Waarom beschrijven bal, bel, bol, buil ronde dingen?

Huis, tuin en keuken (Atlas, €24,90) is een onzinnig, onnozel, onmogelijk en onnodig boek dat ik u van harte aanbeveel, schrijft H. Brandt Corstius over MaartenJan Hoekstra’s project. Zie pagina 6

MaartenJan Hoekstra: Huis, tuin en keuken. Wonen in woorden door de eeuwen heen. Atlas, 192 blz. € 24,90.

Stel: iemand heeft verstand van damesmode en weet ook veel van fruit en groente. Gaat zij nu een boek schrijven waarin jurken, augurken, hoeden en meloenen in samenhang aan de orde komen? Zeker: als het zomer wordt, groeit het graan omhoog en worden de rokken korter. En in de avond sluiten zich veel bloemen en openen zich veel decolletés. Het lijkt mij een moeilijk project.

MaartenJan Hoekstra houdt van etymologie en van bouwgeschiedenis. Zinnen en steden bestaan uit woorden en huizen. Over beide onderwerpen bestaan duizenden boeken. Maar Hoekstra wil ze allebei in één boek behandelen. Persoonlijk houd ik van architectuur en veracht ik etymologie.

De geschiedenis van een woord is altijd onbegrijpelijk en kan alleen in de korte periode van het schrift enigszins gevolgd worden. Woorden veranderen vaak sneller van betekenis dan van geluid. Ik begon het boek dan ook met grote argwaan te lezen, maar werd gelukkig bekeerd.

Hoekstra beschrijft de ontwikkeling van huizen en steden door de eeuwen heen, speciaal in de lage landen. Daarbij komen veel oude en nieuwe woorden aan de orde, en van die woorden wordt de herkomst uitgelegd. Veel van die woorden komen natuurlijk uit het Latijn, want Rome is de oudste grote stad van Europa.

Neem een stoel. In het Russisch is stol: tafel en in het Engels is stool: poep. Zeker: je kan in Nederland ook op een tafel zitten of aan stoelgang doen, maar geen etymoloog kan uitleggen waarom onze stoel in Rusland en Engeland zo anders wordt opgevat, terwijl we toch dezelfde tafels en toiletten hebben.

Grappig is dat de schrijver soms vergeet dat hij de namen van huisdingen moet verklaren. Als het over het expressionisme gaat, krijgen we de Franse en Latijnse bronnen van dat woord. Art nouveau en Jugendstil worden verklaard uit een Parijse winkel en een Duits tijdschrift, maar wat is het verschil tussen het Franse en het Duitse woord? En wat hebben ze met huizenbouw te maken? Het is leuk te weten waar wij woorden als speculant, eclectisch, fax en gas vandaan haalden, maar met huistechniek hebben ze niets te maken.

Bij één woord keek ik verrast op. Ik had mij dom genoeg nooit afgevraagd waarom de hoger gelegen delen van een huis verdiepingen heten. Je gaat naar een verdieping toch niet de keldertrap af maar juist een trap op? Hoekstra legt het perfect uit: de houten zoldervloeren zakten ongeveer 60 centimeter, en dan kreeg je een ‘zolder met verdiep’.

Een recensent moet niet alleen prijzen, maar ook corrigeren. Laten we eens kijken naar de pagina’s 143, 163 en 183. Op bladzij 143 komt de attiek aan de orde, een zoldergevel met kleine raampjes. ‘Denk aan het Engelse attic, zolder’, zegt Hoekstra. Maar Engels is niet de oorsprong van attiek. Zola beschrijft in zijn dikke roman Rome, pagina 43, hoe de hoofdpersoon omhoog kijkt langs de gevel van Palazzo Boccanera in de Giuliastraat en ziet hoe de hoge ramen worden bekroond door de veel kleinere attiques. Mijn Franse woordenboek zegt dat attique uit Attica komt, maar legt niet uit hoe. Op bladzij 163 beweert de auteur dat chalet komt van het Latijnse woord voor huis: casa. Maar mijn woordenboeken zeggen dat chalet het verkleinwoord is van cala, Latijn voor schuilplaats. Etymologie is eigenlijk een vak dat bestaat uit woordenboeken. Verklaren waarom de woorden bal, bel, bol, buil, bil ronde dingen beschrijven met telkens een andere klinker erin, dat kan niemand.

Op bladzij 183 lijkt het mij een simpele vergissing dat ons woord wolkenkrabber komt van het Amerikaanse woord skyscraper. Een wolk hangt toch lager dan de hemel? Hebben wij onze benaming voor dat Amsterdamse flatgebouwtje niet gewoon van het Duitse woord Wolkenkratzer geleend?

In Frankrijk kun je nog veel eeuwenoude huizen bekijken. In Nederland worden die te gauw afgebroken. Het vervangen van houten huizen door stenen huizen was heel verstandig. Dat de ramen steeds groter werden, komt door de verbetering van de glasfabricage, maar het betekent wel dat wij de gevels van oude huizen niet meer in alle eerlijkheid met hun oorspronkelijke piepkleine raampjes kunnen zien. Het is de schoorsteen geweest die het mogelijk maakte om huizen met verdiepingen te bouwen.

Die en honderd andere zaken legt Hoekstra goed uit. Dat woorden als computer en televisie dan ook nog worden uitgelegd, moet je op de koop toe nemen. Ik ken geen ander boek dat zo grondig de ontwikkeling van huizen in steden beschrijft. Het kan vertaald worden, maar dan moet er een buitenlandse etymoloog aan te pas komen, want die Nederlandse woordjes hoeft een buitenlander niet te begrijpen. Kortom: het is zo’n onzinnig, onnozel, onmogelijk, onnodig boek dat ik het u van harte aanbeveel.

    • H. Brandt Corstius