‘Catherine’ op illustraties bij de roman Wuthering Heights weergaf als gepassioneerde geliefden. De oriëntalist Marius Bauer schetste, al lezend in zijn eigen 16-delige uitgave van Duizend-en-één Nacht, half over de drukletters heen impressies van oosterse scenes.

Sommige kunstenaars hebben een haat-liefdeverhouding tot de literatuur. De een zette boeken van Kafka, Mann, Heine en Wilde op sterk water, de ander ordende een reeks bandjes (rijp en groen, pulp en literatuur) zodanig dat het laatste woord van de titel steeds correspondeert met het eerste van de volgende titel.

Visueel gezien het toppunt als het om ‘wereldliteratuur’ gaat is het werk van de Italiaanse Sabrina Mezzaqui (1964), die boeken in een bepaald patroon vouwt en knipt. In haar installatie La Divina Commedia (2008) doemt de rand op van een eenvoudig uitgeversbandje van Dantes meesterwerk, te midden van een meters brede spiraal van rechtopstaande bladzijden. Een prachtig effect, een heldere, kwetsbare installatie met als enig accent het randje van de rode letters: La Divina Commedia. Maar een kunstenaarsboek is dit natuurlijk niet.

Het kunstenaarsboek in klassieke zin, het livre d’artiste, bloeide vooral in Frankrijk omstreeks het midden van de twintigste eeuw. Het gaat dan meestal om prachtuitgaven in kleine oplage, waarin een kunstenaar een dialoog met de tekst aanging. Dit fenomeen is lang niet zo onbekend als de tentoonstellingsmakers ons wel doen geloven. „Ce livre est un cortège”, lezen we in een boek uit 1959, naast een abstracte collage van André Lanskoy. Dichter nog raken tekst en beeld elkaar in Fêtes van Alexander Calder en Jacques Prévert, waarin het feest tot enkele vormen in vibrerende kleuren is teruggebracht. In het Franse kunstenaarsboek wordt ernaar gestreefd beeld en tekst elkaar te laten versterken. De kunstenaar als superillustrator.

Het boek als zelfstandig kunstobject is een heel ander verhaal en dat is inderdaad een betrekkelijk recent fenomeen. Neem het ‘smetteloze’ werk van de Deen Olafur Eliasson (1967). In het dikke boek Your House (2006) vergelijkt Eliasson het bladeren in een boek met het lopen door een huis. Met een lasersnijder heeft hij bladzijde voor bladzijde zodanig door het boekblok gesneden dat je al bladerend het huis van de kunstenaar van kamer tot kamer door wandelt. Dit lijkt me een kunstenaarsboek pur sang.

Het ligt tussen vele andere ‘boeken’, op een tentoonstelling die uitnodigt tot discussie en definiëring van een al te gemakkelijk gehanteerd begrip.