Jazzmuziek kun je ook luisteren onder het eten

Jochem Le Cointre (15) begon op zijn zesde met pianospelen. De muziek zit hem in het bloed. Hij had een oom die op elke verjaardag achter de piano kroop. Op een dag zei Jochem: schuif eens op, ik wil meedoen. Nu wint hij zelfs prijzen met zijn pianospel.

Vorig jaar won Jochem het Prinses Christina Jazz Concours, een jazzwedstrijd voor jongeren van 12 tot en met 19 jaar. In Rotterdam is volgende week een speciale editie van het North Sea Jazz Festival voor kinderen, waar hij zal optreden. „Ik kies lekker swingende nummers uit”, belooft hij. „Geen moeilijke muziek.”

Als je een goede jazzmuzikant wilt zijn, moet je niet bang zijn om te improviseren, iets uit te proberen. Die spanning en die vrijheid, dat zijn precies de dingen die Jochem leuk vindt aan jazzmuziek. „Ik speel ook wel klassieke muziek, maar bij jazz voel ik me gemakkelijker. Het is een soort levensstijl”, zegt hij.

Het festival in theater Lantaren/Venster is voor kinderen van 6 tot en met 12 jaar. Jochem is niet bang dat er kinderen door de zaal gaan lopen of door zijn muziek heen gaan praten. Hij zegt dat een rommelig sfeertje er juist bij hoort. „Jazzmuziek is niet zo plechtig als klassieke muziek. Je kunt jazz ook draaien als achtergrondmuziek, onder het eten.”

De Amerikaanse trompettist Louis Armstrong (1901-1971) begon ook al op jonge leeftijd te spelen. Niet op familiefeestjes, maar in de band van het een tehuis voor ‘jonge, verwaarloosde kleurlingen’ in New Orleans. Twee jazzmuzikanten van nu, trompettist Michael Varekamp en saxofonist Rolf Delfos, hebben voor het festival een voorstelling gemaakt over zijn leven: Kleine Louis.

Ze hebben het verhaal wel een beetje aangepast en aangedikt, omdat ze tegelijk ook de geschiedenis van de jazzmuziek willen vertellen. Daarom laten ze Louis geboren worden in Afrika en als slaaf transporteren naar Amerika. Al zijn spullen worden hem afgepakt. „We laten zien hoe belangrijk ritme is geweest voor het ontstaan van de jazzmuziek”, zegt Michael Varekamp. „De slaven hadden alleen hun handen om mee te klappen en hun stem om mee te zingen.”

Het verhaal eindigt met de muziek van nu: pop en rap. Het publiek mag meeklappen, meedansen, meezingen en mee marcheren.

Ook bij de andere onderdelen van het festival is het niet de bedoeling dat het publiek stil in de zaal zit. Er zijn verschillende ‘workshops’ waarbij kinderen muziek kunnen maken, of zelfs een eigen instrument. Dat laatste is georganiseerd door Bert van Bommel, die instrumentenmaker is. Hij brengt houten instrumenten mee die nog niet helemaal af zijn, en die je met hulp in elkaar zet. Na afloop mag je ze meenemen naar huis.

Er is ook een workshop ‘drummen en dansen’. Een danseres en twee drummers nodigen iedereen uit om mee te dansen en met houten klankinstrumenten muziek te maken. Daarna sluipen ze stilletjes weg.

Voor kinderen die thuis een instrument bespelen, is er een workshop ‘jazzimprovisatie’. Muziekdocenten Henk de Ligt en Jaap Schooneveld hebben jazzmuziek geschreven die je van tevoren toegestuurd kunt krijgen. Op het festival leer je in anderhalf uur hoe je op die muziek variaties kunt maken. Bijvoorbeeld door stukjes te herhalen of een melodie achterstevoren te spelen. „Het belangrijkste is dat de deelnemers leren om speels met muziek om te gaan”, zegt Henk de Ligt. „Pielen met muziek is belangrijk voor de training van het gehoor.”

North Sea Jazz Festival for Kids. Zondag 5 juli 14-18 uur in Lantaren/Venster, Rotterdam. Voor de workshop improvisatie, die al om 12 uur begint, moet je je via internet inschrijven. www.northseajazz.com