Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Astronomie

Kijkers in de woestijn

Adriaan Blaauw kiest voor de telescopen van de La Silla Sterrenwacht

Nederland, Haren, 23-06-09 Adriaan Blaauw. © Foto Merlin Daleman
Nederland, Haren, 23-06-09 Adriaan Blaauw. © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Prof. dr. Adriaan Blaauw (95) woont in een ruim appartement bij Groningen. In de huiskamer hangen schilderijen en foto’s, op vele staat zijn vrouw die twee jaar geleden is overleden. Het grote bureau in zijn werkkamer ligt vol boeken en papieren.

Toen hij een jongetje was, zegt Blaauw, waren er nog witte plekken op de kaart. Bij de Noord- en Zuidpool, in de Himalaya en in andere delen van Azië. Je had ontdekkingreizigers, zoals Scott en Amundsen.

Hij pakt een boek van tafel uit min of meer dezelfde tijd: Hemel en Aarde van Flammarion, uit 1923. “Met die mooie kaft, kijk, met de tekens van de dierenriem, een beetje Jugendstil-achtig.”

Blaauw kreeg het boek in 1929, toen hij een jongen van 15 was en aan de Bredeweg in Amsterdam woonde. Mede door het boek werd hij gegrepen door de astronomie.

“Toen wist ik nog niet wat het vak inhield”, zegt Blaauw. “Als ik het nu zou moeten aanraden zou ik zeggen: astronomie is aantrekkelijk omdat het -1) een heel mooi vak is, -2) sterrewachten altijd in streken staan waar de zon schijnt – in de regen zie je nu eenmaal niet veel, -3) het internationale karakter je de kans geeft de wereld te bereizen.”

In het verleden, vertelt hij, waren er periodes dat hij zeven bureaus had. Eén thuis natuurlijk, één in Groningen waar hij tussen 1957 en 1970 het Kapteyninstituut leidde en het, zeggen andere astronomen, van een kleine instelling uitbouwde tot een centrum van wereldfaam in het onderzoek naar de structuur van de melkweg.

Eentje in de Chileense hoofdstad Santiago, want de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) zette onder zijn directie (tussen 1970 en 1975) de eerste grote telescoop in dat land neer. Daar, op de berg La Silla in de Atacamawoestijn, had hij trouwens ook een werkkamer.

Dan had hij een bureau in Hamburg waar destijds het hoofdbureau van ESO gevestigd was. En in Genève bij CERN, waar die eerste telescoop gebouwd werd.

Dat zat zo, vertelt hij: “Het vlotte niet erg met de eerste telescoop voor La Silla. Zo’n grote spiegel had ESO nog nooit gebouwd, en de schaal van het project was niet eerder vertoond . Maar op CERN, het Europees centrum voor deeltjesonderzoek, waren ze aan zulke projecten wel gewend. Daar bouwden ze grote versnellers en bellenvaten. En als die klaar zijn, zijn de fysici blij, maar de ingenieurs willen aan iets nieuws beginnen.”

Zo kwam het dat de toenmalig CERN-directeur, Bernard Gregory, zijn ingenieurs de telescoopspiegel liet maken. Blaauw: “Hij zei: het is goed voor mijn ingenieurs om eens iets heel anders te doen. Wij kregen een loods en konden steeds voor een paar dagen, voor een week, of voor maanden de ingenieurs van CERN inhuren. Het was een geweldige tijd.”

“Kijk, op deze plaat van La Silla staat de kijker uit CERN in de hoogste koepel. Daaronder staan ook een stel ‘nationale’ koepels waaronder een Nederlandse, want als ze een contract afsloten mochten landen een eigen koepel neerzetten.

“Het was een prachtige reis naar La Silla. De Franse toestellen in die tijd (jaren zestig), Caravelles, konden nog niet zo hoog vliegen. We konden dus niet via Buenos Aires naar Santiago reizen, want de Caravelles kwamen niet over de Andes heen. Daarom vlogen we via de Caraïben naar Lima en zakten dan langs de westkust van Zuid-Amerika naar Santiago af. Dat was schitterend, die kustlijn met al die haventjes.

“Ja, en dan moest je met de auto weer twee dagen door de woestijn naar het noorden. Dat vond ik een heerlijke tocht, door dat imposante landschap, waar verder niemand was.”

Zijn opvolgers bij ESO bouwden het werk in Chili uit. De latere Very Large Telescope van ESO bestaat uit vier spiegels van acht meter diameter. En in het grote ALMA-project worden nu 66 schotels op op 5.000 meter hoogte gezet. ESO zelf groeide intussen van 6 naar 14 lidstaten.

Een kleine tien jaar geleden was Blaauw voor het laatst in Chili. “Ik vind het toch wel fantastisch dat die fijngevoelige instrumenten naar zulke volstrekt afgelegen oorden worden verscheept en dat ze het dóen. En dat er elke keer weer mensen zijn die bereid zijn daarheen te trekken en er te werken. Ik zou er graag nog een keer kijken”, zegt hij. mvdh